ANITA VERKERK

Lees een stukje uit "HET MEISJE IN DE RODE JURK"
copyright © Anita Verkerk







omslagontwerp © Bert van Gorkum


HET MEISJE IN DE RODE JURK

"Femke, help!" klonk het paniekerig uit de hoorn van de telefoon. De smekende, hese stem wilde nog iets zeggen, maar een enorme hoestbui verhinderde dat.

Femke Kersten plukte een vochtige krul van haar wang en ze trok de felblauwe badjas nog wat strakker om haar natte lichaam. "Erna? Ben jij dat?" vroeg ze rillend.

"Ja," piepte de stem schor. "Huwelijksfeest."

Femke begreep meteen waar de schoen wrong. Haar twee jaar oudere zus Erna was eigenaresse van een cateringbedrijfje. En dat was in de loop van de jaren uitgegroeid tot een bloeiende zaak met een flinke klantenkring. Erna zat ongetwijfeld met een opdracht, waar ze haar hulp voor nodig had.

Femke schudde wat mismoedig haar hoofd. Ze had zich zo verheugd op haar vrije avond. De eerste na drie weken onafgebroken keihard werken. Ze had badolie gekocht met lindebloesemextract en een gezichtsmaskertje meegenomen. Haar blik gleed naar de salontafel. Daar lag een enorme zak paprikachips uitnodigend te wachten naast een doos tissues en een romantische zwijmelfilm. Maar ja... Erna klonk behoorlijk ziek.

"Femke?" hoestte Erna benauwd. "Ben je daar nog?"

"Ja hoor." Femke haalde diep adem. "Waar en wanneer?"

"Vanavond," knarste Erna moeizaam. "Neijensteyn."

"Oké, ik kom meteen naar je toe. Zodra ik ben aangekleed."

"Sliep je nog?" klonk het ongelovig.

"Nee, ik stond onder de douche." Ze ging altijd eerst onder de douche voor ze in bad stapte. Anders lag ze maar in haar eigen vuil te weken.

"Moet..." kuchte Erna.

"Spaar je stem maar. Ik kom er aan."

Maar Erna luisterde niet. "Morgen Wenen?" vroeg ze.

Femke knikte. "Ja, ik moet morgen met Zontravels naar Wenen. Een uitje van de Vereniging van Huisvrouwen."

"Vroeg weg?"

"Nee, morgenmiddag pas. Maak je nou maar geen zorgen. Het komt wel goed vanavond. Tot zo."

Ze legde de hoorn op de haak en keek met samengeknepen ogen naar het plasje water dat rond haar voeten bezig was de kalende parketvloer te belagen.

Ze had gewoon haar diepste aandrang moeten volgen en de telefoon laten rinkelen. Dan had ze lekker in een heet bad kunnen stappen met ontspannende schijfjes komkommer op haar gezicht. Ze zuchtte spijtig. In plaats daarvan moest ze dadelijk de kou in om een avond te gaan rondracen met dienbladen vol drankjes.

Ach, dat was ook niet aardig. Als zij hulp nodig had, stond Erna ook voor haar klaar. Toch?

Ze pakte wat tissues uit de doos op tafel en veegde de vloer zo goed mogelijk droog. Niet dat het veel hielp. Met iedere stap die ze deed, veroorzaakte ze weer nieuwe natte afdrukken.

Ze liep naar de badkamer, viste de grote handdoek van het haakje en droogde zich af. Daarna zocht ze in de bruine kast op haar slaapkamer naar haar jeans en een nette blouse.

Eenmaal aangekleed, pakte ze haar föhn uit de la van haar nachtkastje en ging voor de grote manshoge spiegel staan. Langzaam haalde ze haar vingers door de weelde van lange donkere slierten, die haar fijne gezichtje omlijstten. Terwijl ze haar haren droogde, gleden haar bruine ogen over de rest van haar figuur. Ze was niet zo lang. Op de middelbare school had ze dat erg gevonden. Vooral bij de gymlessen. Als er bijvoorbeeld meisjes gekozen werden voor de basketbalwedstrijden, was zij altijd uit de boot gevallen.

"Pech Femke," was het dan. "We vinden je hartstikke gaaf, maar je bent gewoon veel te kort."

Op haar kamer had ze een meetlat opgehangen en elke avond was ze daar stiekem even voor gaan staan. Maar behalve een paar centimeter was er weinig Femke bij gekomen. Het was uiteindelijk bij 1 meter en 63 centimeter gebleven. Ach, wat gaf het? Ze was nu ongeveer vier jaar als reisleidster aan het werk en sindsdien had ze veel minder last van haar lengte. Er was altijd wel een krukje of een grote steen in de buurt als dat nodig mocht zijn.

Ze ruilde de föhn in voor een borstel en stak haar tong uit naar haar spiegelbeeld. "Ja, ik weet het," zei ze hardop. "Ze denken altijd dat ik achttien ben, in plaats van zesentwintig."

Met een glimlach keerde ze de slanke verschijning in de spiegel de rug toe, zakte op de kleurige Indiase poef bij haar toilettafel en smeerde haar gezicht rijkelijk in met voedende crème voor ze haar make-up aanbracht. Vervolgens stapte ze haastig naar de hal en trok haar jas aan. Erna wachtte op haar. Het werd hoog tijd, dat ze haar arme zus wat steun ging geven. Misschien kon ze dan meteen wat boodschappen voor haar doen.

"Boodschappen?" kreunde Erna een half uurtje later. "Nee, ik ben misselijk."

Femke gaf haar zus een meelevende knipoog. Erna was een forse vrouw en een stuk langer dan zij. Aan haar mollige figuur kon je duidelijk zien dat haar werk haar vaak in contact bracht met lekkere hapjes. Erna en geen trek in eten. Dan moest ze wel behoorlijk beroerd zijn!

Erna wankelde bibberig naar het bergmeubel en viste daar een stapel papieren uit.

"Hier staat alles in," piepte ze hees.

Femke nam de paperassen van haar over en bekeek de aantekeningen die Erna in haar puntige handschrift had gemaakt.

Het ging vanavond om het veertigjarige huwelijksfeest van de graaf en gravin Van Neijensteyn. Historische kleding verplicht en voor een strijkje werd apart gezorgd. Zij hoefde zich alleen maar druk te maken over de inwendige mens van de gasten. Nou, dat was geen enkel probleem. Ze had Erna al zo vaak geholpen met haar werk. Ze vond het leuk om te doen en ze had er ook handigheid in.

Tja, ze was op haar zestiende al begonnen met een horecabaantje bij het restaurant in De Lage Vuursche, om haar schoolgeld voor de Havo te kunnen betalen. Haar maakten ze niks meer wijs op dat gebied.

"Historische kleding," las ze hardop voor. "Welke periode?"

Ach, dat was een suffe vraag. De officiële uitnodiging zou ongetwijfeld wel ergens tussen de papieren te vinden zijn. Maar voor ze verder kon bladeren, gaf Erna al antwoord: "Sissy-tijd."

"Oh, echt? Wat ontzettend leuk! Lange jurken in prachtige kleuren, met van die wolken kant en die grappige lovertjes..." Er kwam een stralende glans op Femkes gezicht.

"Eeuwige dromer," kuchte Erna.

"Ik weet het, ik weet het." Femke stak haar handen verontschuldigend in de lucht. "Jij vindt het suf dat ik die Sissy-video's al minstens dertig keer heb gezien, maar ik krijg er geen genoeg van. Het is allemaal zo romantisch."

In haar gedachten zag ze de mooie Oostenrijkse keizerin, die vol liefde werd gekust door haar knappe echtgenoot en ze zuchtte diep. Dat was nog een romantische tijd geweest. Ze keek naar de strakke jeans die ze aan had en zuchtte alweer. Het was tegenwoordig allemaal zo anders. Misschien was ze wel in de verkeerde eeuw geboren.

Erna's krakerige gehijg bracht haar met een ruk weer naar de werkelijkheid terug. "Hulp genoeg," probeerde Erna te zeggen, maar een flinke hoestbui benam haar de adem.

"Ik heb het al gezien." Femke legde haar hand kalmerend op de arm van haar zus. "Marjan is er ook, dus dan kan er niks meer misgaan."

Marjan was de rechterhand van Erna, die al twee jaar in het bedrijf werkte.

"Zoveel gasten," steunde Erna.

Femke glimlachte. "Zorg jij nou maar dat je weer gauw beter wordt, zusje van me. Wij redden ons wel. Ik heb al zo vaak met dat bijltje gehakt."

Ze stopte de papieren in haar tas en streelde haar zus even bemoedigend over haar koortsige hoofd.

Daarna nam ze afscheid en reed meteen door naar Erna's bedrijf, waar iedereen haar hartelijk begroette, toen ze wat hijgend binnenkwam.

"Ha, die Fem," zei Marjan opgewekt, "kom je ons weer eens uit de nood helpen?"

"Dat is wel de bedoeling. Waar wil je me hebben?"

"Bij de salade graag."

"Oké, nog even omkleden. Tot zo."

In de speciale garderobe trok Femke een witte schortjurk aan en draaide daarna haar lange bruine haar in een knotje op haar hoofd. Ze zette een bijpassende wit mutsje op de knoet, stak even haar tong uit naar haar spiegelbeeld en waste vervolgens uitvoerig haar handen. Tenslotte greep ze een paar rubberhandschoenen uit de kast en ging welgemoed naar de keuken.

In de volgende uren had Femke amper de tijd om zich nog zorgen te maken over haar zieke zus. Ze waste emmers sla, pureerde kilo's gekookte aardappels en sneed tientallen augurken tot sierlijke waaiertjes. Ze vulde tomaatjes met een mengsel van mais en andere licht geblancheerde groente en was tenslotte nog een hele tijd druk om van een enorme berg ongepelde eieren overheerlijke hapjes te maken.

"Poeh," zuchtte ze uiteindelijk, "nou moeten we alles nog in de bus zien te proppen."

"Dat is tot nu toe altijd gelukt," grinnikte Marjan, "hoewel we vandaag natuurlijk een levensgroot probleem hebben."

Femke keek Marjan verbaasd aan. "Wat dan?"

"Erna is er niet, hè," zei Marjan met een ondeugende blik haar ogen, "normaal eet die altijd de restjes op."

Femke begon te lachen. "Ja, dat zal best. Een vermageringsdieet is aan Erna niet besteed. Hoewel ze vandaag een leuk beginnetje maakt."
Marjan keek haar vragend aan.

"Ze werd al misselijk van de simpele gedachte aan eten," verduidelijkte Femke.

Op dat moment ging de telefoon.
"Waar wedden we om?" vroeg Marjan meteen en voor Femke iets kon terug zeggen, had Marjan de hoorn al opgenomen met de woorden: "Hallo Erna? Alles is hier in orde, hoor. We rijden zo weg."

"Is dat Erna echt?" vroeg Femke een beetje argwanend.

Marjan knikte heftig. "Tuurlijk. Wie anders?"

"Het hád een klant kunnen zijn."

"Om deze tijd? Welnee," zei Marjan tegen Femke en daarna praatte ze in de hoorn weer verder: "Wat zeg je, Erna? De gevulde kaassoesjes? Ja natuurlijk heb ik die op tijd uit de oven gehaald. Nee hoor, geen zorgen. We redden het best zonder jou."

Met een korte groet legde ze de telefoon neer en schudde haar hoofd. "Die Erna toch. Kan geen minuut zonder ons."

"We gaan weg, meiden," riep een stem, "we moeten er over een uurtje toch wel zijn."

Met vereende krachten propten ze het bedrijfsbusje letterlijk vol en gingen voorzichtig op weg met Marjan achter het stuur. Femke zat naast haar en omdat de bus daarmee compleet vol was, volgden de anderen in een gewone auto.

"Ik ben benieuwd hoe dat Neijensteyn er eigenlijk uitziet. Ik ben er wel eens langsgereden, maar je ziet er niks van vanaf de weg," mompelde Marjan met haar ogen stijf op het asfalt gericht.

"Het moet een heus kasteeltje zijn," antwoordde Femke. "Iets uit de zestiende eeuw of zo."

Marjan keek haar van opzij vragend aan. "Je bent goed op de hoogte."

"Dat stond in Erna’s papieren. Verder weet ik het ook niet, hoor."

"Oh, leuk! Nou, we kunnen het straks met eigen ogen zien."

Marjan draaide de bus van de snelweg af en een tijdje later reden ze over een smalle laan met aan weerskanten eeuwenoude beuken. Achter de struiken waren vaag de contouren van een hek te zien. Een meterslange gietijzeren constructie met gemene punten aan de bovenkant. Het was groen geschilderd, zodat het niet detoneerde in de bosachtige omgeving.

Marjan tikte op de voorruit. "Daar moet het zijn. Kijk maar, de poort staat open."
Ze liet het gaspedaal los en de bus begon langzamer te rijden tot hij uiteindelijk stopte voor de ingang van het landgoed, waar twee groene hekken gastvrij openstonden.

"We rijden maar door dan, hè?" Marjan keek Femke aarzelend aan. "Ze zullen ons wel verwachten. Toch?"

Femke knikte. "Ja hoor, rij maar gewoon verder."

De bus zette zich langzaam weer in beweging en reed kalmpjes tussen twee pilaarachtige muurtjes de toegangsweg op. Het pad bestond voor het grootste deel uit grind met af en toe een fikse kuil, die door duizenden afgevallen bladeren niet meteen te zien waren. Marjan had al haar stuurmanskunst nodig om de bus over het weggetje te loodsen.

"Mijn arme eitjes," hoorde Femke haar bij iedere oneffenheid zachtjes kreunen.

Geleidelijk ging de weg omhoog en maakte boven een scherpe bocht. Femke hield haar adem in. Voor haar lag een enorm wit landhuis. Of kon ze beter zeggen, een kasteel? Ja, daar leek het nog het meeste op. Een witgepleisterd kasteeltje compleet met vier hoektorentjes en een heuse slotgracht er omheen.

Marjan stopte de bus vlak voor een nostalgisch hangbruggetje en zei bewonderend: "Wat mooi! Net een sprookje."

Femke was het volledig met haar eens. "Er wonen een echte graaf en gravin," zei ze, "een hele oude familie. Dat stond tenminste in de papieren van Erna."

"Dat lijkt me wel wat," zei Marjan dromerig en daarna staarde ze zwijgend naar de hoge ramen, waaruit een helder licht naar buiten straalde.

"Wat bedoel je?"

"Nou, om in zo'n prachtig kasteel te mogen wonen."

Femke schoot eerst in de lach, maar zei daarna heel eerlijk: "Eigenlijk lijkt mij dat ook wel ontzettend romantisch."

"Daar komt iemand." Marjan wees op een magere, al wat oudere man die stijfjes over het bruggetje in hun richting kwam gelopen. Hij droeg een zwart pak met een keurig wit dasje en zijn hele figuur straalde gezag uit.

"Zou dat de graaf soms zijn?" vroeg Marjan zachtjes.

"Dat denk ik niet," was Femkes reactie, "ze hebben hier een echtpaar in dienst voor de huishouding."

Ze sprong soepel uit de bus en knikte vriendelijk naar de statige verschijning. "U bent vast meneer Wijnstekers. Of heb ik dat mis?"

De man knikte vormelijk. "Dat is juist, juffrouw Kersten," zei hij krakerig en hij voegde er meteen aan toe: "U kunt met die bus niet over de brug."

"Dat verbaast me niks," glimlachte Femke. "We lopen wel een keertje extra met de spullen. Heeft de slijter de drankjes al bezorgd?"

"Vanmiddag. Als u eerst even meeloopt, dan zal ik u wijzen waar u moet zijn."

"Erg vriendelijk van u," antwoordde Femke op dezelfde formele manier. Ze paste zich moeiteloos aan bij de mensen die ze tegenkwam. Een eigenschap die haar in haar baan als reisleidster prima van pas kwam. Collega's konden nog wel eens zeuren over lastige klanten, Femke deed dat maar zelden. Zij wist bijna altijd feilloos de juiste toon te treffen.

Ze stak haar hoofd in de bus en fluisterde: "Die meneer is inderdaad de butler. Hij laat me even zien waar we moeten zijn. Ik ben zo terug."

"Ik wacht wel," knikte Marjan.

Terwijl Femke achter Wijnstekers aan over het bruggetje liep, hoorde ze de auto aankomen met de rest van het personeel. Mooi zo, dan konden ze dadelijk meteen weer aan de slag. Er was nog genoeg te doen.

Met korte pasjes beklom de butler een kolossaal bordes en hield daarna een hoge bruinhouten deur uitnodigend voor haar open.

"Hierheen juffrouw Kersten," zei hij stijfjes.

"Zegt u maar Femke hoor," stelde Femke voor, maar daar ging de man niet op in.

Ze kwamen in een imposante hal. Femke stapte op een zwarte kokosmat die duidelijk diende om de modder uit het bos op achter te laten. Daarachter begon de eigenlijke vloer, die uit pas gewreven blank marmer bestond. Precies in het midden van de hal stond een eenzaam antiek tafeltje op een dik roodkleurig Perzisch tapijt. Femke keek bewonderend naar de immense kroonluchter van tinkelend glas die recht boven het tafeltje hing en die de hele ruimte liet baden in het licht. Aan weerskanten van de hal liepen twee gangen die naar zijvleugels leidden en daarnaast waren op regelmatige afstand allerlei deuren. Aan de wanden tussen die deuren hingen glimmende, manshoge spiegels in goudkleurige bronzen lijsten. Helemaal linksachter zag Femke een open gemetseld poortje, dat waarschijnlijk toegang gaf tot de trap naar de kelders. Ze wilde die kant op lopen, maar Wijnstekers hield haar met een kort gebaar tegen.

"Uw domein is hier rechts." Hij wees op een groenachtige deur achter hem en stapte vervolgens welgemoed naar binnen.

"Hé wat vreemd," kon Femke niet nalaten om te zeggen, "in dit soort huizen zijn de keukens toch meestal in de kelder?"

"Dat klopt. Maar Neijensteyn heeft al sinds eeuwen problemen met wateroverlast."

"Wateroverlast?"

"Op gezette tijden stromen de catacomben vol. Dat heeft te maken met de waterstand in de rivier hierachter. De elfde graaf van Neijensteyn heeft de keukens in de vorige eeuw uiteindelijk naar boven verplaatst."

Femke knikte begrijpend en keek de ruimte rond. Grote ouderwets aandoende fornuizen tegen een wand van Delfts blauwe tegeltjes. In een zijmuur een enorme bakstenen schouw, waar een geelkoperen ketel aan een haak boven een knappend vuurtje hing. Haar ogen gleden verder over het hoge plafond vol exotisch ingewerkte bloemmotieven. Het leek wel of ze een museumkamer was ingestapt!

Wijnstekers volgde haar blik en zei: "Deze keuken is exact honderd jaar geleden ingericht." Hij zweeg even en vervolgde met een trotse ondertoon in haar stem: "Huize Neijensteyn is vanzelfsprekend veel ouder. Het werd aan het einde van de zestiende eeuw gebouwd op de ruïnes van het oude Oldensteyn, dat nog bewoond is geweest door de graven van Holland."

Verbaasd draaide Femke haar hoofd naar de man toe. Kreeg ze ongevraagd een geschiedenislesje? Daar had ze toch helemaal geen tijd voor. Maar Wijnstekers keek haar zo serieus aan, dat ze haar gezicht in een vriendelijke glimlach plooide.

"Dat is interessant," zei ze zo enthousiast mogelijk, "dus dit huis heeft nog een staartje van de Tachtigjarige Oorlog meegemaakt."

Wijnstekers streek over zijn gitzwarte strikje. "Sinds 1598 is het al in bezit van de graven Van Neijensteyn. Een eerbiedwaardig geslacht met geheel eigen tradities, juffrouw Kersten."

Femke knikte werktuiglijk. Natuurlijk, de geschiedenis van het oude gravengeslacht was ongetwijfeld interessant, maar haar eerste zorg was nu het koude buffet. De bruiloft zou over een uur al beginnen en hoe kon ze in vredesnaam in deze ouderwetse troep uit de voeten?

Haar gedachten waren blijkbaar in lagen van haar gezicht te scheppen, want de butler deed zwijgend een deur open en wees. Femke liep de aangewezen ruimte in en bleef stomverbaasd staan. Nee maar, een ultramoderne inbouwkeuken met alles erop en eraan. Een oven, minstens drie magnetrons, een koelkast, twee diepvrieskisten, een vaatwasser, een behoorlijk aantal keramische kookplaten en een riant aanrecht.

Femke slaakte een kreetje van pure verbazing. "Fantastisch, dit had ik niet verwacht."

"Deze ruimte werd ingericht door de huidige gravin Van Neijensteyn," zei Wijnstekers en er kon zowaar een kort lachje af. Meteen daarna trok hij zijn gezicht weer in een beroepsmatige ernstige plooi en hij vervolgde: "Ik zal de loopjongen opdracht geven om u te helpen bij het uitladen van uw bus. Mag ik u nu voorgaan naar de grote zaal?"

"Graag."

De feestzaal, waar ze na een korte tocht door een smal gangetje belandden, zag er schitterend uit. Een hoge langwerpige ruimte met eiken parket op de vloer. Op het plafond waren weer bloemmotieven aangebracht en aan de muren hingen kleurige wandkleden, schilderijen en dezelfde soort spiegels als in de hal. Aan de randen van de zaal waren zitjes geplaatst, zodat er in het midden dansruimte vrij bleef. Op een klein podium stonden de instrumenten voor het orkestje al gereed.

"De tafels voor het koude buffet staan tegen de achtermuur," wees de butler, "en via die doorgang daar, komt u in de aangrenzende zaal."

In de verte klonk het hoge getinkel van een bel.

"Als u mij wilt excuseren, juffrouw Kersten," zei de butler meteen, "meneer de graaf heeft mij nodig."

Hij wandelde met korte stijve passen weg. Femke keek hem even na tot hij door de nauwe toegang was verdwenen en liep toen energiek naar de lange tafels achter in de zaal. Die waren gedekt met helderschone damasten lakens. Op de verschillende hoeken stonden stapels borden klaar en er was ook aan bestek, servetten en zelfs réchauds gedacht.

Femke glimlachte dankbaar. Dat scheelde even een hoop werk! Maar er bleef natuurlijk nog genoeg te doen. Ze draaide zich op haar hakken om en liep haastig via de hal naar buiten.

Bij de bus stonden de anderen op haar te wachten.

"Waar bleef je nou zo lang?" vroeg Marjan. "We begonnen ons net af te vragen of die stijve hark je had ontvoerd of zo."

"Welnee, meneer Wijnstekers is een prima man. Het is gewoon nogal groot daar binnen," verklaarde Femke, "laten we maar gauw beginnen."

De loopjongen kwam aangerend en met hun zessen droegen ze de inhoud van de bus naar de keuken. Daar gingen ze haastig aan de slag om de rest van het buffet nog op tijd klaar te hebben. Het stokbrood werd afgebakken en in flinterdunne plakken gesneden, de hartige taarten nog even opgewarmd en de kruidenboter in dure porseleinen schaaltjes gedaan. Het was de uitdrukkelijke wens van de gravin, dat al het eten op haar eigen serviesgoed werd opgediend. Ze waren dus nogal even bezig om alle salade's en de honderden gevulde eieren voorzichtig op kostbare schotels te draperen en naar de feestzaal te brengen.

Met een zucht van verlichting zette Femke een uurtje later de laatste gloeiendhete soepterrine op een réchaud en keek tevreden naar het resultaat. Het buffet zag er werkelijk schitterend uit.

"Uitstekend verzorgd," zei opeens een hoge vrouwenstem achter haar.

Femke draaide zich om. Er stond een magere vrouw achter haar, die was gekleed in lange, gitzwarte jurk met een hagelwit schortje daar overheen. Op haar hoofd droeg ze een wit diensterskapje.

"Mevrouw Wijnstekers?" vroeg Femke en ze stak haar hand uit.

De huishoudster knikte. "Het is tijd om u te verkleden, juffrouw Kersten. De eerste gasten kunnen elk moment arriveren. Ik zal u de kleedruimte wijzen."

Femke wenkte de anderen en achter elkaar liepen ze met de huishoudster mee een trap op naar een kleine kamer, waar het behagelijk warm was.
"Uw kleding ligt daar." De vrouw wees naar een langgerekte tafel waarop een stapel helderwitte schortjes en kanten mutsjes lagen.

"Dank u wel, mevrouw Wijnstekers," glimlachte Femke.

Met een korte groet verliet de vrouw de kamer.

Femke en haar medewerkers trokken de van huis meegebrachte zwarte jurkjes aan, deden daar een schortje overheen en completeerden het geheel met een mutsje.

Femke keek tevreden om zich heen. "We zien er allemaal uit alsof we zo van een oud schilderij zijn weggelopen," lachte ze, "jammer dat hier alleen maar zo'n klein spiegeltje hangt."

"Beneden in de hal zijn grote spiegels genoeg," mompelde Marjan. Ze morrelde hevig aan een kastdeur en voor Femke streng kon zeggen, dat ze met haar vingers uit andermans spullen moest blijven, zwaaide de kastdeur al wijd open.

Marjan stak haar hoofd naar binnen en uitte een woeste vreugdekreet.

"Jurken!" hoorde Femke haar roepen. "Allemaal Sissy-jurken."



Wil je weten hoe dit afloopt?

HET MEISJE IN DE RODE JURK is verkrijgbaar in elke boekhandel!


Geen zin om in de rij te staan?


BESTEL ON LINE! KLIK HIER VOOR MEER INFORMATIE!



Voor de leesbril-haters is de grote letter editie van Het Meisje in de rode jurk rechtstreeks verkrijgbaar op de site van de Grote Letter Bibliotheek.




Ga naar de boekwinkel en "zoek" op Verkerk



TERUG NAAR BOVEN


copyright -MX Verkerk-© 2002 Shadow webdesigns - All rights reserved