|
|
|
|
![]() De zon brandde genadeloos op het dak van het oude Jacob van Maerlant Lyceum aan de rand van Soest. Binnen was het warm en benauwd. De leerlingen van klas V-6B hingen landerig in hun banken. Ze zagen eruit alsof ze elk ogenblik in slaap konden vallen. "Dames en heren," zei Rowena een beetje geïrriteerd, "het is best handig als jullie af en toe iets van het gebodene noteren. Ik wil niet wéér over het eindexamen beginnen, maar tegen die tijd wordt er toch een zekere kennis van jullie verwacht." Haar woorden maakten weinig indruk. Er kwam zelfs geen beweging in de klas. Rowena zuchtte diep. Ze kon zich niet herinneren, dat ze eerder aan zo'n stelletje slomers had lesgegeven. Maar ja, zolang stond ze natuurlijk ook nog niet voor de klas. Dit was haar vijfde jaar. En misschien kwam het allemaal wel van de hitte. Het was uitzonderlijk warm voor een dag in september. Zelf had ze er ook last van. Onder haar dunne T-shirt voelde ze het zweet in kleine straaltjes over haar rug lopen. Ongeduldig schudde ze haar lange, blonde haar naar achter. Bah, het leek wel of alles plakte. Nou ja, ze kon maar beter verder gaan met de les. De geschiedenis van Europa in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Normaal had ze daar geen hekel aan. Maar nu... "Schrijf maar op," zei ze zo energiek mogelijk, "kenmerkend voor het Verdrag van Versailles was..." "Wij gaan eigenlijk liever zwemmen, mevrouw," zei opeens een donkere mannenstem van de achterste bank, "al die kerels zijn toch al dood." Verstoord keek Rowena in de richting van het geluid. Dat was Carlo natuurlijk weer. Ze deed haar mond open om hem eens even goed te vertellen hoe ze over deze storing dacht, maar op dat moment begon de intercom achter haar hevig te toeteren. Drie korte tonen en een lange. Brandalarm? Ja, daar ging het alweer, drie keer kort en één keer lang. Geen twijfel mogelijk. Het brandalarm! Even voelde ze een rilling over haar rug lopen. Er dreigde gevaar! Maar ze probeerde zichzelf meteen gerust te stellen. Welnee, dit was vast een gewone oefening. "Tassen laten staan en zo snel mogelijk langs de achtertrap naar buiten," riep ze, "niet met de lift gaan. Kom op!" Ze rende naar de deur en gooide die open. Een groepje jongens draafde langs haar heen naar de gang. De meisjes maakten niet zo'n haast. "Vooruit!" riep Rowena dringend. "Schiet nou op! En alle spullen laten liggen." In een oogwenk was het lokaal leeg. Terwijl Rowena achter haar leerlingen aandraafde, kon ze een glimlach niet onderdrukken. Die sloompies konden toch nog actiever zijn dan ze had gedacht. Dat zou ze de dames en heren bij de volgende les eens goed onder hun neus wrijven! Buiten, op het grote grasveld voor de school, stond al een menigte scholieren en docenten druk te praten. Haastig begon Rowena haar 'kinderen' te tellen. "Vijfentwintig, zesentwintig..." Ze miste er één. Waar was die nou opeens gebleven? Hè, ze had nog zo geroepen, dat ze even bij elkaar moesten blijven. Opnieuw dan maar weer. "Een, twee..." Nog steeds zesentwintig. "Wie missen we, jongens?" riep Rowena boven het opgewonden geroezemoes uit. "Ik mis iemand! Help eens tellen." "Dat moet Carlo zijn," riep een meisje terug, "die loopt daar ginter." Rowena keek in de aangewezen richting. Ja, daar was haar verloren schaap. "Zo, heb je iedereen eruit?" vroeg haar collega De Vries, die Duits gaf en bovendien conrector was. "Ja, gelukkig wel," zei Rowena, "een hele verantwoordelijkheid. Ook al is het dan een oefening." De Vries schudde moeizaam zijn hoofd. "Ik weet het niet," bromde hij, "de conciërge kreeg een heel merkwaardig telefoontje en voor de zekerheid hebben we de boel laten ontruimen. Met al die jongelui kun je maar beter geen enkel risico lopen." "Echt? Maar wat is er dan?" "Dat zal de tijd ons leren," zei De Vries filosofisch. "Er ligt een bom in de aula," klonk een stem achter hen, "en over precies drie minuten ontploft hij." Rowena en De Vries draaiden zich tegelijk om. Het was Carlo, die daar grijnzend stond. Carlo, haar leerling uit klas V-6B. "Een bom?" vroeg Rowena argwanend. "Wat weet jij daarvan?" "Geintje," zei Carlo en grinnikend draaide hij zich om. Rowena keek hem even na. Een vreemde snuiter. Hij zag er niet uit als een jongen. Hij leek veel meer op een man. Ach, dat was hij natuurlijk ook. Minstens twintig moest hij zijn, misschien wel ouder. "Is dat die nieuwe niet?" vroeg De Vries en hij wees naar Carlo's rug. Rowena knikte. "Ja, dat is hem. Een spijtoptant." "Ik weet het. Van zijn vorige school weggestuurd wegens spijbelen en rotzooi trappen." "Hij schijnt daarna gelijk in dienst geweest te zijn. Gisteren hoorde ik hem opscheppen, dat hij net uit Bosnië terug is." "Nou, dat zal dan een hele overgang voor het heerschap zijn," bromde De Vries, "eerst als grote vent met een geweer rondsjouwen en nu weer braaf in het bankje zitten." Rowena haalde haar schouders op. "Hij wilde per sé toch nog zijn VWO-diploma..." Ze stopte abrupt met praten, want met gierende banden stopte er een busje voor de school. 'Explosieven Opruimingsdienst' stond er op geschreven. "Verdraaid," hoorde Rowena haar collega mompelen, "toch een bom?" "En ze moeten inderdaad in de aula zijn," zei Rowena zacht, "kijk maar, daar rennen ze heen." Achter haar gaf iemand een gil en op het zelfde moment voelde ze een dwingende hand in haar rug. "Liggen! Hij gaat ontploffen!" Zonder nadenken dook Rowena op de grond. Om haar heen deden honderden scholieren precies hetzelfde. De seconden leken minuten te duren. "Dat zal een klap geven," zei een tevreden stem in haar oor. Ze keek opzij. Recht in twee heldere donkerbruine ogen. "Carlo?" fluisterde ze. Hij knipoogde naar haar en opeens werd ze zich bewust van zijn hand, die nog altijd op haar rug rustte. Vreemd, dat moest hij toch al een tijdje doen en ze had het niet gevoeld. Ze keek weer in zijn ogen en nu ontdekte ze dat er een vreemde tinteling door haar buik ging. "Laat me maar los," zei ze schor. Rustig haalde Carlo zijn arm weg, maar zijn ogen bleven de hare zoeken. Rowena slikte moeilijk. Verdraaid, wat was er opeens met haar? Ze had het gevoel, dat ze Carlo nu pas voor de allereerste keer zag. Twee felbruine ogen, die schitterden in een door de zon gebruind knap gezicht. Een nonchalant, ver openhangend overhemd, een korte blauwe spijkerbroek en een sterk, puur mannelijk lichaam. Hij zag er erg goed uit en het was haar nog niet eerder opgevallen... Even vroeg ze zich af, wat hij van haar zou vinden. Voor hem moest ze al een oude vrouw zijn met haar vijfentwintig jaren. Maar ze had het ranke figuur van een meisje van achttien en veel mannen draaiden zich nog een keertje om als zij langskwam. Automatisch veegde ze een springerige lok van haar lange, glanzend blonde haar naar achter en in haar grijsblauwe ogen kwam een uitdagende blik. Wat kon het haar schelen, hoe hij over haar dacht? Hij was haar leerling, zij kon wel beter krijgen! "Hoe oud ben je eigenlijk?" hoorde ze zichzelf vragen. "Tweeëntwintig. Hoezo?" "Zomaar. Ik vroeg het me opeens af." Steunend op haar elleboog werkte ze zich omhoog en keek in de richting van de aula. Er kwam net een man naar buiten. Hij droeg een groot bruin pak onder zijn arm. "Loos alarm!" schreeuwde hij. "Het gevaar is geweken." Er ging een hoorbare zucht van opluchting door de menigte en iedereen krabbelde weer overeind. "Het is een wekker," grinnikte Carlo opeens, "een doodgewone wekker in een doos met krantenproppen. Leuk bedacht." "Leuk bedacht?" zei Rowena fel. "Iedereen heeft zo ongeveer de stuipen." "Geinig toch? Nou kunnen we tenminste gaan zwemmen," kwam het onverwachte antwoord, "ga je ook mee?" "Ik? Welnee, hoe kom je erbij?" "Zoveel schelen we anders niet in leeftijd. Je ziet eruit als achttien." "Ik ben járen ouder," overdreef Rowena en ze liet haar stem expres een beetje pinnig klinken. Daarna vervolgde ze: "En ik zou het erg op prijs stellen, als je me gewoon mevrouw Van Leeuwen wilt noemen." Hij keek haar even taxerend aan en ze zag een spottende glans oplichten in zijn prachtige ogen. "Ja juf," klonk het braaf. Met een ruk draaide Rowena zich om. Hij hoefde niet te zien, dat ze in de war raakte van zijn blik. "Naar binnen maar weer," zei de onverwachte stem van De Vries in haar oor. Rowena schrok. De Vries was al die tijd vlak bij haar in de buurt geweest. Hoeveel had hij opgevangen van haar gesprek met Carlo? Koortsachtig dacht ze terug aan wat ze gezegd had, maar het enige wat er in haar boven kwam, was de herinnering aan twee felbruine lonkende ogen... Onwillekeurig schudde ze haar hoofd. Dit moest ophouden. Hij was haar leerling, verdraaid nog aan toe! Een paar minuten later zat iedereen weer in de klas. Rowena keek op haar horloge. Nog een kwartier voor het einde van de les. Nauwelijks meer de moeite. Uit de intercom klonken drie beschaafde tikjes en even later vulde de schorre stem van de rector de warme ruimte: "Hier volgt een mededeling. In verband met het bomalarm én de warmte heeft de schoolleiding besloten om de rest van de middag vrij te geven. Ik verzoek de docenten naar de vergaderkamer te komen." "Pech voor jou," zei een bekende stem vanaf de achterste bank, "maar wij kunnen gelukkig eindelijk naar het zwembad." Het leek Rowena het beste om maar even doof te zijn voor die opmerking. "Het huiswerk, dames en heren," zei ze hard. Er ging een ontstemd gemompel door de klas. "Warm juf," zei één van de meisjes. "Eindexamen!" zei Rowena onverstoorbaar. "Dat is voor jullie het codewoord, dit jaar. Dus: voor de volgende les bladzij 45 tot en met 50 prepareren en de bijbehorende vragen maken. Verder een prettige middag en tot overmorgen." Ze wachtte tot de klas het lokaal uit was en pakte zorgvuldig haar tas in. Wat zou de rector nog op zijn lever hebben? Ze was veel liever gelijk naar huis gegaan. Nou ja, hopelijk was de man vandaag eens een keertje snel uitgepraat. Hoewel, veel kans was daar niet op. Rector Meuleman stond bekend om zijn langdradige optredens. Vooral tijdens de algemene docentenvergaderingen genoot hij ervan om zichzelf bijna urenlang het woord te geven. En niemand durfde er iets van te zeggen. Ja, na afloop op de gang, dan hadden ze commentaar genoeg. Maar zodra Meuleman in de buurt kwam, verstomden de klachten steevast. Al peinzend liep Rowena de docentenkamer in. Bijna iedereen zat er al. De rector met zijn vier conrectoren achter hun vertrouwde tafel helemaal vooraan in de zaal. Hé, wat was dat nou? Een onbekend gezicht? Nieuwsgierig liet Rowena haar ogen over de onbekende man glijden. Hij moest een jaar of dertig zijn en had kortgeknipt donkerbruin haar. Zijn ogen kon ze op deze afstand niet zien, maar ze zouden wel bruin zijn. Dat was meestal met die kleur haar. Ondanks de hitte droeg hij een felrood colbertje.De rector tikte tegen de microfoon en begon te spreken: "Welkom, collegae. Ik heb u nog even bij elkaar geroepen op verzoek van de politie. Naast mij zit hoofdinspecteur Wuters van de recherche. Hij wil u een paar vragen stellen over de gebeurtenissen van heden namiddag. Hoofdinspecteur, ik geef u graag het woord." Nou, dit was bijna niet te geloven, dacht Rowena. De rector, die na vijf zinnen al uitgepraat was. "We zijn er nog niet," fluisterde de lerares Frans, die Froukje Verlaan heette, in haar oor. "Straks krijgen we vast nog een slottoespraak." "Niet te hopen met die hitte," fluisterde Rowena terug en daarna veegde ze voor de zoveelste keer een plakkerige sliert haar van haar voorhoofd. Ze was ook stom geweest. Waarom had ze het niet opgestoken, zoals ze meestal deed? Ondertussen pakte hoofdinspecteur Wuters ongehaast de microfoon uit het standaardje en stond rustig op. "Vanmiddag om half twee precies ontving de conciërge van deze school een vreemd telefoontje," begon hij kalmpjes. Hij kuchte eens en zijn ogen gleden ongegeneerd over de aanwezigen. "Helaas is het gesprek niet opgenomen..." "Dat kun je in een school toch ook niet verwachten," was het zachte commentaar van de lerares Frans. "Ssssttt..." klonk het rondom. Wuters stopte met praten en keek gehinderd in de richting van de storing. Het werd stil in de zaal en Wuters vervolgde: "Ik heb de verklaring van de conciërge genoteerd. Hij draaide zich half om en wenkte. "Meneer Grotendonk, mag ik u verzoeken uw verklaring nogmaals af te leggen?" Rowena zag de dikke gestalte van de conciërge dichterbij komen en de microfoon pakken. "Ja eh..." begon hij aarzelend, maar na een paar woorden kon je aan hem zien, dat hij genoot van de onverwachte aandacht. "Ik neem dus de telefoon op," zei hij, "zoals anders altijd, maar ik hoor allenig gehijg. Grotendonk, denk ik nog bij mezelf, da's geen zuivere koffie. Ik zeg nog een keer de naam van de school en toen krijg ik een raar gekraak." De conciërge zweeg even en keek haast triomfantelijk naar de zaal, die daar zo stil naar hem zat te luisteren. "Gaat u verder," spoorde Wuters hem aan. "Ja, ineens hoor ik me een herrie!" praatte Grotendonk opgewonden door. "Bom, bom, bom, roept d'er één in mijn oor. Heel ingeblikt." "Een bandje," knikte Wuters, "en daarna hoorde u..." "Aula," zei de conciërge voldaan, "d'r leit een bom in de aula. Dat zegt die stem. En toen hoor ik allenig maar getuut." "Dank u wel," knikte Wuters bijna hartelijk en met een kort gebaar verwees hij de conciërge weer naar de achtergrond. Die liet zich aarzelend wegsturen. "U kent de afloop," vervolgde Wuters zakelijk, "in de aula trof de explosieven opsporingsdienst een tikkende bruine doos aan. Het bleek al snel om een flauwe grap te gaan." Hij rommelde wat onder de tafel en even later kwam zijn hand weer boven met een wekker, die om vingerafdrukken en ander bewijsmateriaal te sparen in een stuk plastic was verpakt. "Een ouderwetse wekker," zei Wuters overbodig, "verpakt in proppen krantenpapier. Afkomstig van de Soester Courant om precies te zijn." De zaal was niet langer stil. Aan alle kanten begonnen de docenten commentaar te leveren op de gebeurtenis. "Een geintje van een leerling zeker," hoorde Rowena haar buurvrouw zeggen.Een geintje? Waar had ze dat vandaag eerder gehoord? "Nog even uw aandacht, collegae," klonk de stem van de rector en als een stel stoute kinderen schoot de vergadering weer rechtop. Wuters nam de microfoon van de rector over. "U denkt misschien, wat moet de politie nu hier," zei hij rustig, "wel, dat kan ik u snel verklaren. Een dergelijke loze melding kost handen vol geld. We willen de dader zo snel mogelijk pakken, om herhaling te voorkomen." Hij kuchte weer uitgebreid en vervolgde: "Ik verzoek u vriendelijk goed na te denken over de volgende vragen..." "Het lijkt wel een politiebericht," fluisterde de lerares Frans. "Stil nou toch eens, mens. Zo horen we niks," mopperde de docent Engels achter haar. "De volgende vragen..." herhaalde Wuters met een getergde blik in hun richting, "ten eerste: wie herkent de bruine doos? Ten tweede: wie herkent de wekker? Ten derde:..." "Wie leest de Soester Courant," zei de onverbeterlijke lerares Frans hardop. Rowena beet stevig op haar lip om niet in lachen uit te barsten. Wuters had de interruptie dit keer verstaan. "Nee mevrouw," zei hij en zijn stem had een harde klank, "mijn derde vraag luidt anders. En wel: wie heeft tussen half twaalf en half twee vreemde bewegingen in de aula waargenomen?" Naast Rowena begon de lerares Frans keihard te lachen. "Vreemde bewegingen," proestte ze, "het is hier geen sexclub!""Mevrouw Verlaan," zei de rector vermanend. "Het spijt me, meneer Meuleman, het komt waarschijnlijk van de hitte," zei de lerares Frans verontschuldigend, maar fluisterend liet ze erop volgen: "Die vent praat alsof hij een ambtelijk stuk is. Laat hem dan normaal doen." "Iedereen die inlichtingen kan geven, hoe gering ook, wordt vriendelijk verzocht nog even te blijven. De rest kan naar huis. Daarom sluit ik hierbij de vergadering." "Een record!" klonk het naast Rowena opgelucht uit de mond van de docente Frans, maar dit keer ging haar stem gelukkig verloren in het geroezemoes dat meteen losbarstte. Rowena grinnikte. "Jij weet de stemming er wel in te houden, Froukje," zei ze met een grijns tegen de lerares Frans. "Och," zei die schouderophalend, "ik zal wel moeten. Het leven is al saai genoeg. Ga je mee? Of heb je nog iets dringends voor Sherlock Holmes?" Rowena keek in de richting van Wuters. "Nee, ik geloof het niet. Ik heb niks bijzonders gezien." Froukje Verlaan trok een raar gezicht en ze liet haar stem dalen tot een geheimzinnig gefluister: "Zélfs geen vreemde bewegingen?" Rowena schoot in de lach. "Nee, zéker geen vreemde bewegingen." "Oké, dan gaan we toch?" Rowena pakte haar tas en liep samen met haar collega naar buiten. Op het plein stond een hele groep jongelui met hun fietsen te wachten. Rowena herkende de gezichten van klas V-6B. "Eindelijk," zei een bekende donkere mannenstem, "nu kunnen we gaan." Rowena keek verbaasd op. "Carlo? Wat moet dat hier?" "We gaan zwemmen," zei hij, "we hebben op u gewacht, mevrouw Van Leeuwen." Dat kan! Neem een kijkje in Anita's webwinkeltje! ![]() Ga naar de boekwinkel en "zoek" op Verkerk |
|
|