ANITA VERKERK

Lees een stukje uit "MYRTHE"
copyright © Anita Verkerk





                                                   


MYRTHE

"Sasja! Sasja, kom onmiddellijk hier!" riep Myrthe Albers de in de struiken verdwijnende bruine kattenstaart na. Er lag een vage klank van wanhoop in haar stem.

"Sasja, klein tijgertje, kom nou!" probeerde ze nog een keer, maar ze wist zelf dat het zinloos was. Poezen zijn nou eenmaal eigenzinnige dieren en Sasja was niet bepaald een uitzondering.

Myrthe schudde haar hoofd en terwijl ze dat deed zwierden haar kastanjebruine krullen met de beweging mee. Ze moest de feiten maar weer onder ogen zien. Haar prachtige Heilige Birmaan, die op shows zo keurig op een kussentje lag mooi te zijn, was diep van binnen een echte kat, compleet met het bijbehorende katteninstinkt.

En dan kon zij, als haar vrouwtje, wel menen dat haar dure showpoes binnen hoorde te blijven, Sasja dacht daar duidelijk anders over.
Sasja was op jacht. En ongetwijfeld waren de zangkanaries van haar buurvrouw, juffrouw De Zwart, opnieuw het doelwit.

Met een zucht draaide Myrthe zich om en stapte haar keuken binnen om haar sleutelbos van het haakje te gaan pakken.
Twee weken eerder was ze zonder sleutels achter haar mini-tijger aangedraafd en dat was duidelijk een vergissing gebleken.

Toen ze eindelijk met het luid miauwende beest in haar armen bij de deur was aangekomen, bleek die inmiddels te zijn dichtgewaaid.
Er was met haar slot niets mis en tot overmaat van ramp was haar vriendin en collega Chantal, die een reservesleutel had, net boodschappen gaan doen in Utrecht.

De Soester brandweer had er aan te pas moeten komen voor Myrthe haar hermetisch afgesloten vesting weer had kunnen binnenstappen. Onnodig te zeggen dat Sasja daarbij natuurlijk ook nog voor de nodige troubles had gezorgd.

Oh, die Sasja. Myrthe was dol op het beest, daar niet van. Maar waarom moest ze altijd het kleinste kiertje benutten om er vandoor te gaan?

Nou ja, het was haar eigen schuld natuurlijk.
"Een ezel stoot zich in het gemeen geen tweemaal..." mompelde Myrthe in zichzelf, maar ze maakte de zin niet af.
Het spreekwoord was op haar niet eens meer van toepassing. Sasja was er in de afgelopen maanden al minstens tien keer van tussen gegaan. Zij, Myrthe, was heel wat suffer dan die spreekwoordelijke ezel.

Ze zuchtte diep. De vrijheidsdrang van Sasja kwam op dit moment ontzettend ongelegen!

Myrthe keek op haar horloge en besefte dat ze nog maar weinig tijd had om haar poes te vangen en het beest weer een beetje toonbaar te maken.
Over precies twee uur en een kwartier werd ze in het Schützenhaus in Xanten verwacht voor een kattenshow. En daar kon ze natuurlijk niet met een soort voddenbaal ten tonele verschijnen. Integendeel, de meeste deelnemers aan de kattenshows deden hun lievelingen thuis uitvoerig in bad, waarna er bij langharigen meestal een föhn aan te pas kwam om de vacht te modelleren.
Dat gedoe had zij met Sasja gelukkig niet. Sasja was een zo genaamde halflanghaar. Dat betekende niet dat haar haren maar half zo lang waren als die van bij voorbeeld een Pers, maar wél dat ze geen ondervacht had.
En juist die ondervacht zorgde voor de klitten. Maar doornige struiken en modderplassen in de tuin deden natuurlijk geen enkele kat goed.

Myrthe zuchtte opnieuw, graaide in een heftig gebaar haar sleutels van de haak en propte die in de zak van haar jasje.

Ze bofte dat het vandaag zondag was. Veel kans op file's onderweg had ze op dit vroege uur niet. En bovendien lag op dit tijdstip de bejaarde vogelliefhebster van twee deuren verder ongetwijfeld nog in bed.
En dat was maar goed ook. Het mens had de vorige keer een compleet drama gemaakt. Ach, Myrthe snapte ook best dat het oervervelend was, wanneer een kat met alle vier haar poten in je volière hing en je kanaries de stuipen op het lijf joeg.

Maar ja, zij kon er ook niks aan doen, en ze had wel zes keer haar excuses aangeboden voor het wangedrag van haar harige huisgenootje. Maar buurvrouw De Zwart was blijven mopperen en had uiteindelijk zelfs met een proces gedreigd als dat 'afschuwelijke diersoort' het nog een keer in z'n hoofd zou halen om haar pietjes zo pesten.

Ja, het was beslist te hopen dat mejuffrouw De Zwart nog in bed lag. Ook zoiets met dat mens. Wie noemde zichzelf in deze tijd nog 'juffrouw'? Maar buurvrouw De Zwart was blijkbaar erg trots op haar ouwe vrijstersstatus.

Myrthe speelde een paar tellen met de gedachte om net als Sasja onder de struiken door te kruipen, maar moest toen om haar eigen stupiditeit lachen.

Ze was slank en niet zo groot, maar een dergelijke manouevre zou letterlijk niet zonder kleerscheuren gaan. Bovendien lag er modder. En niet zo'n klein beetje ook.

Myrthe liep om haar schuurtje heen en stapte naar het tuinhek, dat toegang gaf tot een gezamenlijk achterpad. Daarna haastte ze zich naar het kanariehok.

"U weer hè? Dat dacht ik nou al," klonk een heftig verontwaardigde stem en een tel later stond Myrthe oog in oog met een nijdige juffrouw De Zwart.

"Dat... dat béést had het weer op mijn pieten begrepen," verklaarde de buurvrouw met geknepen stem en vervolgens hield ze met een triomfantelijk gezicht een knalrode, lege emmer omhoog.
"Maar die heeft zijn trekken thuis," besloot ze met een bijna sadistisch grijnsje.

"Hebt u mijn arme poes met water gegooid?" vroeg Myrthe, maar ze wist het antwoord al.
Dat ook nog! Een kletsnatte kat was het laatste dat ze nodig had.

"Arme poes," sneerde juffrouw De Zwart, "dat... dat rótbeest bezorgde mijn Greeny bijna een hartstilstand. Als dierenarts zou u toch moeten weten hoe stressgevoelig een kanarie is."

Myrthe opende haar mond om de buurvrouw eens goed van repliek te dienen, maar ze slikte de boze woorden in. Dat kwam later wel. Als ze wat ruimer in haar tijd zat.
"Welke kant is de poes opgerend?" vroeg ze en ze merkte zelf dat haar woorden niet bepaald vriendelijk klonken.

Juffrouw De Zwart hoorde het ook en het ontlokte haar een volgend grijnsje. "Weet ik niet, mevrouw," zei ze pesterig, "u moet maar op uw eigen huisdier letten, hoor."

Myrthe besloot dat blijven staan tamelijk zinloos was. Ze draaide zich abrupt om en liep zonder groeten weg.

"U hoort nog van me," schreeuwde de buurvrouw haar na, "u bent niet zomaar van me af!"

"Ach mens, barst toch met je gezanik," riep Myrthe kwaad, maar dat kon de buurvrouw op die afstand al niet meer horen.

"Hè verdraaid," vervolgde Myrthe heel wat zachter, "waar moet ik nou zoeken?"

Ze haalde adem en riep: "Sasja! Sasja waar ben je? Kom nou Sasja."
Ze liep het pad op en neer en bleef roepen, terwijl het ellendige gevoel van machteloosheid in haar keel steeds sterker werd. Sasja was er niet aan gewend om los buiten te lopen. Met een beetje pech stak ze net de straat over als er een auto aankwam, of ze liep onder de trein.

Alsof het afgesproken was, hoorde Myrthe op hetzelfde moment het indringende 'kedeng-kedeng' van het boemeltje dat op werkdagen elk half uur de verbinding tussen Baarn en Utrecht verzorgde. Nog geen tel later klonk het schrille gefluit van de locomotief.

Myrthe wurmde zich haastig tussen wat braamstruiken door en merkte niet eens, dat ze haar hand aan een doornige tak openhaalde. Als het maar goed was met Sasja!
Als die trein nou maar niet...

Ze durfde niet verder te denken en worstelde door. Een hek van prikkeldraad vormde het laatste obstakel tot het middelhoge talud van de spoorlijn en Myrthe zuchtte opnieuw. Ze had een ontzettende hekel aan prikkeldraad en natuurlijk was er juist hier in de verste verte geen gat of doorgang te bekennen, terwijl de dichtstbijzijnde overweg zeker 600 meter verderop lag.
Dat kostte allemaal te veel tijd. Er overheen of er onderdoor, dat was de vraag.

Ze koos voor het laatste en kronkelde in een soort tijgersluipgang onder de venijnig prikkende omheining door. Daarna liep ze, moeizaam haar rug strekkend, de spoorbaan op en keek om zich heen.
Er lag geen dode poes op de rails en langs de kant was er ook geen spoor van een slachtoffertje te bekennen. Maar dat zei niks. Een dodelijk gewonde kat zocht meestal instinctief een plekje om rustig te kunnen doodgaan. En stonden massa's bosjes langs de kant. Hoog opgeschoten geelgroene brem, doornige braamstruiken en de door houtvesters gevreesde vogelkers die ook wel bospest genoemd werd.

Als Sasja daar ergens onder was gekropen, ernstig gewond misschien, dan vond ze haar nooit meer terug.

"Draaf toch niet altijd zo door," mompelde Myrthe in zichzelf, "die kat is ook niet gek, die loopt heus niet zomaar overal onder."

Ze stak de rails over en hoewel ze wist dat de kans op succes maar klein was, begon ze opnieuw om de poes te roepen. Sasja was normaliter redelijk gehoorzaam, voor een kat dan. Meestal miauwde ze wel even als Myrthe haar riep, of ze kwam na een paar minuten quasi om het hoekje kijken om te zien of het vrouwtje soms iets lekkers voor haar had.

"Brokjes!" probeerde Myrthe. "Sasja, er zijn lekkere brokjes!"

Volkomen onverwacht hoorde ze een heel bekend zacht 'mieuw'. En een eindje verderop begonnen wat takken van een brem stilletjes te bewegen.

Myrthe draaide haar hoofd in de richting van het geluid en zakte op haar hurken. Als je een kat wilde vangen, was ongecontroleerd er achteraan draven het laatste wat je moest doen. Poezen rennen nou eenmaal altijd harder.

Bovendien stond er ook aan deze zijde van de spoorlijn zo'n ergerlijk hek van prikkeldraad en Sasja zat aan de andere kant.

"Sasja," zei Myrthe op lokkende toon, "Sasja, kom dan bij het vrouwtje. Vrouwtje heeft brokjes."

Ze zag hoe het ronde, met tijgerstreepjes getekende kopje van Sasja uit de struiken tevoorschijn kwam. Twee bruine oren draaiden zich in de richting van het aantrekkelijke geluid.

"Mieuw," herhaalde Sasja, maar ze kwam geen stap dichterbij. Integendeel, ze keek Myrthe met haar heldere blauwe ogen indringend aan, alsof ze wel begreep dat het vrouwtje haar op lekkere hapjesgebied in de maling nam. Daarna draaide ze zich soepeltjes om en dook het struweel weer in.
In de twee seconden, dat haar hele lijf zichtbaar was, had Myrthe een prachtig uitzicht op een zwaar bemodderde vacht die opgesierd werd door gebroken takjes, half vergane bladeren en ander tuinafval.

Dat was de schuld van dat vervelende mens van twee deuren verder! Hoe haalde die het in haar hoofd om haar arme poes met water te gooien. Daar was het laatste woord inderdaad nog niet over gesproken!

Maar eerst moest ze zien, dat ze haar anders zo onberispelijke showkat weer te pakken kreeg en dat betekende een volgend onaantrekkelijk tochtje onder weerbarstig prikkeldraad door. Daarna stapte Myrthe dezelfde struik in als Sasja had gedaan. Toen ze daar weer uit tevoorschijn kwam, zag ze Sasja onder een houten hek doorschieten en de zijtuin van een leegstaande, haveloze rijtjeswoning inrennen.

Voor ze de hoek omging, bleef de poes heel even zitten om haar poot te likken. Intussen liet ze Myrthe dichterbij komen, terwijl ze net deed of ze haar niet zag. Sasja maakte er duidelijk een gezellig spelletje van en Myrthe besefte dat ze zo nog uren door konden gaan. De show in Xanten kon ze ongetwijfeld op haar buik schrijven.

Ze haastte zich achter Sasja aan de hoek van het huis om en zag de bruine kattenstaart nog juist achter een open kelderraam verdwijnen.
Dat was een mazzeltje. Als zij, Myrthe, tenminste ook door dat raampje paste...

Bij nadere inspectie bleek het om een eenvoudig bovenlichtje te gaan, dat met een haak vastzat aan een uitsteeksel in het kozijn. Het was simpelweg een kwestie van het raam helemaal omslaan en ze kon zo naar binnen.

Ze klapte het raampje om en keek naar beneden. De kelder was niet zo diep als ze gedacht had, en het zou vrij eenvoudig zijn om even naar beneden te springen. Maar daar stond tegenover dat het huis blijkbaar minder onbewoond was, dan het er aan de buitenkant uitzag. De muren waren kaal en ongezellig vochtig, maar in het midden van de ruimte stonden een tafel en drie houten stoelen. Op een ervan was Sasja inmiddels gaan liggen en ze likte ontspannen aan haar besmeurde vacht met een gezicht alsof ze hier al jaren kind aan huis was.

Myrthe's ogen dwaalden onderzoekend door de ruimte. Aan de zijkant zag ze een soort machine, die nog het meeste weg had van een aftands kopieerapparaat. Daarnaast stond een zelfde type apparaat, alleen een stuk kleiner. Achteloos weggesmeten in de hoek lagen wat rollen wit behang, of iets dat daar in elk geval aardig opleek.
In een andere hoek ontdekte ze een berg verwrongen metaal en een laag tafeltje waarop twee lege koffiekopjes stonden.

Myrthe was van plan geweest om naar beneden te springen, een stoel onder het open raampje te zetten en met de kat in haar armen weer naar buiten te klimmen. Maar door die lege koffiekopjes werd haar enthousiasme behoorlijk geremd. Het had er alle schijn van dat het huis bewoond werd, dan kon je toch niet zomaar naar binnen klimmen?

Aan de andere kant, de gedachte om te gaan aanbellen en de eigenaar haar probleem uit te leggen was ook niet erg aantrekkelijk. Want, zoals het huis er uitzag, was er alle kans dat de bewoner helemaal de eigenaar of huurder niet was. Misschien zaten er wel drugsverslaafde krakers in. Als ze die op de vroege zondagmorgen in hun roes stoorde, zouden die daar op z'n zachtst gezegd niet blij mee zijn. Als ze hen al wakker kreeg.

Aan de overkant van de ruimte ritselde er plotseling een muis in een berg afval. Nog geen tel later was de zo keurig op de stoel liggende kat in een moordzuchtig roofdier veranderd. In een soepele sprong dook ze op de muis, die angstig begon te piepen.

Myrthe aarzelde niet langer. Het kostte haar hooguit een paar minuten om Sasja naar buiten te krijgen. Het zou wel erg toevallig zijn als ze dan net betrapt werd.

Ze werkte zich snel naar binnen en terwijl ze dat deed nam ze het tuimelraampje met zich mee, zodat het dichtviel toen zij op de grond landde. Als ze het raam open liet staan, was er immers alle kans dat Sasja daar, ondanks die muis, weer misbruik van zou maken.

Als dierenarts was Myrthe wel aan muizen gewend. Ze stapte dan ook zonder aarzelen op Sasja af en greep haar stevig beet. Vervolgens werkte ze met professionele gebaren de muis tussen de tegenstribbelende kattenpoten uit.
Even gleden haar ogen onderzoekend over het grijze diertje, maar het was al snel duidelijk dat de muis nog geen blijvende schade had opgelopen. Poezen wilden instinctief altijd eerst een poosje met hun prooi spelen en aan een dooie muis is natuurlijk geen lol meer te behalen.

Ze zette het bibberende beestje in de berg afval en klemde haar kat in een soort houdgreep onder haar arm. Met haar andere hand pakte ze een stoel, zette die onder het raam en klom erop. Het raampje gehoorzaamde keurig en hoewel het behoorlijk behoorlijk lastig was om met maar een beschikbare arm naar buiten te klimmen, lukte het haar vrij snel. Ze had zelfs nog de tegenwoordigheid van geest om het raam weer in de oorspronkelijk stand op het haakje te zetten. Alleen de stoel bleef natuurlijk onder het raam staan. Maar daar kon ze niks aan veranderen.

"Hè, hè," mompelde ze met een blik op de kat, "dat viel niet mee zeg. En kijk nou toch eens hoe je er uit ziet, beest. Dat krijg ik toch nooit meer schoon."

Hoofdschuddend liep ze in de richting van de weg, maar toen ze de hoek van het huis weer omliep, stokte de adem in haar keel...



Nog meer lezen?
Dat kan!




* MYRTHE is rechtstreeks bij mij verkrijgbaar. (inclusief verzendkosten en een setje boekenleggers).



Neem een kijkje in Anita's webwinkeltje!





De groteletter-editie van Myrthe is op dit moment helaas uitverkocht.





WIL JE EEN BOEK BESTELLEN? KLIK HIER VOOR MEER INFORMATIE!






TERUG NAAR BOVEN


copyright -MX Verkerk-© 2002 Shadow webdesigns - All rights reserved