ANITA VERKERK

             Lees een stukje uit "GEVAARLIJKE ERFENIS"              

copyright © Anita Verkerk







GEVAARLIJKE ERFENIS
copyright © Anita Verkerk



PROLOOG

Chateau de Beau-Miré, Frankrijk, 15 juni 2008

"Beloof je me dat je overal voor zult zorgen?" vroeg de oude vrouw hijgend. "Die aasgieren mogen het niet winnen. Nooit!" Haar stem klonk paniekerig en in haar groene ogen brandde de wanhoop. Maar verder leek ze wel een wassen beeld, zoals ze daar stilletjes lag, op die antieke sofa van rood velours. Haar broze lichaam was bijna helemaal bedekt met een sprei van bontgekleurde lapjes. Je zag alleen haar intens witte gezicht met de bleke lippen en haar benige, gekromde hand die zich vastklampte aan een crèmekleurig formulier. Alsof dat stuk papier het enige houvast was, dat ze nog over had.

De sportief gebouwde man met de donkere haren boog zich over haar heen, pakte het document uit haar bevende vingers en drukte het tegen zijn hart. "Natuurlijk Cathérine, natuurlijk zorg ik overal voor. Je kunt op me rekenen, dat weet je toch."

Moeizaam krulde ze haar lippen tot een dankbaar lachje en in haar ogen gloeide opluchting. "Dank je wel," fluisterde ze. Haar witte krulletjes zakten nog verder weg in het zijden kussen. "Ik ben zo moe. Zo vreselijk moe!"

Hij vouwde het kostbare document zorgvuldig in vieren en stak het in de binnenzak van zijn op maat gemaakte donkerblauwe streepjespak. Toen perste hij zijn lippen op elkaar en hoopte vurig dat ze zijn tevreden grijnsje niet had gezien. Alles ging volgens plan. Dit kasteel was bijna van hem. Bijna... "Er is niks mis met een dutje, Cathérine," zei hij op een bemoedigend toontje. "Zeker niet op jouw leeftijd."

"Mijn leeftijd!" Met hernieuwde energie probeerde ze omhoog te komen op haar elleboog. "Ik mag dan negentig zijn, maar ik haat dutjes. Ik wil paardrijden!" Ze zakte uitgeput terug op het kussen en haar ogen gleden naar het grote olieverfschilderij boven de enorme marmeren schouw.

Hij volgde haar blik en terwijl hij naar het schilderij keek dat hij al zo vaak had gezien, begon er in zijn lip een spiertje te trillen. Geërgerd sloeg hij zijn hand voor zijn mond en keek schichtig naar de oude vrouw. Ze had het niet gemerkt. Gelukkig maar. Hij ademde diep in om zijn wild kloppende hart tot rust te brengen en richtte zijn ogen weer op het olieverfdoek.

Het was een manshoog portret van een bejaarde dame met zilvergrijze krulletjes en blozende wangen op de rug van een gitzwarte volbloed, die snuivend aan de teugels trok. Ze had het ranke figuur van een mannequin, met rondingen op precies de juiste plaatsen en haar sierlijke uitstraling werd nog eens extra benadrukt door een getailleerd rood ruiterjasje. Daaronder droeg ze een strakke beige rijbroek en glanzend gepoetste rijlaarzen met zilveren sporen op de hak. In haar opgeheven rechterhand hield ze een dun rijzweepje. Ze keek met stralende felgroene ogen de wereld in en heel even had hij het gevoel dat dit het portret van een onsterfelijke mythologische godin was.

Hij beet op zijn lip en zijn ogen gleden naar het langwerpige naamplaatje, helemaal onderaan op de goudkleurige lijst van het schilderij. ‘Cathérine Dubois op Devil’ stond daar in sierlijke letters.

Een overweldigende golf van schuld kroop in zijn keel omhoog en hij slikte heftig. Bijna ongemerkt schudde hij zijn hoofd. Nee, hij kon het tij niet meer keren en hij wilde dat ook niet. Er stond teveel op het spel. Maar eigenlijk was het diep triest. Ze was zo vol levenskracht, zo vol hoop, zo vol...

Hij schraapte zijn keel. "Zo’n longontsteking gaat niemand in de koude kleren zitten, Cathérine. Je moet gewoon nog een beetje rusten en dan kun je volgende week vast wel weer paardrijden."

"Dat hoop ik, mijn jongen. Ik hoop het toch zo." Haar zachte stem stierf weg en ze sloot haar ogen.

Hij keek scherp naar haar gezicht en naar het bijna onwaarneembare op-en-neer gaan van haar borstkas. Ze was bewusteloos. Eindelijk. "Welterusten, Cathérine," mompelde hij tussen zijn samengeknepen lippen door. "Het is jammer, maar paardrijden zit er voor jou niet meer in. Nooit meer."

Met een haast teder gebaar streelde hij over haar ijskoude wang. "Ik mag je graag, Cathérine. Waarom moet je nou altijd zo koppig zijn?"

Hij kreeg ineens haast en liep met grote stappen door de prachtig gemeubileerde kamer naar de enorme schouw, waarin een vrolijk vuurtje brandde. Hij knielde neer, viste het in vieren gevouwen papier uit zijn binnenzak en gooide het kostbare document zonder aarzelen in de vlammen.

Toen pakte hij de ijzeren pook van het roodkoperen haakje en schoof de brandende blokken hout heen en weer over het papier, net zo lang tot er niks meer van over was. Niks, behalve een grijs hoopje nagloeiende as. Hij stond weer op, strekte zijn stijve knieën en keek onaangedaan naar het stille figuurtje op de bank. Haar ademhaling was amper meer te zien. Het zou niet lang meer duren, dan was het lange leven van Cathérine Dubois eindelijk voorbij.

Er gleed een wrang lachje over zijn gezicht. Tja, zo gingen die dingen nou eenmaal. Een hoogbejaarde vrouw had de ongelijke strijd tegen een woekerende longontsteking op moeten geven. Niemand zou ook maar één seconde aan insuline denken. Zelfs die ouwe zeurpiet van een huisarts niet. Een klein beetje teveel was al meer dan genoeg geweest.

Hij knikte tevreden en ademde diep in. Het eerste deel van zijn plan was helemaal perfect verlopen. Nu de rest nog even...



HOOFDSTUK 1

New York, 9 juli 2008

"Een verrassing," mompelde Kathy Wayne in zichzelf en ze keek voor de zoveelste keer ongeduldig op haar horloge. "Die vent beweerde toch heus, dat hij een spannende verrassing voor me had." Het drukke New Yorkse stadsverkeer golfde in een zee van lawaai en getoeter langs haar heen en ze werd bijna misselijk van de walmende dieselgeur van de ronkende stadsbussen.

Zuchtend wiebelde Kathy van de ene zere voet op de andere en stak haar tong uit naar haar perfect geklede spiegelbeeld in de glanzende ruit van restaurant The Green Lobster. Die ellendige hoge hakken knelden al haar bloedvaten af en haar roodkleurige ‘ik-ben-de-eigenaresse-van-een-trendy-modewinkel’-mantelpakje speelde voor sauna. Ze kon de pareltjes zweet over haar rug voelen druipen.

Lieve help! Ze stond hier compleet voor joker op deze bloedhete stoep met die duffe witte roos in haar hand! Hoe had ze ooit zo’n stomme afspraak kunnen maken? Tja, dat was alleen maar omdat de man die haar had opgebeld zo’n leuk Frans accent had gehad en zij meteen aan Oma had moeten denken. Dus kon ze het hier maar beter voor gezien houden en...

"KIJK UIT!" schreeuwde een donkere mannenstem achter haar.

Voor Kathy besefte wat er aan de hand was, pakten twee sterke handen haar beet en trokken haar met een enorme ruk opzij. De roos glipte uit haar vingers en nog geen seconde later bonkte er een gele terreinwagen over de stoep. Gillende voetgangers vlogen in paniek alle kanten op en een gitzwarte bumper miste Kathy op een haartje na. Toen knalde de wagen op een volle vuilnisbak en terwijl de smeerboel alle kanten opspatte, schoot de auto als een soort ongeleid projectiel weer van de stoep af en spurtte weg.

En daar zat Kathy dan, met een wildkloppend hart op de snikhete stoeptegels, midden tussen een berg kleverige eierdoppen en rottende bananenschillen te bibberen in de sterke armen van een wildvreemde vent, die naar avontuur rook.

Avontuur? Wat was dat nou weer voor onzin? Hij rook naar after-shave en daar was niks avontuurlijks aan.

"Stomme wegpiraat," hoorde ze de man verontwaardigd zeggen. "Die idioten schijnen maar niet te snappen dat zo’n auto eigenlijk een complete moordmachine is."

Een moordmachine. Er schoot een pijnlijke steek door haar buik en ze voelde haar ademhaling nog sneller gaan.

Kijk nou toch eens naar die arme roos! De lange steel was vermorzeld en van de frisgroene blaadjes was weinig meer over dan een vies bruin papje. Een zacht briesje blies de gekneusde witte bloemblaadjes alle kanten op.

Ze beet op haar onderlip en huiverde. Als die man er niet geweest was... dan hadden ze háár nou bij elkaar kunnen vegen. Wat er van haar over was tenminste. Een hoopje gebroken botten en bloederig vlees...

Ze rilde opnieuw en wreef bibberig over haar neus.

"Alles goed?" vroeg hij. Zijn sterke armen lagen nog steeds beschermend om haar heen.

Ze knikte langzaam en probeerde ondertussen op te houden met klappertanden. Maar dat viel nog niet mee.

"Ik eh... ik voel me prima." Haar stem klonk akelig schor. Ze moest opstaan, dat snapte ze best. Maar het was fijn om zijn armen om zich heen te voelen. Fijn, maar natuurlijk ook raar. Want ze was heus niet gewend om wildvreemde kerels om hun nek te vallen. Hoogste tijd om weer een beetje gewoon te gaan doen!

"Kun je staan?" vroeg hij.

"Vast wel," mompelde ze bibberig.

Hij liet haar heel voorzichtig los, krabbelde wat moeizaam op en hielp haar daarna galant overeind. Een beetje wiebelig staarde ze naar haar onbekende redder. Hij zou het fantastisch doen op de catwalk met zijn goed gebouwde sportieve lijf, zijn kortgeknipte donkere haren en zijn knappe gezicht met die prachtige hazelnootkleurige ogen. Maar daar hield de vergelijking wel op, want zijn blauwe maatpak zat vol eierstruif en straatvuil. Tja, hij was natuurlijk niet de enige die er smerig uitzag. Zij zat onder de bruine olievegen en haar trendy netkousen hadden hun beste tijd ook wel gehad.

"Het is leuk u te ontmoeten, Mademoiselle Wayne," zei hij langzaam. Huh? Dat klonk ineens wel erg formeel én ook nog erg Frans. Ze prutste een losse pluk blonde haren achter haar oor. "Kennen wij elkaar?"

Hij schudde zijn hoofd en wees met het puntje van zijn wijsvinger in de richting van haar borst. "Er staat Wayne op uw naamplaatje. En de roos natuurlijk."

Er ging een vreemde rilling door haar heen. Even was het net alsof hij haar écht had aangeraakt. "Bent u mijn..." ‘Bent u mijn afspraakje,’ had ze willen zeggen, maar dat kon natuurlijk niet. "Heeft u mij vanmorgen gebeld?"

Hij lachte naar haar. Een adembenemende lach, die haar knieën ter plekke in rubber veranderde.

Onzin. Dat slappe gevoel kwam gewoon van de schrik. Je werd nou eenmaal niet elke dag bijna van de sokken gereden. Hoewel je daar in New York natuurlijk niet veel moeite voor hoefde te doen.

"Ja, ik heb u vanmorgen gebeld," antwoordde hij.

"Nou, ik vond dit niet bepaald een leuke verrassing," bromde ze zuurtjes.

Het verwijt bleef even in de lucht hangen. Toen gleed er een droog lachje over zijn gezicht.

"Dit had ik dan ook niet in gedachten. Het spijt me."

"Wat is dan wel de bedoeling? Wie bent u eigenlijk?" Al pratend keek ze diep in zijn hazelnootkleurige ogen en er flitste een vreemd verlangen door haar buik. Hij had de mooiste ogen die ze ooit had gezien. Hè, welnee. Hoe kwam ze daar nou weer bij? Ze speelde niet in een romantisch toneelstuk mee.

"Ik ben Marc de Beau-Miré," stelde hij zich voor. "En het geeft niks als u mijn naam verkeerd uitspreekt, want daar hebben de meeste mensen moeite mee." Hij stak zijn hand uit en zij legde de hare erin. Het voelde vertrouwd. Alsof ze hem al jaren kende.

"Enchanté de faire votre connaissance, Monsieur De Beau-Miré." Zijn ogen vernauwden zich en ze zag een schaduw van verrassing over zijn gezicht flitsen. "U spreekt perfect Frans. Dat had ik eigenlijk niet..." Hij stopte met praten en staarde haar aan.

Waarom keek hij nou zo? Het was toch niet zo raar, dat ze vloeiend Frans sprak? "Mijn grootmoeder is in Frankrijk geboren. Ik ben tweetalig opgevoed." En dat kwam haar in haar trendy boetiek heel goed van pas. Parijs was immers het centrum van de modewereld.

Hij knikte losjes. "Ik weet wel dat uw grootmoeder een Française was. Daarom ben ik hier." Er lag een vleugje cynisme in zijn woorden.

Voor ze iets terug kon zeggen, wees hij op het restaurantje achter hen. "Laten we binnen een kop koffie gaan drinken. Dan kan ik u alles uitleggen."

Ze keek wat aarzelend op haar horloge. "Ik moet over een half uur weer op mijn werk zijn, Monsieur."

"Zoveel tijd heb ik niet nodig. Zeg trouwens maar Marc. Dat praat makkelijker."

"Oké. Als jij dan Kathy zegt."

Hij knikte en liep voor haar uit het drukke restaurantje in, waar ze werden begroet door de geuren van gebakken hamburgers, allesreiniger, en koffie die te lang op het lichtje had gestaan. Maar de airco draaide gelukkig op volle toeren.

Marc liep naar een blauw formica tafeltje bij het raam, wachtte tot zij op het keiharde stoeltje was gaan zitten en schoof daarna tegenover haar.

Als uit het niets kwam er een serveerster aandraven. "Wat mag het wezen, mensen?"

"Wat wil jij?" vroeg Marc met een blik op de menukaart, die in een plastic standaardje midden op tafel stond.

"IJsthee graag."

Hij keek haar indringend aan. "Met? Een hamburgermenu? Of liever kip?"

"Ik heb niet zoveel tijd."

De serveerster tikte ongeduldig met haar pen op haar blocnote en keek met samengeknepen ogen van de één naar de ander. Kathy besefte ineens dat ze Frans zaten te praten. Geen wonder dat die serveerster zo uiig keek.

"Of heb je al gegeten?" vroeg Marc intussen.

Ze schudde haar hoofd. "Nee, dat niet."

"Dan bel je maar naar je werk, dat het wat later kan worden," zei hij op de toon van een man, die gewend is om bevelen te geven. "Wat zal ik voor je bestellen?"

"Doe maar een hamburger dan."

De serveerster nam de orders op en liep weg.

Kathy haalde diep adem. "Nou, zeg het maar Marc. Waarom wilde je me spreken?"

Hij schraapte zijn keel. "Je hebt een kasteel geërfd," zei hij plompverloren.

Haar mond viel open van pure schrik. "Ik heb wát?"



Meer lezen?

Dat kan!



GEVAARLIJKE ERFENIS
is vanaf nu volop verkrijgbaar bij alle boekwinkels en internetshops!


*Tip* 14 februari Valentijnsdag!



Klik hier om even lekker virtueel te 'bladeren' in het inkijkexemplaar op de site van bol.com!




TERUG NAAR BOVEN


copyright -MX Verkerk-© 2002 Shadow webdesigns - All rights reserved