|
|
|
|
© Anita Verkerk
omslagontwerp © Bert van Gorkum “En wat vind je van de conducteur, Robien? Is dat een beetje jouw type of is hij meer geschikt voor Michelle?” brulde Britt boven de herrie van de trein uit. “Voor mij?” riep Michelle, voor ik ook maar met mijn ogen kon knipperen. “Hoe kom je erbij? Heb je die hazentanden van hem niet gezien?” “Hazentanden?” Britt keek Michelle verbaasd aan. “Dat was me nog helemaal niet opgevallen.” Ik pakte mijn glanzende Victor & Rolf I’m fine bag van de bank, greep me stevig aan de leuning beet en stond op. “Ik ga eens even naar de wc.” “Alweer?” vroeg Britt en ze maakte een jolig handgebaar in de richting van een hoogbejaarde Schotse vent in een roodgeruite kilt, die zijn imposante lijf drie rijen verder in een stoel naast het gangpad had weten te persen. Ik knikte overdreven heftig. “Beetje teveel sap gedronken, denk ik.” Michelle stootte Britt aan en er kwam een enorme smile op haar gezicht. “Mij maakt ze niks wijs. Zeker weten van yes, dat ze Mr. Macbuik weer gaat verleiden.” Britt barstte in lachen uit. “Hartstikke sexy, die blote knobbelknieën van die vent,” hikte ze gesmoord. “Supertrendy kousen ook,” gierde Michelle. “Echt spannend!” Oké, ik moet eerlijk toegeven, als het Britt of Michelle was geweest, die door het schokken van de trein per ongeluk bij die vent op schoot was gevallen, dan had ik het zelf ook ontzettend grappig gevonden. Maar in het echt was er heus geen lol aan om bovenop een stel harige blote benen terecht te komen. En tijdens mijn landing schoof zijn rokje omhoog, dus alle kans dat ik de kroonjuwelen ook nog geraakt had... De meiden zaten me ondertussen zo uitdagend aan te kijken, dat ik weinig anders kon doen, dan een geforceerd vrolijk lachje te produceren. Daarna wees ik achter me. “Ik ga even een wagonnetje verder. Ik ben wel genoeg in mijn billen geknepen vandaag.” Want je kon Mr. MacRokje beslist niet verwijten dat hij een gentleman was. Na drie schrikseconden had hij me overal vastgegrepen, waar hij me maar pakken kon. Onder het mom van hulp natuurlijk, zo slim was hij wel. En omdat de hele coupé naar ons zat te kijken, had ik hem na afloop van de ongewenste intimiteiten ook nog netjes moeten bedanken voor zijn gastvrijheid. Ik draaide de alweer gretig rechtop zittende graai-Schot resoluut mijn rug toe en baande me door de heftig schommelende trein een weg naar de volgende wagon, waar ik het toilet al snel gespot had. Het was zowaar vrij en ik haastte me naar binnen. Daar volgde een heel gedoe om mijn broek naar beneden te wurmen en zo goed mogelijk boven de pot te gaan hangen om de restanten van mijn gezonde sapje zonder geknoei te lozen, want de trein rammelde en schudde dat het een lust was. Mannen hebben het een stuk makkelijker op dit gebied. Die hangen gewoon hun slurfje naar buiten en piesen dan zonder schuldgevoelens lekker overal overheen. Tenminste, dat leek me de enige mogelijke verklaring voor alle nattigheid in de naaste omgeving. Terwijl ik mijn broek zo goed mogelijk bij de viezigheid vandaan probeerde te houden, viste ik een papieren zakdoekje uit mijn zak en veegde af. Bah! Ik heb er toch zo’n hekel aan om ergens anders naar het toilet te gaan! Maar bij een treinreis van zo’n uurtje of zeven, zit er op een gegeven moment toch weinig anders op. Anyway, ik wist mijn jeans weer omhoog te hijsen, trok door en deed een poging om mijn handen te wassen, maar er kwam helaas geen druppel water uit de kraan. Zeep was er wel trouwens, zeep hadden ze genoeg. Maar geen water om het er weer af te spoelen. Ik staarde balend naar de heen en weer schokkende jonge vrouw, die me vanuit de spiegel met twee blauwe ogen al even heftig balend aan keek. Ze had een blonde uitgroei bovenop haar verder zo fraaie, kastanjebruine kruintje. “Je had op die kostbare vrije middag naar de kapper moeten gaan, dom blondje,” zei ik op een streng toontje tegen de spiegel. “Die film draait volgende week vast ook nog wel.” “Maar Johnny Depp was gewéldig in vorm,” zwijmelde het spiegelbeeld. Ik deed maar net of ik mezelf niet hoorde en probeerde de kraan nog een keer tot enige actie te bewegen. Maar die gaf geen krimp, zodat ik met prikkende zeephanden de krappe ruimte maar weer uitliep. Ik zakte op de dichtstbijzijnde lege plek neer en begon aan de sluiting van mijn tas te prutsen, maar met glibbervingers valt dat lelijk tegen. En alsof dat nog niet erg genoeg was, hoorde ik in gedachten de stem van mijn geliefde moeder opeens allerlei overbodig commentaar leveren. ‘Neem je die dure Victor & Rolf echt mee naar Schotland, Robientje? Maar dat is toch vragen om problemen, kindje? Je komt met een vod terug naar huis, let op mijn woorden.’ Ja, dan ben je een vrouw van dertig en doet je moeder nog steeds of je een kleuter bent. En dat alleen maar omdat ik nog geen man aan de haak heb kunnen slaan. Alsof ik zin heb in zo’n vieze billenknijper! Maar in mijn familie worden de vrouwen helaas pas na de eerste officiële huwelijksnacht als volwassen beschouwd. Echt achterlijk, al die Van Uylenburg thoe Slootentjes! Ik woon onderhand al jaren op mezelf en ik kan het leven heel goed alleen af. ‘Behalve als het om het schoonhouden van je spullen gaat, kindje,’ echode mijn moeders stem alweer belerend door mijn hoofd. Ik keek naar de vette plekken, die mijn zeepvingers met iedere beweging op de tas achterlieten en zuchtte diep. “Ja, ja. Ik weet het mam,” mompelde ik hardop. Dat leverde me een scheve blik op van een man in een groene kilt, die aan de overkant van het gangpad al de hele tijd belangstellend naar me zat te staren. Ik stak mijn tong naar hem uit en richtte mijn aandacht weer op mijn tas. Na nog wat vruchteloos prutsen, ging de gladde sluiting eindelijk open en ik graaide een pakje tissues tevoorschijn, waarmee ik mijn handen zo goed mogelijk probeerde schoon te vegen. Maar dat lukte natuurlijk voor geen meter zonder water en daar werd ik niet vrolijk van. Ik heb namelijk een lichte vorm van allergisch contact-eczeem en mijn arme handen begonnen steeds erger te prikken. Maar water hadden we niet bij ons. Alleen sap en hete thee. Niet echt geschikt om je handen mee te spoelen. ‘This train is for Mallaig,’ klonk het onverwacht uit de luidspreker boven mijn hoofd en de opgewekte stem van de conducteur kondigde een volgend station aan. ‘Our next stop is Blatieblatie Station.’ Kortom, de naam van het aankomende gehucht ging behoorlijk aan mij voorbij, maar uit de rest van het betoog begreep ik, dat de trein dadelijk maar liefst tien minuten stil zou blijven staan. Dat was mijn kans om even snel mijn handen te kunnen wassen! De trein remde af, gleed langs een kaal perronnetje en zodra het geronk van de dieselmotor weggestorven was, drukte ik op de knop en stormde min of meer de trein uit. Het was een grappig ouderwets stationsgebouwtje in de kleuren wit met roodbruin, met een geinig soort torentje op het dak. Volgens mij hadden ze op deze hele route overal dezelfde soort stationnetjes gebouwd. Ik sjeesde naar een bordje met Tea Room erop en kreeg even later zowaar de Ladies in zicht. Daar hadden ze water in overvloed en het was echt helemaal heerlijk om mijn zere handen onder de stromende kraan te houden. Oké, ze zagen al behoorlijk rood en ze begonnen ook steeds erger te jeuken, maar ik wist uit ervaring, dat ik daar over een uurtje wel weer van verlost zou zijn. Als ik ze voor die tijd tenminste niet helemaal opengekrabd had, maar daar keek ik wel voor uit. Er hing een dispenser met handdoekjes en met een opgelucht gevoel droogde ik mijn handen af. Toen ik de Tea Room weer binnenstapte, zag ik nog net twee mensen met choco-ijsjes de deur uitlopen. Dat was een goed idee, zeg. Daar ging ik bij de meiden ook hoog mee scoren! Voor de zekerheid keek ik toch even op mijn horloge en dat zag er goed uit. Ik had nog zeker vier minuten de tijd. Dus stapte ik vrolijk op de counter af, wees op de smakelijke poster, die boven een vrieskist hing en bestelde drie choco-ijs. “Duh, duh, druh, druddes, druh,” verklaarde de man en hij wees naar buiten. Ik volgde zijn blik, maar daar kon ik niks bijzonders ontdekken. De trein stond braaf te wachten, terwijl de conducteur zo te zien de grootste lol met een groepje vrouwelijke toeristen had. Hoewel ik ze er niet bij zag staan, kon het maar zo, dat ook Britt en Michelle van de partij waren. Dat zou best handig zijn, dan konden ze zo gelijk hun ijs aanpakken. Ik draaide mijn hoofd terug naar de man achter de counter. “Ik wil graag drie choco-ijsjes,” herhaalde ik op een dwingend toontje. “En misschien kunt u een beetje tempo maken, want ik heb nog meer te doen vandaag.” “Duh, duh, druh, druddes, druh,” herhaalde de man. Het kon trouwens ook best ‘Wuh, wuh, wuhbus, bruh’ of iets in die trant geweest zijn. Ik verstond er gewoon geen ene draad van. Dat is ook niet zo raar natuurlijk. Ik ben lerares Frans en hoewel er met mijn Engels niks mis is, staat Schots bij mij niet erg hoog op de kaart. “Wat zegt u nou allemaal?” vroeg ik. “Ik versta u niet. Ik wil gewoon drie ijsjes!” Ik was ongemerkt overgeschakeld op de autoritaire toon, die ik altijd voor vervelende leerlingen gebruik en daar bleek de suffe barman ook gevoelig voor te zijn. Hij haalde berustend zijn schouders op, draaide zich eindelijk eens om en hengelde onder mijn verheugde blik de bestelling uit de vriezer. Het kostte me nog even tijd om de juiste munten uit mijn beursje te peuteren, maar al gauw draafde ik de Tea Room uit, op weg naar de trein. Die dus net langzaam schommelend langs me heen reed... Shit zeg! Waren die tien minuten nu al om? Dat kon helemaal niet! Ik spurtte naar de dichtstbijzijnde deur en drukte op de knop. Tja, dat is natuurlijk dagelijkse kost op stations. Paniekerige reizigers en wegrijdende treinen met deuren die al hermetisch dicht zitten. Behalve de deur van de conducteur natuurlijk, maar die was minstens dertig meter bij me vandaan. Zelfs de wereldrecordhoudster sprint ging dat niet meer redden. Toch probeerde ik al zwaaiend en roepend zijn aandacht nog te vangen, maar helaas... Hij wuifde vrolijk terug en dat was het dan. Vanuit mijn ooghoeken zag ik opeens de stomverbaasde hoofden van mijn vriendinnen aan me voorbij glijden. Even later klapte er een tuimelraampje open en ik zag een hand heen en weer gaan. Er zat een mobieltje in die hand en ik hoorde een luid gebrul, waar ik uiteraard niks van verstond. Maar ik begreep eruit, dat Britt het een goed idee vond, als ik haar even belde. Kon trouwens ook Michelle geweest zijn, volgens mij had ik er een rode mouw bij gespot. De locomotief draaide met een vrolijk fluitsignaal een bochtje in en alle wagonnetjes volgden gehoorzaam. Daarna zag ik alleen nog twee eindeloos lange, ontzettend lege ijzeren staven en een stelletje bruine dwarsliggers vals naar me grijnzen. Zucht. Ik weer hoor. Waarom moesten dit soort dingen mij altijd overkomen? Maar misschien was Britt intussen wel naar de conducteur gerend en kwam de trein dadelijk in zijn achteruit weer terugrijden? Britt kennende was daar alle kans op! Dus moest ik maar gewoon even rustig afwachten en anders pakte ik dadelijk de volgende trein wel. Nog een geluk dat ik mijn tas bij me had. Ik was mijn koffer misschien even kwijt, maar met mijn creditcard kon ik alles kopen wat ik nodig had. Ik plofte op een groen bankje neer, trok het papier van het eerste ijsje en nam genietend een hapje. Mijn vriendinnen mochten dan riant in de trein zitten, ik had lekker een ijsje! Geluk bij een ongeluk, noemen ze dat. Al likkend pakte ik mijn mobiel tevoorschijn, scrolde door naar het nummer van Britt, drukte ontspannen op bellen en hield het toestelletje tegen mijn oor. Er gebeurde niks en ik besloot om het nummer van Michelle te proberen. Weer niks. “Er is hier geen bereik, I’m afraid,” hoorde ik een mooie mannenstem zeggen en er verscheen een stel gitzwarte, perfect gepoetste, leren schoenen in mijn blikveld. Een paar centimeter hoger zag ik felrode kniekousen met groene kwastjes, daar boven gebruinde knieën en - verrassing - de keurig gezoomde rand van een groengeruit rokje. Ik herkende de vent waar ik daarnet in de trein mijn tong naar had uitgestoken en keek snel een andere kant op. Hij was vast ook zo’n irritante billenknijper. Waarom had hij anders zo’n belachelijke kilt aan? Het zou hier in Schotland best wel mode zijn, maar ik vind het absoluut niet kunnen. Welke kerel loopt er nou vrijwillig in een soort van veredeld mantelpakje met kniekousen rond? Dat is toch geen gezicht? En dan beweren ze ook nog dat de viespeuken er niks onder dragen. Aan ondergoed bedoel ik. Maar deze man had wel erg leuke ogen, dat moet gezegd worden. Smaragdgroen met van die guitige twinkeltjes erdoor. “Er is hier geen bereik,” herhaalde de vent intussen, op precies hetzelfde toontje dat mijn moeder altijd voor de peuter van de buren gebruikt. “Dit is namelijk het Rannoch Moor.” Ik zette subiet al mijn stekels op. “Ik heb het begrepen, meneer,” antwoordde ik zakelijk. “Hartelijk dank voor uw bericht.” Zonder de man nog een blik waardig te keuren, stopte ik mijn mobiel weer weg en begon aan mijn tweede ijsje. Daarna at ik ijsje nummer drie ook maar op, want het begon er naar uit te zien, dat de trein niet meer terugkwam. Bovendien had ik twee vriendinnen en nog maar één ijsje, dus dat schoot ook niet meer op. Ik mikte de afgekloven stokjes met de papiertjes in een afvalbak en keek om me heen. Ik zat hier eigenlijk best wel een beetje in the middle of nowhere. Maar een mooie omgeving, dat wel. De ruige bergen om me heen vertoonden zulke prachtige nuances aan oker- en groentinten, dat mijn collega van kunstgeschiedenis er spontaan een hoogtepunt van zou krijgen. Als je wat beter keek, zag je venijnige grijze rotspunten en grote stenen, waartussen polletjes paars bloeiende hei en groene struikjes zichtbaar waren. Er liepen schattige wit-bruine schaapjes op de hellingen, die kleine sierlijke horentjes op hun wollige kopjes hadden. Ze staken leuk af tegen de donkere bossen in de verte. Ik kwam wat stijfjes overeind en liep met mijn overvolle ijsjesbuik om het stationsgebouwtje heen, maar er was nergens een bord met treintijden te bekennen. Huizen ook niet trouwens. Overal om me heen had ik hetzelfde uitzicht. Bergen, bergen en nog eens bergen. Ik kreeg ineens het rare gevoel dat ik midden in een ansichtkaart was beland. Alleen het vrolijke labeltje ‘Groeten uit Schotland’ ontbrak. Er was nog steeds geen spoor van een trein te bekennen, dus liep ik voor de tweede keer speurend om het stationsgebouwtje heen. Dat was alweer binnen een halve minuut geregeld, want het was zo klein dat het bij mijn ouders makkelijk in de eetkamer zou passen. Tijdens mijn speurtocht kwam ik onderweg een bordje met de kreten Corrour en Coire Odhar tegen, maar daar schoot ik weinig mee op. De Schotten werden blijkbaar geacht om het spoorboekje uit hun hoofd te leren. Of zou er binnen een bord zijn? Ach, natuurlijk. Waarom had ik daar niet eerder aan gedacht? Die vent van de Tea Room wist vast wel wanneer de volgende trein zou gaan. Maar ik voelde de opgeluchte grijns op mijn gezicht al snel weer verstarren en mijn voeten die daarnet nog zo enthousiast in de richting van de deur waren gestapt, gingen steeds langzamer lopen. Ik verstond immers geen moer van het gemummel van die vent. Dus of ik daar nou zoveel wijzer zou worden... Nou ja, anders moest hij het maar voor me op een briefje schrijven. Per slot van rekening had ik hem daarstraks ook aan zijn trage verstand gepeuterd gekregen, dat ik ijs wilde. En trouwens... Dit hele gedoe was allemaal zijn schuld! Als hij wat sneller met mijn bestelling was komen aanzetten, had ik die trein nooit hoeven missen. En dan had ik nou lekker achterover kunnen leunen in een comfortabele stoel en thee gedronken met Britt en Michelle, terwijl het fraaie Schotse landschap langzaam aan ons voorbij trok. Zo had dat tenminste heel optimistisch in die opzichtige folder gestaan... Ik trok de deur van de Tea Room open en stapte zo energiek mogelijk naar binnen. Bij mijn opvoeding heb ik namelijk geleerd, dat je altijd net moet doen of het allemaal ontzettend goed gaat, ook al voel je je nog zo beroerd. Niet, dat ik me nu beroerd voelde, maar you get the picture. Er zat precies één gast aan een afgebladderd houten tafeltje bij het raam en ik herkende zijn groene rokje natuurlijk meteen. De barman stond fluitend de counter schoon te vegen en eigenlijk werd ik daar opeens ontzettend sacherijnig van. Dat stond daar maar pret te hebben, terwijl ik door zijn schuld de trein gemist had. Of zou hij het soms expres gedaan hebben? Dat hij daarom zo vrolijk was? Ik liep op hem af en zette mijn tas met een klap op de counter. “Goedemiddag meneer,” zei ik afgemeten. “Kunt u mij vertellen, wanneer de volgende trein gaat?” Dat kon de man. Hij knikte opgewekt en stortte een waterval aan onverstaanbaar gebrabbel over me uit, dat weer een torenhoog ‘Wubbel, druh, puh’-gehalte had. Ik kreeg er geen speld tussen. Gelukkig had hij op een gegeven moment toch een beetje lucht nodig en van die adempauze maakte ik meteen gebruik. “Kunt u dat ook in het Engels vertalen, alstublieft? Ik versta er echt niks van.” De barman keek me verbaasd aan, maar achter me hoorde ik een stem zeggen: “Er gaat vandaag geen trein meer, mevrouw. De volgende komt morgenmiddag.” Dat was de vent in de groene kilt weer. En die wilde me vast even terugpakken, omdat ik mijn tong naar hem had uitgestoken. Want het was natuurlijk ontzettend belachelijk, als er vandaag écht geen trein meer langs zou komen. Hoewel ik weinig zin had om met de rokjeskampioen aan te pappen, draaide ik me toch langzaam naar hem om. Hem kon ik tenminste verstaan en dat was al heel wat in deze negorij. “Wat zegt u, meneer? Hoe laat gaat de volgende trein?” “Die gaat morgen, mevrouw.” Achter me gaf de barman weer een onverstaanbare ratel weg. “Hij zegt, dat hij u gewaarschuwd heeft,” vertaalde MacKilt. “Hij heeft drie keer herhaald, dat de trein op punt van vertrekken stond, maar u wilde perse dat ijs.” “Vast wel,” knikte ik. “Alsof er ook maar iemand is, die iets van zijn duffe gebrabbel begrijpt.” Ik besefte meteen dat het geen sterke opmerking was, want MacKilt scheen met het taalgebruik van barman geen moeite te hebben. Of deed hij net of hij het begreep? Ja, daar zag ik hem ook nog wel voor aan. Ik haalde diep adem. “U weet zeker dat er vandaag geen trein meer rijdt?” vroeg ik. De kilt knikte opgewekt. “Als u me dan het busstation even wilt wijzen, dan pak ik de bus wel.” “Dit is het Rannoch Moor, mevrouw. Ik ben bang, dat er hier geen bussen rijden.” De mededeling kwam lelijk aan. “Oh...” aarzelde ik, maar daarna gaf ik een knikje in de richting van de barman. “Als u hem dan misschien wilt vragen of hij een taxi voor me kan bellen? Mijn mobiel heeft geen bereik.” “Ik ben bang, dat er hier geen taxi’s rijden, mevrouw. Dit is het Rannoch Moor.” “Ja, dat weet ik nou wel, dat het hier het Rannoch Moor is,” zei ik geïrriteerd. “Maar wat heeft dat ermee te maken?” “Dit is een moerassig heidegebied, mevrouw. Er zijn hier geen autowegen, I’m afraid.” Dat ge-I’m afraid van die kerel hing me intussen mijlenver de keel uit! En wat zat hij nou dom te blaten over dat er hier geen wegen waren? Ik stond hier toch zeker op een station! “Waarom hebben ze hier dan een station neergezet? Als er hier niks te beleven is?” bitste ik. “De eigenaar van deze grond heeft destijds meebetaald aan de aanleg van de spoorlijn,” antwoordde MacKilt op een toon die alles moest verklaren. Hij had er bij mij geen succes mee. Ik snapte er tenminste geen hout meer van. “Nou, dat zal dan wel,” antwoordde ik uiteindelijk. “Misschien kunt u me dan een hotel aanbevelen? Dan stap ik weer eens op.” En weet je wat die viespeuk toen zei? “Ik ben bang dat er hier geen hotels zijn, mevrouw. Maar ik kan u mijn logeerkamer aanbieden.” “Dat had je echt gedroomd!” brulde ik kwaad. Ik draaide me op mijn hakken om en liep zonder groeten de Tea Room uit. Wat dacht die vent wel niet? Dat hij mij met een paar domme smoesjes even zijn bed in kon sleuren? Mooi niet! Ik stampte over het roodbruine grit van het perronnetje, stak de rails over en sloeg met stevige pas een soort van verhard zandpad in, dat dwars door de hei liep. Als ik een beetje doorstapte, was ik ongetwijfeld zo weer bij de bewoonde wereld. Waar die dan ook mocht zijn... Dat kan! CHEESECAKE & KILTS is voor € 16,95 te koop bij alle boekwinkels en internetshops! BESTEL CHEESECAKE & KILTS BIJ BOL.COM Op de site van bol.com staat ook een inkijkexemplaar. Let op: Bol.com rekent verzendkosten. BESTEL CHEESECAKE & KILTS BIJ BRUNA.NL - bij afhalen in de winkel geen verzendkosten BESTEL CHEESECAKE & KILTS BIJ COSMOX (geen verzendkosten) Wil je er een gratis boekenlegger bij? Neem dan een kijkje in Anita's webwinkeltje! |
|
|
Lees een stukje uit "CHEESECAKE & KILTS"