|
|
|
|
![]() “Doen jullie ook vogels?” zegt een stem op de drempel. Ik zit met mijn netbookje op schoot op de bank van mijn vaste vakantiehuisje in Lanzarote aan het slot van Cheesecake & Kilts te werken en met een hoofd dat nog helemaal in Schotland is, kijk ik verbaasd op. Mijn vakantiebuurvrouw staat in de open deur. “Doen jullie ook vogels?” herhaalt ze. Ik ben nog niet helemaal bij de les. “Vogels?” “Ja, er is twee uur geleden een mus tegen mijn raam gevlogen, maar die zit hier nog steeds een beetje raar.” Ik sla snel mijn bestand op, klap het netbookje dicht en loop de vier meter naar het terras van mijn buurvrouw, waar een musje in de volle zon naast een uitbundig bloeiende struik zit te hijgen. “Hij klapte heel raar met zijn vleugel tegen het raam en toen viel hij op de grond,” legt de buurvrouw uit. “En omdat jij hier ook altijd de katten verzorgt...” Ze maakt haar zin niet af en kijkt me hoopvol aan. Ik kniel bij het beestje neer, maar gelukkig kan ik op het eerste gezicht niks naars ontdekken. Ik zie geen bloed en de vleugeltjes zitten ook normaal. Maar het is een piepjong musje en het is supersuf. En ik heb behoorlijk wat aanloop van de aanwezige zwerfkatten hier. Als kleine Felix dit musje ontdekt... Gelukkig heeft de buurvrouw een hoog doosje en ik zet het musje daar zonder moeite in. Ik heb jaren kanaries gehad, dus ik ben wel aan kleine vogeltjes gewend. Terwijl ik naar mijn huisje terugloop, flotst het diertje het hele doosje onder en gaat dan met zijn snavel open midden in de smeerboel zitten hijgen. Ik scheur het nodige papier van een keukenrol, maak een keurig nestje en probeer dan met hulp van een theelepeltje wat water op het puntje van zijn snavel te druppelen. En dat moet echt op het puntje of aan de zijkant, anders kan hij erin stikken. Het wordt natuurlijk een compleet waterballet, maar ik verbeeld me dat hij toch wat nattigheid heeft binnengekregen. Ik verschoon de keukenrol, leg een stuk papier scheef over het doosje en laat hem een poosje met rust. Met de vogel naast me, ga ik verder met Cheesecake & Kilts. Maar er komt maar weinig leven in het beest en na een paar uur van water gieten en flotsjes opruimen, word ik ongerust. Zo’n jonge vogel kan niet zo lang zonder eten, maar de broodkruimeltjes die ik naast hem leg, bekijkt hij niet. Straks heeft hij een hersenschudding of weet ik wat naars. Hier moet een deskundige naar kijken. Maar ja, dit is Puerto del Carmen en ik heb hier nog nergens een dierenarts kunnen ontdekken. En bij de receptie van dit bungalowpark zijn ze heel aardig, maar als het om dierenopvang gaat, weten ze niks. Wat nu? Gelukkig heb ik altijd de telefoonnummers van de kattenopvang bij me en ik grijp mijn mobiel. En ja hoor, bij de kattenopvang Sara (die een belangrijke rol speelt in Heimwee naar Lanzarote) hebben ze een telefoonnummer van de vogelhulp voor me. Ik tik het nummer in en bel. “Si?” hoor ik een vrouwenstem zeggen. “Goedemiddag,” zeg ik mijn beste Spaans. “Spreekt u Duits of Engels?” “No.” Oh help! Ik kan heel aardig Spaans verstaan - als ze tenminste niet te snel praten - en met eenvoudige dingen kom ik er ook best uit, maar hoe krijg ik deze mevrouw ooit aan haar verstand dat ik met een versufte vogel zit? Wat was ‘vogel’ ook alweer in het Spaans? Kortom, het wordt een heftig gesprek, waarbij ik het steeds warmer krijg. Maar uiteindelijk begrijp ik, dat ze de vogel om zes uur zal komen halen. En dat kan pas zo laat, omdat ze - na haar werk - van de andere kant van het eiland moet komen. Ik leg weer op en loop toch maar even naar de receptie van het park. De receptioniste spreekt vloeiend Engels en ik leg haar de situatie uit. Kan zij de vogelopvang-mevrouw nog een keer bellen en haar de weg uitleggen? Want dat is mij niet bepaald gelukt. En als ze dan ook nog even wil vragen hoe ik het dier in de tussentijd het beste in leven kan houden? Het gesprek tussen de receptioniste en de opvang verloopt vlot. En al gauw blijkt dat ik het tot nu toe perfect heb aangepakt. “Gewoon zo doorgaan,” zegt de receptioniste nadat ze heeft opgelegd. Al pratend zet ze een schoenendoos voor me neer en daar zit dus nog een musje in. Minstens vier maten kleiner, dan het diertje dat ik verzorg. Het heeft nog geen staart en vliegen kan het beest ook nog niet. Wel heeft het praats voor tien en probeert fladderend het doosje uit te komen. De receptioniste kijkt me vragend aan en ik knik. Wel ja, er kan nog wel eentje bij. Ik loop terug naar mijn huisje en zet de kleine mus bij de grotere. Het kleintje bombardeert het andere beest meteen tot moeder en begint heftig kwetterend om eten te bedelen. In de volgende uren probeer ik dus twee mussen voorzichtig van water te voorzien en ik kijk steeds vaker op mijn horloge. Was het maar vast zes uur. Om half vijf hoor ik een vrolijk gemiauw op het terras. Dat is Felix, die wel zin in een bordje eten heeft. Ik trek een blikje open, vul een plastic bordje en doe de deur stevig achter me dicht voor ik het terras op stap. Als Felix na een minuut of tien tevreden wegwandelt, ga ik mijn huisje weer in en kijk in het doosje. Hč? Alleen het kleintje zit er nog in. Waar is de grote in vredesnaam gebleven? Ik kijk wat paniekerig om me heen en opeens zie ik hem. Hij zit parmantig op de leuning van de bank en kijkt me met twee kleine kraaloogjes onderzoekend aan. “Jij bent weer opgeknapt,” zeg ik blij. Ik loop rustig naar hem toe en duw mijn gestrekte wijsvinger van opzij tegen zijn buikje aan. En ja hoor, net als mijn kanaries altijd deden, hipt hij op mijn vinger. Nu maar hopen, dat hij weer kan vliegen. Nou, dat kan hij, hoor. Op weg naar de deur slaat hij zijn vleugeltjes uit en vliegt opgewekt naar het uiterste hoekje bovenop de keukenkast. Tja... Ik doe snel alle gordijnen dicht en zet de deur wagenwijd open. Maar Tjilp blijft gewoon op de kast zitten. Zuchtend sleep ik een krukje aan, maar dat wiebelt verschrikkelijk en het kost me dan ook aardig wat tijd voor ik er - met gevaar voor eigen leven - bovenop geklommen ben. Als ik hoopvol mijn hand naar hem uitsteek, heeft Tjilp net een kiertje in de gordijnen ontdekt, dat natuurlijk veel spannender is. Als ik met veel moeite via het aanrecht weer heel op de grond ben beland, zit Tjilp op de televisie. Naast de doos met het andere musje, dat heftig kwetterend en fladderend aangeeft, dat het ook naar buiten wil. Gelukkig krijg ik Tjilp zover dat hij weer braaf op mijn hand gaat zitten en als ik het terras oploopt, zit hij er nog steeds. Ik steek mijn hand omhoog en Tjilp rekt zich uit. Dan laat hij een poepje, slaat zijn vleugels uit, vliegt naar een hoge palm een eindje verderop en strijkt daar op een blad neer. Op het hetzelfde moment hoor ik opeens iemand kuchen en ik kijk verbaasd op. Er staat een jong meisje op het terras, dat met samengeknepen ogen naar het weggevlogen musje staart. “Hoi,” zegt ze in het Spaans. “Ik kom de vogel halen, maar....” Ik wijs naar binnen. Bof ik even dat ik nog een vogel heb. Anders had ik zwaar voor gek gestaan! Groetjes, :-) Anita Nieuw: CHEESECAKE & KILTS BESTEL CHEESECAKE & KILTS BIJ BOL.COM Klik hier om alvast een stukje te lezen Wil je voor jezelf of als cadeau een speciaal gesigneerd exemplaar kopen? Dat kan! Neem een kijkje in Anita's webwinkeltje! MET EEN BOEK VAN ANITA VERKERK! Wil je informatie om een boek te bestellen? Klik hier! |
|
|
UIT ANITA'S DAGBOEK... copyright © Anita Verkerk
