|
|
|
|
![]() “Dat is dan afgesproken,” zei de goedgebouwde, donkerblonde man zacht. Zijn hand bewoog over het bruin geïmpregneerde tafelblad in de richting van de dikke, crème-kleurige enveloppe. “Ze moet helemaal weg,” kwam het kordate antwoord van de overkant van de tafel. “Het beste lijkt me... het veen. In een slootje.” “Het veen,” herhaalde de man met een knikje. “Oké.” “Dat begrijp ik. Maar zo hebt u alle tijd om spoorloos te verdwijnen.” “Heel attent van u,” zei hij en zijn vingers kropen nog iets dichter naar de enveloppe toe. “Het moet pijnloos gebeuren, meneer,” vulde de stem aan. “En de kinderen mag niks overkomen. Absoluut niet!” “Die kunt u maar beter uit logeren sturen,” raadde hij aan. Dat zou je altijd zien. Was de deal rond, begonnen ze te zeuren! “Dat kan niet,” antwoordde de stem. “Dan... dan moet het allemaal anders. Daar is geen tijd meer voor. Het moet vanavond!” “Wat u maar wilt,” antwoordde hij. Zijn vingers kregen eindelijk houvast op het gelige papier. Gretig trok hij het gevulde couvert naar zich toe, vouwde de achterflap omhoog en inspecteerde de inhoud.
Honderd gebruikte bankbiljetten in kleine coupures. En een huissleutel. “Goed. Maar meteen als de klus geklaard is, hoor.” Hij stond op. “Afgesproken. Morgen wil ik de rest van mijn geld.” Een knikje, gevolgd door een diepe zucht. “Waar?” Hij stak zijn hand op. “Dat hoort u nog. Ciao.” “Denk om de kinderen.” Hij snoof, draaide zich om en liep haastig de stationsrestauratie uit. Met een klap sloeg de deur achter hem dicht. Zuster Katja boog zich langzaam over het lege ziekenhuisbed. Katja duwde de slip van het laken geroutineerd onder het matras en helde nog wat verder voorover om ook de andere kant in te stoppen. Achter haar zwaaide de deur geluidloos open en een knappe, donkerharige man stapte het zaaltje in. Hij zag er adembenemend uit in de witte doktersjas die zijn gespierde schouders maar amper bedekte. Een glanzende stethoscoop bungelde losjes op zijn borst. Er krulde een lachje om zijn lippen, dat hem een puur mannelijke uitstraling gaf. Met grote stappen beende hij over de met grijs linoleum bedekte vloer en stak beide armen uit naar Katja. Alsof hij op het punt stond om haar te wurgen. Katja voelde zijn warmte dwars door de dunne stof van haar jurk en heel even ging er een steek van verlangen door haar lichaam. Maar haar handen streken rustig een plooitje in de deken glad en haar gezicht verraadde niets van wat er zich in haar binnenste afspeelde. Tot zijn handen haar schouders raakten. Toen kromp ze in elkaar van schrik. “Ik ben het,” zei zijn stem in haar oor. “Ik ben het. Rens!” Langzaam draaide ze haar hoofd naar hem om en terwijl ze dat deed, bewoog de rest van haar lichaam mee. Zo belandde ze regelrecht in zijn armen. “Rens!” Het was niet meer dan een zucht. Een kreun van verlangen. Hij keek haar aan en zijn gezicht overbrugde de afstand tussen hen in één soepele beweging. Zonder nadenken opende ze haar mond. Maar zijn tong deed niet wat ze van hem vroeg. Integendeel. Zijn lippen lieten de hare los en hij gebruikte die nu om speels over haar wang te strelen. De vlammen sloegen haar uit. Hè, waarom moest dat nou? Straks dacht hij nog... Plagend begon hij aan haar oorlelletje te knabbelen, maar intussen hoorde ze hem fluisteren: “Niks geen getongzoen, Jasmijntje. Dat mocht je willen.” Ze trok haar hoofd terug en keek hem even diep in zijn heldere bruine ogen. Wat dacht hij wel niet? Dat alle vrouwen zomaar voor hem vielen? Nou, zij niet!“Kus me,” fleemde ze, “Rens, kus me. Alsjeblieft!” “Katja. Een kus is niet genoeg. Ik wil alles. Ik wil...” Hij maakte zijn zin niet af, maar trok haar vol hartstocht tegen zich aan.
Tegelijkertijd voelde ze iets hards tegen haar buik duwen. “Rens. Dit.. Dit kan niet... Dit...” Hij lachte. “Het kan heel goed. Let jij maar op.” Zijn handen gleden ongegeneerd over haar jurk en zochten hun weg naar beneden. Intussen drukte hij zijn mond weer vurig op die van haar. Dit keer gleed zijn tong over haar onderlip, zoekend, plagend, vragend. Nou, dat kon hij vergeten. Ze was echt niet zo stom om ‘m weer open te doen! Hij bereikte de zoom van haar jurkje en trok het omhoog, zodat behalve haar string nu ook haar bijpassende kanten behaatje zichtbaar werd. Ze streelde over zijn bruine krullen en gaf zachte kneepjes in zijn nek, terwijl zijn tong langzaam likkend naar beneden gleed. Over haar borsten, langs de gouden piercing in haar navel naar de zachte krulhaartjes, die onbekommerd boven het bandje van haar string naar buiten sprongen. Als hij nou maar niet te ver omlaag ging. Als hij zich nou maar een klein beetje in wilde houden! Anders kreeg zij zo weer een rood hoofd. Maar dokter Rens ging onverdroten verder en gaf kusjes op het zwarte satijn. Ze kon er niks meer tegen doen. De passie sloeg in golven door haar heen en het kostte geen enkele moeite meer om opwinding te veinzen. Dit werd echt vervelend. Hij was gewoon een ongelofelijk lekker stuk. En het ergste was nog wel, dat hij dat zelf zo goed wist. Op dat moment klapte de deur open en een schelle stem riep: “Wat krijgen we nou? Blijf van mijn man af!” “STOP!” riep de floormanager. Jasmijn ademde diep uit en schoof haar jurkje haastig naar beneden. Daarna trok ze de speld uit het stijve verpleegsterskapje en haar lange blonde haar golfde als een waterval over haar ranke schouders. “Staat het er eindelijk op?” vroeg ze aan niemand in het bijzonder. Haar stem was hees. “Kan volgens mij niet beter,” zei de spetter naast haar, terwijl hij de doktersjas van zijn lijf stroopte en de stethoscoop losjes op het bed mikte. Zijn rode shirt en blauwe spijkerbroek gaven hem op slag een totaal andere uitstraling. Maar hij bleef een weergaloze hunk. Misschien was hij nu nog wel knapper.Jasmijn onderdrukte een zucht. “Das mooi,” reageerde ze zo koeltjes mogelijk. “Ik heb zin in tonic.” “Damesdrankje,” was zijn korte commentaar.Ze stak haar tong naar hem uit. “Weet je wat ik zo leuk vind aan jou, Fabian de Groot?” “Nou, Jasmijntje van Hooghenduyn?” “Jij bent zo lekker complimenteus.” “En jij kunt prachtig blozen,” zei hij met een ondeugende grijns. Jasmijn voelde de volgende blos alweer omhoog komen, maar ze hield zich groot. Ze plooide haar lippen tot een verleidelijk lachje en knipperde heftig met haar ogen, als een jong meisje dat verlegen de wereld in kijkt. “Ik ben actrice, meneer,” kweelde ze met een hoog stemmetje. “Ik krijg het zelfs warm van een schemerlampje als dat in mijn script staat. Trouwens...” “Jasmijn! Jasmijn, er is telefoon voor je. Je zus.” Haar zus? Waarom zou Isabella haar hier opbellen? Dat deed ze anders nooit. Als er maar niet... Oh natuurlijk. De afspraak om te komen oppassen. Compleet vergeten! Jasmijn draafde het decor uit en rende naar de telefoon. “Bella?” riep ze in de hoorn, nog voor haar zus een woord had kunnen zeggen. “Ik kom er gelijk aan. Sorry, ik was het helemaal vergeten.” “Alweer?” reageerde Isabella wat gelaten. “En ik heb je vanmorgen nog gebeld.” “Ja, sorry. De opnames liepen uit. Ik ga gelijk weg. Geef me twintig minuten. Haal je het dan nog?” “Ja, dat gaat wel lukken. Ik breng de kinderen wel vast naar bed. Doe jij maar voorzichtig.” “Oké. Tot zo.” Jasmijn gooide de hoorn op de haak
en wilde zonder te kijken de set weer op rennen.
Maar met een klap botste ze tegen een warm, sterk lichaam. “Jij boft dat je hoofd aan je lijf vast zit, weet je dat?” grapte Fabian. “Anders zou je dat ook nog ergens laten liggen.” “Wat gaat jou dat aan?” vroeg Jasmijn. “Kun je trouwens even aan de kant? Ik heb haast.” “Dat is duidelijk,” grinnikte hij. “Ga je oppassen bij je zus in Soest?” “Ja. En laat me er nou langs! Ik moet heus weg.” Jasmijn probeerde Fabian opzij te schuiven, maar haar ranke figuurtje was natuurlijk geen partij voor het getrainde mannenlichaam. Dat bleef als een rots in de branding staan, hoe hard zij ook duwde. “Hè Fabian! Doe niet zo flauw. Ik moet echt weg.” Zijn ogen boorden zich een paar tellen diep in die van haar en ze sloeg haar wimpers haastig neer. “Dat werkt bij mij niet,” zei ze zo rustig mogelijk, maar ze hoorde zelf dat haar stem ineens erg schor was. En ze begon ook alweer te blozen. Wat was er toch met haar? Zo knap was hij nou ook weer niet. “Dat werkt bij jou niet?” vroeg hij lachend. “Ik heb een vriend hoor. Ik heb jou niet nodig.” Ze durfde hem weer aan te kijken. “Jammer,” zei hij met alweer een lach in zijn stem. Toen stapte hij eindelijk opzij. “Nou, tot morgen dan maar weer, zuster Katja.” “Tot morgen, dokter,” speelde ze het spel met hem mee en daarna liep ze haastig weg. “Wat loop jij toch steeds met Fabian te slijmen?” hoorde Jasmijn
ineens een vrouwenstem vragen. “Fabian is gewoon aan het dollen.” Al pratend trok Jasmijn haar tas van een haak en keek rond om uit te vinden waar ze nu haar jas weer had gelaten. “Die heeft weer zo’n bui.” “Geloof je het zelf?” vroeg Ella, maar Jasmijn had geen tijd om nog verder te reageren. Ze ontdekte haar jas onder een stapel incontinentiematjes, die het hulpje van de setdresser daar had laten rondslingeren en schoot hem snel aan. Met een vrolijk “Tot morgen allemaal!” spurtte ze de studio uit en draafde op een holletje naar de parkeerplaats. Een paar minuten later stapte Jasmijn in haar felgele Golf, zette haar tas op de stoel naast haar en zocht haar zakken af. Geen sleutels. Met een blik op haar tas probeerde ze te fluiten. Eigenlijk kon Jasmijn dat helemaal niet. In haar vroege jeugd had ze last gehad van een lelijk spleetje tussen haar tanden en hoewel dat intussen professioneel was weggewerkt, zat fluiten er nog steeds niet in. Maar ja... omdat ze haar sleutels altijd wel ergens kwijt raakte, was Isabella met zo’n speciale hanger aan komen zetten. En nou moest ze wel. Na drie pogingen klonk er een gesmoord vrolijk deuntje van de stoel naast haar. “Kip, ik heb je,” zei Jasmijn hardop en ze begon de inhoud van haar tasje door te spitten. Ze vond van alles. Verschillende kleurtjes oogschaduw, die ooit trendy waren geweest, maar die er nu vastgekoekt en vies uitzagen. Het zooitje ongeregeld had zich vermengd met kleverige poederdonsjes, vergeten stukjes kauwgum, een platgedrukte lipstick, gebarsten doosjes met mascara, gebruikte tissues en tientallen rondslingerende tampons. Een uitgeknepen pakje sinaasappelsap lag onschuldig op de bodem. Ja hoor! Bij die auditie van gisteren wilde ze even wat drinken, maar omdat ze onverwacht werd binnengeroepen, had ze het halfvolle pakje zonder nadenken gauw in haar tas gepropt. En nu was het leeg. Nou ja, straks maar opruimen dan. Ze moest nu heus gaan. Ze viste de rammelende bos uit de troep en stak een plakkerige sleutel in het contact. Niets. Nog geen kuchje. Nou dat weer. Kwam dat door het vocht? Ze trok de sleutel terug, veegde ermee over haar jas, en ondernam een tweede poging. Wat nou? Uitstappen en hulp halen dan maar! Ze had echt geen tijd om het allemaal zelf uit te gaan zoeken. Haar zusje wachtte op haar. Terwijl ze zich uit de auto wurmde, zag ze Ella Ten Brugge op een afstandje staan lachen. “Ben je helderziend geworden of zo?” pareerde Jasmijn. “Dat je dat zomaar uit de verte kunt waarnemen?” “Nee. Je hebt vanmorgen gewoon je lichten vergeten,” zei Ella onschuldig. “Huh?” “Ze hebben nog tot elf uur gebrand. Toen gingen ze uit.” “Dat had je dan wel even kunnen zeggen.” “Ik zeg het nou toch,” antwoordde Ella met een gemeen glimlachje. “Oh,” Jasmijn onderdrukte een zucht. “Nou, bedankt dan maar.” Ella kwam wat dichterbij. “Jij moet echt niet denken, dat jij die rol krijgt hoor. Joop wil mij.” Jasmijn besloot om de opmerking te negeren. “Kan ik met je meerijden?” Ella lachte stralend en streek elegant een springerige lok uit haar gezicht. Daarna likte ze sensueel over haar bovenlip. “Nee sorry, ik ben al laat voor die borrel.” Ze draaide zich om en terwijl ze heupwiegend wegliep, wenste ze Jasmijn nog even liefjes veel sterkte met de autopech. Dat kan! Neem een kijkje in Anita's webwinkeltje! ![]() Ga naar de boekwinkel en "zoek" op Verkerk |
|
|