|
|
|
|
copyright © Anita Verkerk Het was kwart over acht in de vroege donkere ochtend. De wind gierde kermend om de flat en een ijskoude regen sloeg met bakken tegen de ruiten. Echt zo’n dag om weer in bed te kruipen, de dekens helemaal over je hoofd te slaan en een heerlijke winterslaap te houden. Helaas, daar doen mensen niet aan. Die moeten door de meest vreselijke Noordpool-stormen naar hun werk. Een misstand waar ik hoognodig nog eens een politieke partij voor moet oprichten. Als ik tijd heb. Ik gaapte hardgrondig en schoof balend mijn rieten stoeltje naar achter. Daarna sjokte ik suffend naar de vaatwasser en zette met een haast bovenmensenlijk plichtsbesef mijn felgekleurde ontbijtbordje en bijpassende designer-mok in de vaaswasser. Het vrolijke serviesgoed was het enige waar vanochtend nog een beetje leven in zat. En in Maartje natuurlijk. “Je hebt er weer écht zin in, hè Karlijn?” grinnikte Maartje opgewekt. Maartje is een ochtendmens en ook nog eens laaiend enthousiast over het fenomeen winter. ‘Er gaat niks boven een dagje min twintig ’ roept ze dan enthousiast en terwijl ik bibberend in een hoekje zit te kleumen, trekt zij haar schaatsen uit het vet. Trouwens, misschien kan ik Maartje beter een all-weather girl noemen. Ze is ook nog van het type dat bij zware zuidwesterstorm blij op het strand gaat lopen, opgewonden staat te springen als de mussen uit de dakgoot komen vallen van de hitte en de maffe kreet ‘Wat een geweldig gave onweersbui ’ komt ook uit haar koker. Maar verder valt Maartje genoeg mee. We delen deze flat nou alweer een paar jaartjes en ze is er dan ook helemaal aan gewend dat ik ‘s morgens niet bepaald aanspreekbaar ben. En van mijn kant heb ik mijn wurgneigingen bij al dat vrolijke gedoe tot nu toe heel aardig kunnen onderdrukken. Dus je kunt best zeggen, dat we het met ons tweetjes heel gezellig hebben. Overdag dan hè? Want tegen dat ik een beetje wakker begin te worden, valt Maartje om van de slaap. “Waarom zoek je geen andere job, als je hier zo’n hekel aan hebt?” vroeg Maartje voor ongeveer de honderdste keer. Kan ook tweehonderd keer geweest zijn, ik ben de tel intussen behoorlijk kwijt. Ik haalde moeizaam mijn schouders op en mijn automatische piloot prevelde een keurig antwoordje. “Dat maakt immers geen bal uit. Al die grootkeukens zijn hetzelfde. Overal opgewarmd blikvoer en wijn uit kartonnen pakken.” Dat zinnetje hadden de vrolijk beschilderde muren van onze gezellige flat ook al tig keer gehoord natuurlijk en zoals altijd vroeg ik me meteen af waarom ik eigenlijk nog de enorme moeite nam om iets terug te zeggen. Ik wilde helemaal geen geluiden aan mijn hoofd, ik wilde slapen! En dan te bedenken dat ik gisteravond niet eens wat gedronken had. Moet je nagaan in wat voor gruweltoestand ik the-morning-after-de-nodige-trendy-cocktails altijd verkeer. Nou ja, in elk geval leek deze ochtend dus precies op het begin van al die andere saaie winterwerkdagen en ik had er dan ook geen flauw idee van, dat ik vanavond niet met mijn bordje-spaghetti-in-roomsaus-op-schoot van mijn favo soapserie zou kunnen genieten. Hoe zou ik ook? Glaasje-draaien en tarotkaarten leggen zijn absoluut mijn ding niet. Dus nam ik mijn vaste hete douche om wakker te worden, wurmde mezelf in mijn onderhand kleurloze jeans, die bij elke wasbeurt krapper en valer lijkt te worden en probeerde er met behulp van foundation, lippenstift, eyeliner en oogschaduw nog wat te maken. Daarna stak ik mijn tong uit tegen mijn spiegelbeeld, zette een kruisje op het kalendertje, dat opgewekt aangaf dat het vandaag 24 januari was en mompelde tegen mezelf: “Sterkte met blikjes opendraaien, Karlijn.” Een slank meisje met eigenwijze springerige piekharen keek me vanuit de spiegel met holle groene ogen aan, trakteerde me op een scheve grijns en prevelde terug: “Thanks Karlijn. Over 57 dagen is het weer lente hoor.” Ik moest ervan rillen. 57 dagen voor de zon weer een beetje warmer zou worden... Hoe kwamen die ooit om? Maar ja, gister waren het er nog 58 dus het was waarschijnlijk gewoon een kwestie van volhouden. Right? Ik trok mijn jas aan, zette een knalgroene ijsmuts op mijn wilde bos blonde lokken, waar in de winter echt never nooit iets mee te beginnen is en brulde ‘Doei’ tegen Maartje. “Fijne dag nog!” riep die opgewekt. Fijne dag... Hoe kwam ze bij de onzin? Het was nog lang geen weekend. Trouwens, met het aankomende weekend schoot ik geen rode biet op, dan moest ik namelijk weer eens werken. Ik haalde nog maar eens diep adem, trok de buitendeur open en stapte met ware heldinnenmoed de galerij op, waar de ijzige Poolwind me met zware slagregens welkom heette. Dáár zouden ze nou eens lintjes voor uit moeten delen. Voor al die dappere avondmensen die op de meest afgrijselijke tijdstippen vol plichtsbesef naar hun joppie gaan. Ik bedoel, wat is er nou voor bijzonders aan, als je dertig jaar lang lekker warm en op een luxe makkelijke stoel in de Tweede Kamer zit te suffen? Waar je ook nog eens in een chique dienstauto-met-knappe-chauffeur-in-uniform heen wordt gereden? Ben je dan ineens een super-burger, die een koninklijke onderscheiding verdient? Vind ik dus nergens op slaan. Ik nam de lift naar beneden en keek jaloers naar succesvolle zakenvrouw Esmee, ons buurmeisje, die gekleed in de nieuwste Gucci-outfit met haar geleaste knalrode PC Hooft-tractor langs kwam scheuren. Haar gloednieuwe Louis Vuitton handtasje, dat ze me gister zo opschepperig had laten zien, stond ongetwijfeld op de stoel naast haar. Netjes vastgezet met de veiligheidsriem. Of misschien had ze er zelfs wel speciaal een babystoeltje bijgekocht om het wanproduct veilig te kunnen meenemen. Esmee is van het type waar ik altijd groen van uitsla. Van ellende wel te verstaan. Want met dat flutsalarisje van mij kan ik me alleen maar handtassen van de Hema en een kanariegele oma-fiets veroorloven. Die trouwens ooit nog echt van mijn oma is geweest, dus ik kreeg ‘m nog gratis ook. Ik haalde mijn hoogbejaarde karretje uit de berging, duwde ‘m via een veel te smal bandenspoortje langs de stenen trap omhoog en fietste weg. Tenminste, ik moest op de pedalen gaan staan om überhaupt nog een paar centimeter vooruit te komen. Waarvoor deed ik dit eigenlijk? Voor die superbaan van mij soms? Terwijl ik me hijgend door de wind heen worstelde, bedacht ik stinkend jaloers, dat Esmee het heel wat beter getroffen had, dan ik. Niet alleen zat haar trendy kapsel altijd tot op het laatste haartje perfect, ze had ook een hartstikke leuke job in een peperdure modezaak. Erger nog, dat was dus Esmee haar eigen modezaak... Gesponsord door een rijke achter-achter-achternicht, die niet wist wat ze met haar geld moest doen om het op te krijgen... Ik heb natuurlijk nog geprobeerd om aan het mens voorgesteld te worden in de hoop om ook een gulle donatie los te peuteren, maar daar trapten ze - helaas Parmezaanse kaas - niet in. De regen sloeg ondertussen met bakken tegen mijn gezicht en terwijl ik de vloedgolven uit mijn ogen probeerde te wrijven, bedacht ik spijtig dat het toch wel erg slecht verdeeld is in de wereld. Sommige mensen krijgen alles gewoon in de schoot geworpen, terwijl andere sloebers, ik dus, zich uit de naad moeten werken om het piekerige hoofd letterlijk boven water te houden. Ik wil ook zo graag een eigen bedrijfje! Ik droom bijna elke nacht van mijn eigen knusse restaurantje met veel kaarslicht en trendy meubeltjes, waar alleen maar met verse producten wordt gekookt... Maar omdat alles zo duur is, groeit mijn spaargeld als een veldje sla vol hongerige slakken en ik heb nog geen ziekelijk rijke suikertantes tussen mijn voorouders kunnen ontdekken, dus voorlopig zit ik nog wel met deze sofjob opgescheept. Ik had me er zeker weten totaal iets anders van voorgesteld. Van mijn leven als werkende vrouw, bedoel ik. Na de Havo heb ik op mijn slofjes de hotelschool gehaald en ik begon vol idealen aan mijn eerste baantje als kokkin in bejaardencentrum ‘Huize Duinzicht’. Ik had er echt super-de-super veel zin in. Al die arme oude stakkers kregen vanaf nu de meest heerlijke dingen te eten. Daar ging ik zeker weten voor zorgen! Al piekerend sloeg ik een hoek om, kreeg een hoestbui, viste een dropje uit mijn zak en trapte - met zwaar uitgelopen mascara - kauwend en kuchend verder in die rottige Noordooster storm. (Hoezo waterproof? Er klopt gewoon nooit een hout van die duffe reclames!) Anyway, het was al heel gauw gedaan geweest met mijn dromerijen. Binnen de kortste keren kwam ik erachter, dat mijn verheven kookwerkzaamheden vooral uit het opwarmen van blikvoer en aardappels pitten bestonden. En kleverige aanmaakpudding in plastic schaaltjes gieten. Om over het ontdooien van die taaie ingevroren Argentijnse-pampa-vleesklompen uit de vorige eeuw nog maar te zwijgen. Als je daar plakken van snijdt, krijg je zulke perfecte schoenzolen, dat die slome Jurgen van de hakkenbar ook eindelijk eens in extase raakt... Als mega-dieptepunt komt zelfs de soep nog uit een pakje. Wat is het nou voor moeite om een pittige consommé te trekken en daar vers gesneden groenten bij te doen? Maar in de zes jaar dat ik daar nu werk, heb ik kunnen praten tot ik de legendarische 100 gram woog, mijn chef ziet niks in vers. Natuurlijk heb ik ondertussen geprobeerd om een ander baantje te vinden, maar dat is in mijn vak helemaal nog niet zo makkelijk. Ik heb bij voorbeeld bij een ziekenhuis gesolliciteerd. Zonder dat aan mijn chef te melden natuurlijk. Ik wilde eerst even zeker weten of het iets voor me zou zijn. Dus draaide ik daar een heel weekend mee, maar ik kreeg in no time door, dat het er in die keuken nog veel erger aan toe ging, dan in Huize Duinzicht. Daar kwamen zelfs de ‘verse tuinkruiden’ uit een pakje. Op de dagopvang voor gehandicapten, waar ik een volgende sollicitatiepoging waagde, bleken ze ervan uit te gaan, dat de koeien gelijk vanillevla geven, die dan meteen in die kartonnen pakken wordt geschept. Ter garnering van dit culinaire hoogstandje kwamen ze ook nog met kant-en-klare nep-slagroom uit zo’n spuitfles aanzetten. Daar wil een beetje kok toch niet eens mee dood gevonden worden, met zo’n bus namaaktroep die amper twee minuten na het opspuiten al in een blubberig onbestemd papje verandert? Alsof er een baby teveel van zijn flesje op heeft, zal ik maar zeggen. Eet u smakelijk! Ik heb het toen nog bij Bistro Dame Blanche in Amersfoort geprobeerd, omdat ik daar wel eens ananassen, snijbomen en strengen knoflook zag liggen, die niet van plastic waren. Maar daar kan iedereen dus voor het minimumloon én zonder een greintje kookervaring meteen aan de slag. Dat ging me nog veel verder dan pakjes saus met gechloreerd kraanwater aanmaken. In een restaurant waar ze bijklussende scholieren op onschuldige paddestoelen en raapsteeltjes durven los te laten, heb ik met mijn rij diploma’s heus niks te zoeken. Dus, heb ik het voorlopig maar opgegeven. Het is slikken of stikken geblazen. En dat hou ik nu alweer zo’n zes jaar vol. Ik schrok ervan. Zes jaar alweer? Zes jaar van mijn leven elke dag met tegenzin naar mijn werk? Werd het onderhand niet eens tijd om in actie te komen? Oké, Een-beter-baantje-vinden had ruim drie weken geleden natuurlijk weer bovenaan mijn lijstje met goede voornemens gestaan, maar eigenlijk kan ik mezelf ook niks verwijten. ‘s Morgens ben ik nou eenmaal niet op mijn best en als ik ‘s avonds na uren rennen en racen thuiskom, heeft mijn uitgeputte lijf toch heus recht op een beetje ontspanning. Dus veel tijd om meer te ondernemen dan klagen heb ik gewoon niet. Toch? Als ik nou geld had... Ja, dan zou ik het wel anders aanpakken! Maar ik heb nou eenmaal geen geld en hoewel ik elke week braaf met de Lotto meespeel, heb ik de Jackpot er tot nu toe nog niet uitgesleept. Balend van mezelf en mijn rottige spaarsaldo sloeg ik nogal heftig een volgende hoek om, kwam in een bergje kletsnatte bladeren terecht en zonder dat ik er nog iets tegen kon doen, gleed ik zo van de weg af. Ik voelde een klap, daarna een pijnlijke bons en tenslotte trok er een gigantisch ijskoud gevoel door mijn bilpartij...
Dat kan! Klik hier om een kijkje bij bol.com te nemen (verzendkosten 1,95) Klik hier om bij Cosmox te kijken (gratis verzenden) Neem een kijkje bij Bruna (bij afhalen in de winkel geen verzendkosten) |
|
|