|
|
|
|
copyright © Anita Verkerk De zon scheen stralend boven de Alpen en vanuit de cockpit van het hemelsblauwe vliegtuig was het uitzicht adembenemend. Maar co-pilote Rozemarijn Veninga had totaal geen aandacht voor de met glinsterend ijs bedekte rotspieken en de grillige bloemkoolwolken om haar heen. "Marco Polo approach, KLM 043, passing flight level niner zero, decending flight level five zero," prevelde ze in haar microfoon. Er klonk een hoop gekraak in haar koptelefoon en de verkeerstoren van de Venetiaanse luchthaven antwoordde bijna meteen: "KLM 043, Marco Polo approach, identified, descend 2000 feet." Er droop een zwaar Italiaans accent uit de aanwijzingen.
Al dalend liet het vliegtuig de bergen achter zich en het prachtige uitzicht maakte plaats voor een grijze wolkendeken. "KLM 043, Runway 4 right, cleared to land," kraakte de stem van de verkeerstoren in haar oor. Rozemarijn tuurde met samengeknepen ogen uit het raam op zoek naar de landingslichten. "Dat is mooi gesproken, jongen," mompelde ze in zichzelf, "maar ik zie geen runway 4. Ik zie helemaal niks." Ze tikte de knappe man in het donkerblauwe uniform naast haar lichtjes op de gouden biezen van zijn mouw. "Ik zie de baan niet, Wouter." Zonder zijn ogen van de tientallen uitslaande metertjes los te maken, haalde de captain zijn schouders op, terwijl zijn hand de gitzwarte zware hendel die tussen hen in omhoog stak, stevig omklemde. "Het is nog 250 voet tot de minimums. We zijn er zo wel weer uit," antwoordde hij ontspannen. Maar ze waren er niet ‘zomaar’ weer uit. Terwijl het vliegtuig lager en lager zakte, probeerde Rozemarijn dwars door de wolkenflarden heen te kijken, maar de landingsbaan was nergens te bekennen. Het begon erom te spannen. "Zie je echt niks?" vroeg Wouter. "We zitten bijna op minimum." "Nee, dat gaat hem niet worden, Wouter. Go around." Captain Wouter wierp een snelle blik uit het raam. "Go around," herhaalde hij. "Flaps 15, check thrust. Gear up, set heading select." De gashendels schoven naar voren en terwijl Rozemarijn in een ijltempo allerlei knopjes omzette, schoot de Boeing 737 met luid brullende motoren heftig schokkend de lucht weer in.
De onverwachte doorstart bleef in het passagiersgedeelte van het vliegtuig niet bepaald onopgemerkt en van alle kanten klonken er verschrikte kreten. Journaliste Lianne van de Bor werd achterover gedrukt in haar stoel en door het piepkleine raampje zag ze een grote grijze vleugel op zich af komen. "We storten neer," kreunde ze ontzet, maar haar stem kwam amper boven de gigantische herrie van de motoren uit. De blonde passagier op de stoel naast haar legde een warme hand op haar schouder. "Niks aan de hand," zei zijn donkere mannenstem geruststellend in haar oor. "Ze zullen het wel niet kunnen zien door al die mist. We gaan alweer recht vliegen, merk je wel?" Bibberig keek Lianne uit het raampje, maar behalve het spiegelbeeld van een verschrikte jonge vrouw met grote angstogen en knalrood kort haar zag ze niet veel. “Dames en heren, Rozemarijn Veninga hier vanuit de cockpit,” kraakte een vrolijke vrouwenstem vanuit het luidsprekertje boven Lianne’s hoofd. “Door het slechte zicht hebben we onze landing even moeten uitstellen. Wij gaan zo dadelijk opnieuw aanvliegen, maar omdat we niet de enige zijn, moeten we achteraan aansluiten in de rij. Ik wil u dan ook verzoeken nog wat geduld te hebben.” Het toestel schokte heftig en Lianne drukte haar hand tegen haar mond. Ze was me toch misselijk. Ze wilde eruit! “En zoals u vast wel heeft gemerkt,” vervolgde de stem van de co-pilote opgewekt, terwijl er alweer een lelijke schok door het toestel ging, “het is een beetje turbulent in de onderste luchtlagen. Blijft u daarom rustig op uw stoel zitten tot wij geland zijn. Ladies and gentlemen, the cockpit here...” Terwijl Rozemarijn haar boodschap in het Engels herhaalde, mopperde Lianne verontwaardigd: “Een béétje turbulent. Dat is het understatement van het jaar. En ik snap ook niet waarom dat mens zo vrolijk zit te doen.” De man op de stoel naast haar, begon te grinniken. “Ze wil ons geruststellen. Dat is haar werk.” “Het is haar werk om te landen. Ik wil eruit!” “Nog even volhouden, Lianne. Vind je het zo erg om te vliegen?” Lianne keek opzij. Hij had haar naam onthouden. Maar hoe heette hij ook al weer? Verdraaid, ze was ook zo slecht met namen onthouden. Een gezicht vergat ze nooit meer, maar de naam die erbij hoorde, ging haar meestal het ene oor in en het andere weer uit. Dat was af en toe best lastig. Hij had leuke ogen, deze man. Blauwgrijs waren ze. En knap was hij ook. “Wat zit je me nou aan te staren?” vroeg hij en de blauwgrijze ogen boorden zich in die van haar. Lianne haalde diep adem. Nou was ze niet alleen misselijk, nou ging ze ook nog zitten blozen als een vers gekookte kreeft. “Michael.” “Oh ja, natuurlijk. Michael. Sorry.” Hij glimlachte naar haar. Verdraaid, waarom deed hij dat nou? Ze kreeg het subiet nog warmer. “Het gaat weer beter met je,” constateerde Michael en hij keek haar opnieuw indringend aan. “Je ziet al niet meer zo wit.” Lianne slikte.
Dat kan! Heisa in Venetië ligt nu volop in de boekhandel voor maar 11,95! |
|
|