|
|
|
|
![]()
1. Waar kan ik je boeken vinden? 2. Zijn je boeken autobiografisch of verzin je alles? 3. Waarom ben je begonnen met schrijven? En hoe ging dat precies? 4. Wat vind je zelf het mooiste boek dat je ooit heb geschreven? 5. Heb je voor een Nederlands boek wel eens een award gekregen? 7. Hoe lang doe je over een boek? 8. Ik heb een boek geschreven en dat wil ik graag laten uitgeven. Hoe? Alle boeken die geschikt zijn voor je boekverslag Wil je een roman kopen, neem dan een kijkje in Anita's webwinkeltje of ga naar de bestelpagina Nee, mijn werk is niet autobiografisch, ik verzin alles wat ik schrijf.
Als tiener ontdekte ik Barbara Cartland en ik was verkocht. Romantiek was nog leuker dan Old Shatterhand en Winnetou! Ik ging studeren aan de Universiteit en koos voor Middeleeuwse geschiedenis. Waarom? Tja... In de Middeleeuwen draafden knappe ridders op witte paarden galant achter mooie jonkvrouwen aan. En al die schone dames woonden ook nog in heuse kastelen. Romantischer kan het toch niet? Okee, ik geef het toe: mijn instelling gaf af en toe wat probleempjes met de professor, die vooral in saaie historische feiten geïnteresseerd was. :-) Zo'n twaalf jaar geleden gaf ik me op voor een schrijfcursus en mijn leraar was direct zo enthousiast, dat ik dacht dat hij verschrikkelijk overdreef. Dus tikte ik een verhaal uit en stuurde dat naar een blad. Een paar dagen later kwam het telefoontje van de hoofdredacteur: hij wilde het kopen! Ik zocht contact met het blad Yes en ging daar korte romantische verhalen voor schrijven. Al gauw kreeg ik van Yes de opdracht om een kerstkado voor de lezeressen te schrijven en zo werd "Sprong naar de liefde" mijn allereerste roman, die in een oplage van 180.000 exemplaren door Nederland werd verspreid. Ik vind het nog steeds heerlijk om te lezen, maar ik kan je verzekeren: Schrijven is het allerleukste wat er bestaat!"
Een moeilijk vraag. Dit is net zo'n vraag als aan een moeder vragen welk
kindje ze het leukste vindt.
Wat ik wel een heel leuk boek vindt om nog eens in te kijken, is mijn
MYRTHE. Mijn eigen katten spelen daarin een rol, of beter: eigenlijk zijn ze gewoon zichzelf.
Ik heb wel een paar keer een prijs voor een kort verhaal gewonnen, bij voorbeeld in de Agatha Christie wedstrijd van de Margriet. Maar verder is het hier alleen maar literatuur wat de klok slaat, de rest telt niet - hoewel er veel meer lezers voor zijn.
In de Verenigde Staten van Amerika is het allemaal heel anders, daar is de Romantiek volwassen,
als je daar in een boekwinkel komt
hebben ze hele wanden vol met allerlei soorten puur romantische boeken.
Het is echt teveel om om te noemen en totaal anders dan hier, waar je de Nederlandse
romantische boeken ergens
onderaan in een achteraf kastje
tegenkomt.
Er zijn schrijvers die vaag iets voelen opborrelen, meteen achter de computer duiken en wel zien waar ze uitkomen. "Seat of your pants" schrijvers noemen de Amerikanen dit.
Deze staan lijnrecht tegenover de 'plotters', die alles eerst tot in het kleinste detail zorgvuldig uitdenken voor
ze aan de slag gaan.
En daartussen zitten natuurlijk allerlei mixvormen. Het zal duidelijk zijn dat er voor de meer gecompliceerde boeken, zoals thrillers en moordverhalen, van te voren gedetailleerd onderzoek zal moet worden gedaan, anders loop je onderweg geheid vast. :-) Naast de romantische helden komen er ook veel snode schurken in mijn romans voor, vandaar dat je mij tot de 'plotters' kunt rekenen. Wil je zelf een boek gaan schrijven? Lees dan ook het antwoord op vraag 8.
Maar dat betekent niet dat ik een jaar onafgebroken aan een boek zit te typen.
Zoals je in het antwoord op vraag 4 kunt lezen, begint het bij mij altijd met een broedperiode.
Ik besteed daarbij natuurlijk veel aandacht aan de 'plot', dat zijn de gebeurtenissen in het boek.
De ene schrijver vindt de gebeurtenissen in zijn roman het belangrijkst en daar drijft het boek dan op.
We noemen dit "plot-driven" romans. Andere schrijvers laten hun romans door de karakters sturen en dit zijn "character-driven" romans. Als de broedperiode voorbij is en alles nauwgezet is doordacht, zet ik een uitgebreide synopsis (korte inhoud van het boek) op papier en daarna ga ik pas echt aan het schrijven. Ik schrijf elke dag al gauw tien tot twaalf velletjes tekst, maar aan het eind van de dag blijven er - als ik geluk heb - maar drie of vier bladzijdes 'net' over. En soms nog minder, ja.
Als ik de laatste punt heb gezet, is het boek nog absoluut niet af!
Dan begint namelijk het zogenaamde redigeerwerk, waarbij ik het boek een aantal malen
hoofdstuk voor hoofdstuk doorlees. Lopen de zinnen goed? Heb ik nergens een tikfout over het hoofd gezien? Ontwikkelt de plot zich zoals het moet? Zijn er saaie stukken die eruit moeten? Zit er genoeg emotie in? Hoe zit het met mijn woordkeus? Zijn er woorden die ik te vaak gebruik? Zijn er scènes die nog spannender kunnen? Dit redigeren is trouwens een leuk klusje, want dan kan ik onderuit gezakt op de bank, met een kop koffie binnen handbereik, de noeste werker uithangen. En met mooi weer zit ik natuurlijk helemaal gebakken. :-)
Als ik eindelijk helemaal tevreden ben, zet ik het hele boek op een diskette en stuur het op. En dan kom ik thuis, lees tevreden nog eens wat na op mijn scherm en vind geheid een tikfout die ik toch nog over het hoofd heb gezien... :-) Vervolgens gaat de uitgever/redacteur met de roman aan de slag en als die ermee klaar is, komt het manuscript nog een keer bij me terug met op- en aanmerkingen. Als ik die heb verwerkt, gaat de roman voor de tweede keer op de post en dan zie ik mijn 'kindje' pas weer terug als het een mooi boek geworden is.
En als je nou denkt dat ik er dan eindelijk mee klaar ben, heb je het mis. Maar als het zover is, zit ik ondertussen natuurlijk allang weer op mijn volgende eitje te broeden...
Eigenlijk ben je al verkeerd begonnen met eerst een boek te schrijven en
pas daarna op zoek naar een uitgever te gaan. Maar in beide gevallen heb je dus een uitgever nodig. Er zijn allerlei zo genaamde 'uitgevers', die je boek graag uitgeven, zolang jij ze maar (fors) betaalt. Ze beloven je gouden bergen, maar je kunt beter niet in hun praatjes trappen, want je ziet nooit meer wat terug van je geld. Voor het echte werk heb je een echte, gerenommeerde uitgever nodig, die jou betaalt voor je boek. Om de juiste uitgever te vinden, moet je wat onderzoek gaan doen. Je bekijkt eerst wat jij precies voor genre schrijft (of al geschreven hebt) en je struint vervolgens wat boekwinkels en de planken van de bibliotheek af om te kijken welke uitgever jouw genre uitgeeft. Dan neem je wat boeken mee in dat genre en je bekijkt eens rustig hoe die eruit zien. Hoe oud is de hoofdpersoon, wat voor taal wordt er gebruikt, hoe lang zijn de boeken etc. Past jouw boek daar in, dan ga je die uitgever benaderen. Uitgevers krijgen misschien wel honderden ongevraagd toegezonden manuscripten per maand (!) dus je moet het ze zo gemakkelijk mogelijk maken. Je kunt als eerste stap de uitgeverij bellen en vragen naar wie je een voorstel moet sturen, dan kun je straks 'manuscript of voorstel op uw verzoek' op de enveloppe zetten, dat geeft nog iets meer kans op een serieuze behandeling van je post. Dan schrijf je een brief waarin je jezelf en je boek presenteert, je doet daar een synopsis (korte inhoud van hooguit vier tot vijf velletjes) van het boek bij, je schrijft waarom je juist voor deze uitgever kiest en waarom je denkt dat dit boek in hun fonds past, vervolgens voeg je de eerste drie hoofdstukken van je boek bij. Bovendien zorg je voor een retourenveloppe voor antwoord waar je werk in past en je plakt er voldoende porto op, zodat het ze niks kost om jou te antwoorden.. Onnodig te zeggen, dat je alles keurig moet uittypen, want in handgeschreven werk zijn de meeste uitgevers niet geïnteresseerd. En dan is het wachten geblazen. Sommige uitgevers doen er rustig een jaar over voor je antwoord krijgt.
De twee belangrijkste eigenschappen voor een succesvol schrijfster zijn:
Ik maak graag een praatje met (vaak wildvreemde) mensen die ik ontmoet en ik ben dol op chatten en e-mailen met mijn lezeressen. Ook luister ik gretig naar gesprekken, die ik her en der in treinen, bussen of winkels opvang. Als ik ergens moet wachten, verveel ik me nooit. Er is zoveel te zien en te horen! Wil je concrete voorbeelden? Snuffel dan eens rond in mijn DAGBOEK
|
|
|