ANITA VERKERK

Lees een stukje uit "ALS EEN ZANDKORREL IN DE WIND"
copyright © Anita Verkerk







ALS EEN ZANDKORREL IN DE WIND

Ze zaten op een bankje aan de rand van de Soester duinen. Hand in hand. De lange gespierde man met de heldere blauwe ogen en het blonde meisje.

"Ik heb die baan", zei Robin zacht. Marja schrok. Ze was er bang voor geweest. Ze had er eigenlijk al een paar nachten van wakker gelegen. Als Robin écht zou weggaan... Zo ver... Hoe moest dat dan? Hoe moest dat dan met háár? Zonder iets te zeggen, staarde ze voor zich uit.

Uit de struikjes aan hun linkerkant kwam een eekhoorntje tevoorschijn. Een grappig bruin beestje, dat zijn enorme krulstaart trots in de lucht stak. Marja keek hem na. De eekhoorn hipte over het warme zand en bleef een eindje verderop nieuwsgierig snuffelen aan de stam van een verweerde oude denneboom. Het luchtje beviel hem blijkbaar, want hij roetste opeens met een vaartje omhoog. Weg. Verdwenen tussen het dichte groen. Zo zou Robin ook verdwijnen. Een jaar. Een héél jaar. Ze zuchtte diep.

Plotseling voelde ze hoe Robin zijn arm om haar schouders sloeg. Heel voorzichtig. Teder haast. "Waarom zucht je?" vroeg hij. Ze haalde haar schouders op. Waarom vroeg hij dat eigenlij? Zou hij nog niet begrijpen, dat zij...

"New York is zo ver..." zei ze zacht.

Hij glimlachte. "Ja, het is heel ver en ik ga lang weg."

Marja zuchtte weer.

"Lieveling", zei Robin, "lieveling..." Hij trok haar nog iets dichter tegen zich aan. "Ik... Ik hou van je. Dat weet je toch?"

Marja knikte.

"Ga je mee? Er is nog tijd genoeg."

"Tijd genoeg? Waarvoor?"

"Om van jou mevrouw Westra te maken", zei Robin zacht.

Marja huiverde ondanks de warme voorjaarsavond. Hoorde ze dat goed? Wilde Robin... Bedoelde hij...?

"Ik wil met je trouwen, lieveling", zei Robin.

Weer ging er een rilling over Marja's rug. Hij wilde met haar trouwen! Ze hoefde hem geen jaar te missen. Ze hoefde hem nooit meer te missen! Hij hield van haar. Hij zou altijd bij haar zijn... Er borrelde een enorm geluksgevoel in haar naar boven. Robin, die lieve Robin. Ze hield zoveel van hem!

"Wat is er, Marja?" klonk Robin's stem, "Had ik... Ben ik... Ik bedoel... Toe, zeg nou wat!"

Marja draaide haar hoofd naar hem toe. Het licht van de ondergaande zon weerkaatste in haar ogen. "Robin", fluisterde ze, "lieve Robin, ik wil vreselijk graag met je trouwen." Ze zag de opluchting in zijn ogen. De blijde glans die alleen voor haar bedoeld was.

"Lieveling", zei hij. Heel voorzichtig raakten zijn lippen de hare. "Meisje van me, ontzettend heerlijk meisje van me."

Marja voelde zijn handen oneindig teder over haar lichaam glijden. Met een glimlach liet ze hem begaan.

De zon was allang onder toen ze eindelijk naar hun fietsen liepen. "Ik ga wel even met je moeder praten", zei Robin zacht.

Marja schudde heftig haar hoofd. Moeder... Ze had geen moment meer aan moeder gedacht! Moeder zou het beslist niet leuk vinden dat haar enige dochter naar Amerika zou gaan.

"Het is maar voor een jaartje", zei Robin, alsof hij haar gedachten geraden had, "Dat moet ze toch kunnen volhouden."

Marja knikte aarzelend, maar er was opeens een raar gevoel in haar maag. Een soort kramp die elke keer als ze haar pedaal ronddraaide erger werd. Moeder... Moeder zou alleen achter blijven. Helemaal alleen. Vader was immers al zo lang dood. Vader...

"Wat kijk je opeens verdrietig?" vroeg Robin.

Er kwam geen antwoord, alleen een diepe zucht.

"Je moeder is een volwassen vrouw", zei Robin, "die begrijpt best dat haar dochter niet tot in lengte van jaren bij haar blijft zitten."

"Ik hoop het", zei Marja, "ze is wat ziekelijk de laatste tijd."

"Weer haar hart?" vroeg Robin.

"Ja, haar hart. Dat is best eng. Ze kreeg laatst zo'n aanval... Ik dacht dat ze er in bleef..."

Robin knikte. "O ja, ik herinner het me. Dat was toen wij samen naar de bios zouden gaan." Hij keek nadenkend voor zich uit. In de verte begonnen de lichten van de spoorwegovergang fel te knipperen en even later hoorden ze de belletjes. Met een sukkelgangetje kwam de boemel naar Utrecht voorbij.

"Weet je", zei Robin, toen het geluid van de trein langzaam weggestorven was, "ik denk dat ik toch maar even met je moeder ga praten."

"Nee", zei Marja en ze schudde heftig haar hoofd. Zo heftig dat ze moeite moest doen om haar gevaarlijk wiebelende fiets weer in het gareel te krijgen. "Nee, ik praat zelf met moeder."

"Zoals je wilt", zei Robin.

Hij reed mee tot voor Marja's huis. Achter de gordijnen van de woonkamer brandde licht. "Ze is nog op", zei Marja. Haar stem klonk onzeker.

"Het komt best goed", zei Robin geruststellend, "je weet zeker dat ik niet even met je mee moet gaan?"

"Heel zeker", zei Marja. Ze keerde haar gezicht naar hem toe en voelde zijn warme adem op haar huid. Toen zijn lippen haar raakten, ging er een rilling van geluk door haar heen. Even ging ze helemaal op in dat zalige gevoel. Het was alsof de tijd een paar tellen stil stond. Zij en Robin, dicht tegen elkaar aan. Nog heel even, dan hoorden ze voorgoed bij elkaar...

Achter het gordijn op nummer 48 was een schim verschenen en er straalde opeens een klein streepje licht over het tuinpad. In een heftige beweging ging het straaltje heen en weer. De twee ineengestrengelde figuren zagen het niet.

Marja liet Robin als eerste los. "Ik moet nu gaan", zei ze zacht.

"Ik bel je morgen", zei Robin, "slaap maar lekker."

"Welterusten".

Hij wachtte tot ze haar fiets in de schuur had gezet en door de voordeur naar binnen was gegaan. Toen reed hij rustig weg. Marja schopte haar schoenen uit en liep naar de kamer.

"Zo", zei haar moeder, "lekker gefietst?"

"Heerlijk", zei Marja, "het is zulk prachtig weer."

"Ja onvoorstelbaar. Misschien krijgen we eindelijk ook eens een mooie zomer."

"Nou, vorig jaar hoefden we anders ook niet te klagen."

"O, dat weet ik niet meer zo. De dingen gaan soms wat van me af." Haar stem was afwezig.

"Ach kom nou, moeder! Je bent net zestig!"

"Toch kan ik het merken", kwam het antwoord, "ik heb het vaak zo benauwd... Misschien doet dat toch wat met mijn hersenen."

"Het zal wel wat meevallen", zei Marja veel flinker, dan ze zich voelde. Wanneer zou ze het aan moeder zeggen? Nu meteen? Of kon ze beter wachten tot moeder in een beter humeur zou zijn? Ze was nou weer zo aan het klagen... Ja, dat was het beste. Het had ook geen haast.

Maar net toen ze besloten had om tot morgen te wachten, zei moeder: "Ik zag mevrouw Westra bij de bakker vanmorgen." Er lag een vreemde klank in haar stem.

Marja schrok. Mevrouw Westra was Robin's moeder. Plotseling was dat rare gevoel er weer. Die akelige kramp in haar maag. "O ja?" vroeg ze zo gewoon mogelijk.

"Ja... Die vertelde dat Robin naar New York gaat." Moeder stopte even met praten en keek om zich heen. "Je wilt vast wel een kopje thee", zei ze toen.

"Graag, maar blijft u nou maar lekker zitten. Ik schenk wel in."

"Welnee kind, ik vind het veel te gezellig dat ik dat voor je kan doen. Nu kan het nog."

"Wat bedoelt u, moeder? Nu kan het nog?"

"Ja..." Een lange stilte. "Ik eh... de dokter zegt dat het niet zo best met me gaat. Ik moet me niet teveel inspannen, zegt hij."

"O..."

"Opwinding... plotselinge schokken... dat is ook helemaal niet goed voor mij. Het hart, hè?" Haar borst ging wild omhoog en ze liet de lucht met een kreun weer ontsnappen. "Ja, wat wil je", vervolgde ze, "Het is de leeftijd..."

Even stond ze doodstil midden in de kamer. Haar gezicht was bleek geworden. "Kom", zei ze toen, "wat moest ik ook al weer? Ik ging wat doen."

"De thee..." zei Marja.

"O ja, de thee." Ze pakte de kopjes en schonk in. Haar hand bibberde een beetje en er gulpte een flinke straal over het schoteltje. "Och, kijk nou toch eens. Wat onhándig van me."

"Ze stelt zich aan", flitste het door Marja heen, maar ze duwde die rare gedachte meteen weer weg. Wat een onzin. Waarom zou moeder dat expres doen? Daar was geen enkele reden voor!

"Zo, hier is de suiker. Drink maar lekker op, kind."

Moeder nam een flinke slok en begon eigenlijk zonder overgang weer te praten: "Dat wordt een stuk rustiger voor jou, kind. Als die Robin weg is, bedoel ik."

"Hoezo moeder?"

"Nou, ik vind dat hij wel erg veel beslag op je legt. De laatste tijd zeker. Je komt nergens meer aan toe."

"Och, ik... Ik... Ik wou..."

Moeder keek haar belangstellend aan. "Ja?" vroeg ze.

"Ik eh... ik wou eigenlijk méé." Het hoge woord was eruit en Marja voelde het bloed naar haar wangen stijgen.

Moeder keek haar scherp aan. "Mee?" aarzelde ze.

"Ja, hij eh... Hij heeft me gevraagd en ik..."

Moeder begon zwaar te hijgen. Haar borstkas ging snel op en neer. "Ik... O... Ik heb het opeens een beetje benauwd... Maar vertel verder kind. Wat heeft hij je gevraagd?"

"Ik ga mee naar New York".

Een gierende kreun. "O, daar heb je het al! Ik kan bijna geen adem meer krijgen." Tot haar schrik zag Marja moeder's borst nu als een bezetene tekeer gaan.

"O moeder!" riep ze verschrikt, "Moeder!"

"Dokter", hijgde moeder, "bel een dokter!" Weer zo'n gierende haal, gevolgd door een afschuwelijk klinkend gereutel. "Dokter! Dokter!"

Marja rende naar de telefoon en draaide in grote haast het nummer van de huisarts. Natuurlijk kreeg ze een antwoordapparaat. Ongeduldig schreef ze het nieuwe nummer op het kladblokje dat altijd bij de telefoon lag en draaide opnieuw. "Met Marja van Ommeren. Kunt u direkt komen? Mijn moeder heeft een hartaanval!"

Ze noemde het adres en ging gejaagd terug naar moeder. Die was inmiddels op de bank gaan liggen met haar benen op een kussentje. Ze hijgde nog steeds vreselijk en haar lippen hadden een akelige blauwe kleur. Maar Marja maakte zich het meeste bezorgd om haar inwitte gezicht. Dit was niet normaal. Straks ging moeder nog d... O, ze wilde er niet aan denken!

Zachtjes streelde ze over de grijze haren. "Moeder... Rustig maar moeder. Dokter komt eraan."

Moeder knikte zwakjes ten teken dat ze haar gehoord had. Haar lippen probeerden Marja's naam te zeggen, maar het lukte haar niet.

"Stil maar moeder. Het komt allemaal goed. Heus waar!"

Een paar minuten later stopten gierende autobanden in de straat. Marja rende naar de hal en gooide de deur wijd open. "Kom maar gauw!" riep ze, "Ze ligt in de kamer."

De dokter stormde zonder iets te zeggen langs haar heen. Marja ging hem na en zag hem bij moeder neerhurken. Met één hand rukte hij zijn stethoscoop uit zijn koffer. "Rustig ademen", zei hij, terwijl hij haar snel onderzocht, "probeert u vooral rustig te ademen. Zo ja: dat is beter... Kucht u eens... Mooi... Goed..." Hij draaide zich om naar Marja. "Heeft ze dit al vaker gehad?"

"Ja, de huisarts dacht aan haar hart..."

De dokter knikte bedachtzaam. "Tja, het lijkt mij eigenlijk meer een zware hyperventilatie..." Hij begon in zijn tas te rommelen en viste er een injektienaald uit. "Vertelt u eens. Is ze al eens in het ziekenhuis onderzocht? ECG en zo?"

Marja haalde haar schouders op. "Dat weet ik niet", zei ze, "ik dacht eigenlijk van niet, maar..."

"Hmmm..." zei de dokter. Hij vulde de spuit met een doorzichtige vloeistof en tikte geroutineerd de lucht eruit. "Tja", zei hij, terwijl hij de naald met een korte beweging in moeder's arm stak, "ik wil haar voor de zekerheid toch maar laten opnemen. Ze is geen patiënt van mij en ik loop liever geen risico." Hij veegde met een watje over de arm en mikte de spuit nonchalant in de prullenbak naast de bank. "Zo... ik zal even bellen. Waar is de telefoon?"

"Hier dokter."

"Ja bedankt. Zoekt u ondertussen de verzekeringspapieren even op?"

"Natuurlijk." Marja rende weg.


Die nacht sliep Marja amper. Steeds weer zag ze het gezicht van moeder voor zich. Zo intens wit in dat grote ziekenhuisbed. Overal slangetjes en piepende monitoren... Eng. Echt eng. Straks was er iets ergs met moeder.

En Robin... Hoe moest dat nu met Robin? Hij ging weg, dat was zeker. En zij...

In het donker streek ze met haar hand over haar wang. Even verbeeldde ze zich, dat het Robin was die haar streelde.

Robin... Nu was hij nog maar een paar straten bij haar vandaan, terwijl hij straks... Of ze zou toch meegaan? Naar dat verre New York... Met moeder hier alleen. Helemaal alleen met haar angsten, haar aanvallen...

Dat kon toch niet? Dat ging niet! Ze kon moeder eenvoudig niet alleen achterlaten. Niet nu. Maar... Dat betekende wel, dat Robin...

Een jaar... Een héél jaar. Twaalf eenzame maanden. Lang, veel te lang. Zolang kon ze niet zonder hem. Maar moeder dan?

Er drupte een traan over haar gezicht. Ze veegde hem niet weg. Kriebelend gleed hij naar beneden en maakte een natte plek op haar kussen.

Moeder... Robin...

Pas tegen de morgen zakte ze weg in een droomloze slaap.

Een paar uur later schrok ze wakker van de telefoon. "Goedemorgen met Medisch Centrum Molendael. Een ogenblikje, ik verbind u door."

Marja's hart sloeg een tel over. Moeder! Er was iets heel ergs met moeder! Dat moest wel, anders zou het ziekenhuis niet bellen...

Het leek een eeuwigheid te duren voor ze doorverbonden werd. "Met zuster van der Kolk... Ik bel even over uw moeder..."

Marja haalde diep adem. Ze mocht niet wegzakken nu. Niet gaan gillen of andere rare dingen doen. Ze moest rustig blijven, beheerst.

"Ja?" dwong ze zichzelf te vragen, maar ze merkte dat haar stem raar hoog klonk.



Meer lezen?

Dat kan!

ALS EEN ZANDKORREL IN DE WIND is in elke boekwinkel nog volop te bestellen!


Geen zin om naar de winkel te kleppen?


Klik hier en bestel je exemplaar bij Bol.com!








Klik hier voor info over de groteletter editie van ALS EEN ZANDKORREL IN DE WIND






ORIGINEEL CADEAUTJE NODIG?

Neem een kijkje bij Bol.com!




*TIP* :-) Eerst een stukje lezen? Klik hier


TERUG NAAR BOVEN


copyright -MX Verkerk-© 2002 Shadow webdesigns - All rights reserved