|
|
|
|
copyright © Anita Verkerk Proloog “Nee! Nee, dit kan helemaal niet!” Helemaal verbijsterd staarde Marina van Houten naar de roze streepjes op de zwangerschapstest, die steeds duidelijker zichtbaar werden. Twéé roze streepjes... Maar dat kon gewoon niet. Dat was niet waar! Marina stak een stukje van haar duim in haar mond en begon heftig op de nagel te knagen. Maar natuurlijk, dát was het! Ze had de gebruiksaanwijzing niet goed begrepen. Die twee lijntjes waren vast de controlestreepjes om er zeker van te zijn, dat je de test goed gedaan had. Als er helemaal niks te zien was of je zag maar één lijntje... Dan was je in verwachting. Toch? Zonder te merken wat ze deed, spuugde ze een afgeknaagd stukje nagel op de grond en graaide een dicht bedrukt dun velletje papier van de bruine houten parketvloer. Ze streek het glad en legde het naast de zwangerschapstest op tafel. “Het resultaat is positief als er in beide vensters lijnen zichtbaar zijn,” las Marina zichzelf hardop voor. “Namelijk controlelijn C in het ronde venster en testlijn T in het hartje-venster.” Marina drukte haar vingers tegen haar lippen en keek met samengeknepen ogen naar testlijn T, die ontzettend vals naar haar leek te grijnzen. Ze draaide haar blik snel opzij, maar daardoor vielen haar ogen op het laatste regeltje van de gebruiksaanwijzing. ‘Ook bij een lichte testlijn is het zwangerschapshormoon HCG waargenomen in uw urine. U bent zwanger.’ “Zwanger...” prevelde Marina en ze drukte haar beide handen tegen haar buik. “Maar hoe...” Tja, dat was wel duidelijk natuurlijk. Ze was een paar maanden geleden met de pil gestopt, omdat ze op de meest ongelegen momenten ongesteld werd. Daarbij liep ze ook nog eens voortdurend te janken én ze had totaal geen zin in vrijen. Maar Olaf wilde elke dag wel iets gezelligs doen en daardoor kregen ze de ene ruzie na de andere... “Waar ben jij nou mee bezig?” klonk opeens een zware mannenstem achter haar. “Wat is dit voor zooi?” Marina draaide zich met een ruk om. “Olaf? Jij moest toch naar Aalsmeer?” “Aalsmeer is verzet naar volgende week.” De sportieve man met de blonde haren keek Marina onderzoekend aan. “Wat spook jij allemaal uit, als je denkt dat ik er niet ben?” Marina trok een onschuldig gezicht. “Niks bijzonders hoor.” Olafs wijsvinger wees priemend naar de zwangerschapstest. “En wat is dat dan voor rare thermometer? Of is het een injectiespuit? Je bent toch niet aan de dope?” “Dat is helemaal geen spuit!” bitste ze verontwaardigd. “Hoe kom je bij die onzin?” “En wat is het dan wel?” Marina baalde als een stekker. Ze had absoluut geen zin om Olaf de waarheid te vertellen. Ze wist immers al precies hoe hij zou reageren, want Olaf had een pesthekel aan kinderen. Dus had ze nu even helemaal geen behoefte aan zijn commentaar, want ze was zo al genoeg in de war. Olaf greep haar stevig bij haar schouders. “Komt er nog wat van?” ging hij door met het kruisverhoor. “Wat is dat voor ding?” Ze draaide haar ogen van hem weg. “Dat is alleen maar een eh... een klein testje.” “Wat voor test? Je hebt toch geen soa?” Het klonk verschrikt. “Nee eh... het is een eh...” Haar stem brak af. “Marina Teguise van Houten!” bulderde Olaf. “Geef je nou nog antwoord of niet?” “Het is een zwangerschapstest!” gilde ze wild. “Ik ben zwanger!” Hij trok zijn wenkbrauwen misprijzend omhoog en liet haar los. “Zeg dat dan meteen.” Hij wees naar de vaste telefoon, die op een tafeltje in de hoek van de gezellig ingerichte kamer stond. “Maak maar gelijk een afspraak.” “Een afspraak?” “Ja, ben je suf of zo? Voor een abortus natuurlijk. Wat anders?” “Ja maar, ik weet het nog maar net. Misschien klopt het wel helemaal niet.” “Begin je nou terug te krabbelen?” Olaf griste de gebruiksaanwijzing van tafel, stond even aandachtig te lezen en knikte. “Er mankeert niks aan die testen hoor. Negenennegentig procent betrouwbaar staat hier.” Met zijn andere hand pakte hij het teststaafje, bekeek het van alle kanten en legde het met een klap terug op tafel. Daarna veegde hij zijn vingers aan het tafelkleed af. “Smerig ding eigenlijk. Heb je daar overheen staan piesen?” “Alleen over het binnenste. Daarna moet er een dop op.” Olaf snoof. “Is er al koffie?” “Ja, de kan staat op het aanrecht, maar ik...” Olaf liet haar niet uitspreken. “Oké, schenk ik een bakkie in, terwijl jij belt. Kan ik gelijk mijn handen even wassen.” Hij draaide zich met een ruk om en liep in de richting van de keuken. Marina haalde diep adem. “Maar ik weet toch nog helemaal niet wat ik wil,” zei ze tegen zijn rug. “Maar ik wél,” snauwde hij vanaf de drempel. “Jij laat zo gauw mogelijk een abortus doen.” “Maar het is een kindje!” “Kindje, ammehoela. Hou even op met dat sentimentele gedoe zeg. Het is alleen maar een klomp cellen, meer niet.” Hij stampte de kamer uit en knalde de deur achter zich dicht. Marina huiverde en sloeg haar beide armen om zichzelf heen. Dit was Olaf ten voeten uit. Kordaat, beslist en recht voor zijn raap. Toen ze hem net kende, had ze dat echt geweldig gevonden. Een man, die zo precies wist wat hij wilde. En zo snel. Zij was meer van het type dat overal eindeloos over na moest denken. Maar daar gaf Olaf haar eenvoudig de kans niet meer voor. Want voordat zij pap kon zeggen, had hij het besluit al genomen. Marina zuchtte diep. Als ze eerlijk moest zijn, was dat ook de reden waarom ze vorig jaar zo hals over kop met Olaf was gaan samenwonen. Hij had geen zin meer gehad om steeds maar van Utrecht naar haar stekkie in Nunspeet te rijden en zonder haar te vragen had hij alles snel geregeld. Haar vage protesten dat zij door de verhuizing haar leuke job in het familiehotel zou verliezen, had hij eenvoudig weggewuifd met de mededeling dat zij bij een kennis van hem aan het werk kon. Marina wreef over haar neus. Helaas bleek dat een ongelofelijk saai baantje in een duf bedrijf te zijn. Met ook nog eens een draak van een cheffin, die haar het leven zo zuur mogelijk te probeerde maken. Ze had het daar totaal niet naar haar zin, maar dat interesseerde Olaf geen biet. In de zak van haar jeans ging haar mobieltje af. Marina viste het telefoontje tevoorschijn en bekeek het display. Bibi. Ze drukte haastig op het knopje, maar voor ze iets kon zeggen, hoorde ze haar vriendin al roepen: “Hoi Mar, weet je al wat?” “Ja, het was positief.” “Nee toch!” kwam het antwoord van haar vriendin. “En nou?” Marina kneep haar lippen op elkaar. “Geen idee.” “Wat zeg je? Praat eens wat harder.” “Dat gaat niet,” fluisterde Marina. “Olaf kwam onverwacht thuis.” “En die weet...” “Yep, hij weet het al.” “Da’s balen zeg. Laat je door die vent niks aanpraten hoor.” Er klonken zware voetstappen op de gang en er ging een verschrikte schok door Marina heen. “Ik moet ophangen, ik spreek je nog,” ratelde ze haastig en ze stopte haar mobiel in ijltempo weg. Amper een tel later knalde de deur open. “En?” baste Olaf dreigend. “Wanneer kun je bij die kliniek terecht?” Marina haalde wat vaag haar schouders op. “Dat weet ik nog niet, want...” “Je hebt nog niet gebeld.” Met een klap zette Olaf een grote mok koffie voor Marina op de tafel. “Dan regel ik het wel even.” “Ze waren in gesprek,” jokte Marina. “Vast wel,” zei Olaf op een schamper toontje. Al pratend pakte hij het telefoonboek onder het kastje vandaan en begon daar fluitend in te bladeren. Hoofdstuk 1 Het was heerlijk warm in de smalle straatjes van het historische stadje Teguise. De ronde keitjes van het plaveisel lagen te genieten in de stralende zon en bij veel eeuwenoude stenen huizen stonden de grote groengeverfde houten deuren wijd open. De intense stilte werd alleen verstoord door het geluid van ratelende kofferwieltjes en het vermoeide geklak van een stel hoge hakken. “Ik had Olaf niet zo voor het blok moeten zetten,” mompelde Marina voor de zoveelste keer tegen zichzelf. “Dan had ik nu nog gewoon een baan gehad en een fijne vriend.” Ze bleef zuchtend staan, trok het vrolijke zonnehoedje van haar wilde bos donkere krullen en veegde met de achterkant van haar hand over haar bezwete voorhoofd. ‘Fijne vriend’ was natuurlijk niet helemaal de juiste benaming voor een vent die je zomaar in de steek liet, als je onverwacht zwanger was. ‘Als jij die baby zo nodig wilt, zoek je het maar lekker uit’, echode de woedende stem van Olaf in haar hoofd. En meteen daarna hoorde ze in gedachten ook de stem van haar cheffin op een vals toontje zeggen: “Als je nu vakantie opneemt, Marina van Houten, dan hoef je hier niet meer terug te komen.” Mar zuchtte opnieuw. Ze had zich niet moeten laten provoceren. Door haar cheffin niet en door Olaf ook niet. Tegen haar cheffin had ze gewoon vriendelijk moeten glimlachen en onderdanig ‘ja’ moeten knikken. Ze had immers in de afgelopen maanden niks anders gedaan als dat stomme mens het weer eens niet goed vond, dat ze een dagje vrij nam. Maar ja... Deze keer had ze zich door de opspelende zwangerschapshormonen niet meer kunnen inhouden en in plaats van braaf naar haar computer terug te lopen en verder te gaan met het uitdraaien van de volgende portie oersaaie rekeningen, had ze haar cheffin toegesnauwd, dat het mens een belachelijk grote neus had en dat zij, Marina, niet eens meer voor zo’n mismodel wilde werken. Daarna was ze flink stampend de directiekamer uitgezeild en had de deur keihard achter zich dichtgesmeten. Oké, dat was heel even natuurlijk een geweldige opluchting geweest, want ze had er al een hele poos van gedroomd om dat ellendige stuk uitgedroogde bloembol van een cheffin eens haarfijn te vertellen hoe ze over haar dacht. Maar om dit dan ook echt in de praktijk te brengen, was natuurlijk het stomste wat ze ooit had gedaan. En voor Olaf gold hetzelfde. Ze had met hem mee moeten praten en hem wijs moeten maken dat ze natuurlijk heel braaf naar die door hem gemaakte afspraak bij de abortuskliniek zou gaan. Olaf was daar toch niet komen opdagen, want hij kon absoluut niet tegen bloed. Die viel bij wijze van spreken al flauw, als hij zich in zijn vinger sneed. Ja, zo had ze het moeten spelen! Gewoon zeggen, dat het gebeurd was. En als ze dan over een maand of vier steeds dikker was geworden, had ze altijd nog kunnen beweren, dat er in die stomme kliniek vast iets misgegaan was. Dat ze er eentje van een tweeling over het hoofd gezien hadden of zo. En dan was Olaf er vast heel anders over gaan denken. Zeker weten! Mar beet op haar lip en schudde triest haar hoofd. Met al dat ‘had ik maar dit en had ik maar dat’ schoot ze geen centimeter op. Ze moest de harde feiten onder ogen zien. En die waren niet leuk. Want was er de lol nou van om hier, in een zonovergoten stad midden op Lanzarote, letterlijk peentjes te lopen zweten? Het was al ontzettend dom geweest om alles zomaar achter te laten en op stel en sprong naar Lanzarote te vliegen, maar wat moest ze in vredesnaam in dit verlaten Teguise? Oké, tante Laura runde hier al jaren een knus hotelletje en natuurlijk was het niet meer dan netjes om haar een bezoekje te brengen. Maar dat hoefde echt geen week te duren. Tja, als tante Laura niet zo overdreven heftig had aangedrongen, dat ze beslist meteen naar Teguise moest komen om bij haar te logeren, was ze daarstraks dus gewoon met de bus naar Puerto del Carmen gereden en had ze daar een kamer genomen in een leuk hotel aan de boulevard. Dan had ze nu al lekker onder een wuivende palmboom op een goudgeel strandje kunnen genieten van de zon. En geen rust gehad... Want in het vliegtuig had ze zich steeds maar af zitten vragen of het kleine monumentje voor haar moeder nog in de wegberm zou staan. Tja, monumentje was natuurlijk een groot woord voor het stapeltje stenen dat zij zo’n vijf jaar geleden eigenhandig naast de straat had opgebouwd, met het kleine portretje van mam en een bosje gedroogde rozen er bovenop. Precies op de plek waar haar ouders in hun sportieve open cabrio door een dronken taxichauffeur uit de koers waren geraakt en het lavaveld waren ingekegeld. Pap was er met een gebroken been en een stel gekneusde ribben vanaf gekomen, maar mam had net haar gordel losgemaakt en achterstevoren op haar stoel gezeten om een sigaret uit haar tasje op de achterbank te kunnen pakken... Ze was uit de auto geslingerd en met haar hoofd ongelukkig op een puntige lavakegel terecht gekomen. Marina huiverde en er trok een waas van verdriet over haar gezicht. Als mam netjes in haar gordel had gezeten, dan was het vast niet zo slecht afgelopen. En dan had haar eigen leven er waarschijnlijk ook heel anders uitgezien. Ze onderdrukte een zucht en schudde langzaam haar hoofd. Wat had ze zich eigenlijk van dit reisje voorgesteld? Haar moeder zou ze hier niet meer vinden. En van het bergje herinneringsstenen was ook niets meer over. Dat was op weg hierheen maar al te duidelijk geworden toen de sacherijnige Canarische taxichauffeur haar op een onbeschoft toontje had toegesnauwd dat de straat intussen verbreed was, omdat er net op dat punt zoveel ongelukken waren gebeurd... Nee, zij had hier in Teguise absoluut niks te zoeken! Het allerliefste nam ze nu alsnog een taxi naar Puerto del Carmen, maar dat zou flauw zijn. Tante Laura zat zich vast al vol ongeduld af te vragen waar haar nichtje bleef. Dus vannacht zou ze in Teguise moeten slapen, daar zat niks anders op. Maar morgenochtend ging ze meteen naar het strand! Of kon ze maar beter de koe bij de horens vatten en gelijk doorrijden naar het vliegveld en op de eerste de beste machine richting Europa stappen? Een rechtstreekse vlucht naar Amsterdam zat er pas zondag weer in, maar er gingen massa’s vluchten naar Madrid en vandaar was ze zo weer in Nederland. Dan kon ze zo gauw mogelijk proberen om haar in de soep gelopen leven weer een beetje op de rails te krijgen. Met weglopen schoot ze immers ook geen biet op. Als ze haar cheffin haar excuses zou aanbieden, dan... Marina’s gezicht betrok. Het was wel duidelijk hoe de cheffin daarop zou reageren. Dat vreselijke mens lachte haar ongetwijfeld vierkant uit en zou haar daarna hinnikend van de pret de deur wijzen. Ach, wat was daar eigenlijk mee verloren? Ze was die waardeloze baan immers al zolang zat? Maar Olaf was natuurlijk een ander geval. Die zou haar - aan haar haren - naar de abortuskliniek slepen en vervolgens met over elkaar geslagen armen in de wachtkamer gaan zitten wachten tot het allemaal voorbij was. Hoewel... alle kans dat dát al niet meer nodig zou zijn. Marina veegde een kriebelende zweetdruppel van haar wang en drukte haar vingers tegen haar pijnlijke buik. Het voelde al een hele tijd niet fijn. Onderweg in het vliegtuig was ze een paar keer naar de wc gelopen, omdat er kort na de start een nare kramp door haar onderbuik was geflitst, die weinig goeds beloofde. En nu kon ze zichzelf wel lopen wijsmaken, dat er helemaal niets aan de hand was, maar diep in haar hart werd ze steeds ongeruster. Misschien was het wel heel erg mis met het baby’tje in wording en als ze niet heel snel maakte dat ze bij tante Laura kwam, kreeg ze hier midden op straat een miskraam. Met een kordate beweging zette Marina het zonnehoedje weer op haar krullen, hing haar schoudertas recht, pakte het handvat van haar koffer weer stevig beet en liep heftig piekerend moeizaam verder. Stel je voor, dat het monumentje voor mam er nog wel geweest was, dan... Ja, wat dán? Dacht ze nou echt dat haar moeder daar aan die kant van de weg nog op haar wachtte en haar raad kon geven? Mam had immers nooit tijd voor haar gehad. Niet echt. En pap trouwens ook niet. Hun werk in het drukke familiehotel aan het Veluwestrand ging altijd voor. Marina snoof. Ze was een paar dagen geleden nog naar pap toegegaan om haar zorgen over het baby’tje met hem te delen en dat was weer het oude liedje geweest. “Hé, kom je weer eens kijken, hoe het met je oude vader gaat, Marientje? Gezellig hoor. Luister, ik moet nu even met meneer van Glanderen over die golfsticks praten en dan drinken we zo dadelijk samen een kop thee. Als jij nou zolang in de lounge even wat servetten gaat vouwen, kom ik zo naar je toe.” Toen ze zo’n honderd servetten later toch maar eens ging kijken waar pap toch bleef, stond hij aan de rand van de tennisbaan het hek te repareren en bleek compleet vergeten te zijn dat zijn dochter op bezoek was. “Luister Marientje, ik maak dit nog heel even af en dan doen we zo samen een bakje, oké?” Ze had vrolijk naar hem gelachen en had daarna in de lounge haar jasje gehaald. Na een verdrietige blik op de keurige stapel gevouwen servetten was ze, met een enorme brok in haar keel, naar Utrecht teruggereden. Omdat Olaf de enige parkeervergunning die bij hun huisje hoorde natuurlijk voor zichzelf geclaimd had, (‘Ja hoor eens, Marina, ik ben natuurlijk de hoofdbewoner hier’), zat er voor Marina niks anders op dan haar autootje buiten het betaalgebied bij een flat neer te zetten en nog twintig minuten naar huis te gaan lopen. In de etalage van het reisbureau hadden ze net een nieuwe kleurige poster opgeplakt. Van een zonovergoten vulkaanlandschap, waar je onder een intens blauwe lucht twee kamelen kon zien liggen. Ook zo’n zin in vakantie? Ga naar Lanzarote! En Marina had ineens geweten wat ze moest doen. Mam natuurlijk! Ze wilde naar mam! Mam kon haar vast wel helpen met deze ontzettend moeilijke beslissing. Want het was nogal niet wat, om te moeten kiezen tussen je vriend en je kindje... Dus was ze op een holletje het reisbureau binnengedraafd en had een ticket naar Lanzarote geboekt. Daarna had ze tante Laura gemaild dat ze er een paar daagjes tussenuit ging en in de loop van de week een kopje thee kwam drinken. En Laura had niet enthousiaster kunnen reageren. “Niks kopje thee. Je komt hier natuurlijk logeren! Dan zal ik je eens ouderwets verwennen met lekkere hapjes.” Marina kon zich niet herinneren dat tante Laura haar ooit verwend had met lekkere hapjes, maar ze vond het toch sneu om het goede mens teleur te stellen en ze had meteen beloofd om naar Teguise te komen. En daarom liep ze nou hier, in dit zweterige oude stadje... Diep in gedachten sloeg Marina een hoek om en kwam op een gezellig pleintje, waar een stevig verkoelend briesje waaide. Ze keek zoekend om zich heen, maar hoewel het pleintje haar natuurlijk best bekend voorkwam, had ze geen idee hoe ze nu verder moest. Het was ook al zo lang geleden dat ze hier voor het laatst gelopen had en bovendien was de weg zoeken nooit haar sterkste punt geweest. Als er ooit nog eens een kampioenschap Verdwalen werd bedacht, maakte zij een flinke kans om de hoofdprijs te winnen. Dus kon ze de routebeschrijving, die tante Laura haar op de valreep had gemaild, maar beter nog eens bekijken. Marina viste het vel papier uit haar zak en vouwde het langzaam open. Het was een op de computer gescand vaag plattegrondje van Teguise, waarop Laura met een nog vager kriebellijntje de route had aangegeven. ‘Dit stuur ik vooral voor de zekerheid, want elke taxi-chauffeur weet het adres zo ook wel te vinden’ stond er in hanenpoten naast gekrabbeld. Marina wreef over haar neus. Tante Laura was er helemaal van overtuigd geweest dat zij een taxi zou nemen, dus stelde de routebeschrijving helaas niet veel voor. Tja, tante had natuurlijk ook niet kunnen weten, dat de rammelende taxi na een vreselijk bonkende horror-rit bij het inrijden van Teguise ook nog eens door zijn vering was gezakt. Het had het stuk verdriet van een chauffeur niks uitgemaakt, die was gewoon heftig bonkend en schuddend over de hoekige kinderhoofdjes verder gereden. Maar Marina had al genoeg last van haar buik en ze was - uiteraard onder de nodige boze kreten van de chauffeur - uitgestapt om het laatste stukje van de route maar gewoon te lopen. Marina tilde haar zonnebril een stukje op en tuurde naar de wirwar van lijntjes en streepjes op het kaartje. Zo te zien moest ze dit plein oversteken en dan ergens achter het nostalgische kerkje een steegje door. Er schoot luid knetterend een scootertje vlak achter haar langs en Marina maakte een sprongetje van pure schrik. Haar vingers verloren hun grip op het plattegrondje en de wind blies het meteen uit haar handen. Het papiertje fladderde langs de rand van het pleintje en waaide vervolgens een uitnodigend openstaande voordeur in. Shit zeg! Waarom moest dat nou altijd? Ze had wel problemen genoeg! Marina liet haar koffer los en haastte zich naar het oude verzakte huis. Op het tochtige stoepje bleef ze wat aarzelend staan en zette haar zonnebril af om de situatie in de schemerige gang wat beter te kunnen bekijken. De print lag helemaal achterin opgekruld naast een trap op de vale plavuizen vloer, amper een meter van een wijd openstaande kamerdeur. Om dichtwaaien te voorkomen, had iemand er een grote leunstoel tegenaan geschoven. Zou ze even stiekem naar binnen glippen, het papier van de vloer grissen en maken dat ze weg kwam? Nee, dat was natuurlijk geen optie. Er was vast iemand binnen, want anders zouden die deuren niet zo zorgeloos openstaan. Marina keek zoekend rond naar een bel of een ander attribuut om de bewoners te kunnen laten merken dat ze op de stoep stond, maar aan dat soort nieuwerwetse dingen deden ze in het eeuwenoude Teguise blijkbaar niet. “Hola, buenas tardes!” riep ze luidkeels het gangetje in. “Is daar iemand?” Ze kreeg een woest geblaf als antwoord en nog geen tel later kwam er een geelbruine hazewindhond uit de openstaande kamer spurten, die fanatiek kwijlend naar haar keel begon te happen.
Dat kan! BESTEL HEIMWEE NAAR LANZAROTE BIJ BOL.COM Wil je voor een feestdag of gewoon voor jezelf een speciaal gesigneerd exemplaar kopen? Dat kan! Neem een kijkje in Anita's webwinkeltje! |
|
|