|
|
|
|
![]() Het was gezellig druk in de eeuwenoude kerkebuurt van Soest. Aan de rand van de nauwe straatjes stonden kraampjes vol kerstversiering en dennetakken. Soesters en toeristen verdrongen elkaar in een bonte mengeling van wriemelende mensen voor de kerststal op het pleintje naast de Oude Kerk. Een hese stem probeerde boven het geroezemoes uit te komen. "Johoho!" klonk het schor. "Daar is de kerstman, mama!" riep Benny enthousiast. "Een echte kerstman!" Inge glimlachte. Wat werd hij groot, haar Benny. Ruim 6 jaar was hij nu en ze kon zich nog iedere minuut van de bevalling herinneren. Nou ja, dat kwam misschien ook wel doordat ze nu wéér in verwachting was. Even legde ze haar hand op haar hoogzwangere buik en keek toen opzij naar Arno, die naast haar liep. Stoer en gebruind ondanks de tijd van het jaar. In zijn grijze ogen lag een uitdagende glans. Ze volgde zijn blik en zuchtte. Ze had het kunnen weten. Daar, bij het kraampje met houtsnijwerk, stond een blonde schoonheid over een sierlijk engeltje gebogen. Haar ronde vormen staken verleidelijk onder haar nepbontje uit. Arno... Arno had wel erg veel belangstelling voor andere vrouwen. In het begin van hun verkeringstijd had ze het vaak met een grapje afgedaan. "Hij mag van mij overal honger krijgen, als hij maar thuis komt eten!" riep ze dan. Maar toen had ze zich nog niet echt ongerust gemaakt, terwijl tegenwoordig... Ze schrok van een luid gebel achter hen. "Mama!" juichte Benny. "Een arreslee op wieltjes! Mag ik daar in?" Inge keek naar de twee snuivende dampende paarden, die rilden in hun tuig. En naar de bonkige boerenkar waar ze voor gespannen stonden. Haar gezicht betrok. Eigenlijk had ze niet zoveel zin om in zo'n hobbelend geval door Soest te rijden. Zeker niet met die dikke buik. "Wacht maar hier," zei Arno, "ik ga wel weer." Ze keek ze na. Het blonde jongetje met zijn felblauwe spijkerbroek en de sportieve dertiger in zijn pilotenjack. Haar zoon en haar man. Het had zo fijn kunnen zijn met hun drietjes, als Arno nou maar niet steeds... Het waren niet alleen zijn avontuurtjes waar ze zo beroerd van werd. Hij dronk. En af en toe een behoorlijk slokje teveel. En als hij dan thuis kwam, wist ze steeds vaker niet waar ze het zoeken moest. Hij was agressief en hij stonk ook nog. Naar bier. Bah. Luid rinkelend kwam de arreslee voorbij. "Dag mam!" riep Benny en hij wuifde uitbundig. Ze zwaaide tot de kar de hoek omreed. Toen zuchtte ze diep. Arno had het warmste plekje van de hele slee. Hij zat precies tussen twee vrolijke jonge vrouwen in. Een vlotte blonde en een donkere vrouw met een exotische uitstraling. Arno... Het was allemaal toch wel heel anders gelopen, dan ze had gedacht. Wat was ze opgewonden geweest, kort na hun eerste ontmoeting. Ze las er nog wel eens over in haar dagboek. Dat hield ze trouw bij, al vanaf haar veertiende. Hoi dagboek! "Geeft niks," zei Arno, "voor zo'n leuke meid heb ik graag een glaasje bier over." Ik keek hem eerst verbaasd aan, maar al gauw zag ik waar hij het over had. Hij was kletsnat! Door die botsing met mij had hij een heel glas bier over zich heen gekregen! Ik wist niet meer wat ik zeggen moest, maar Arno keek me heel speciaal aan en zei: "Je kunt het weer goed maken met een dansje. Kom op." En daar gingen we. Dicht tegen elkaar aan over de nauwe dansvloer. Zalig gewoon! O, het is toch zo'n fantastische spetter! Hij is lang en sterk en hij heeft donkerblonde haren. En weet je, dagboek, hij heeft me ook al gekust! Stel je voor, ik heb een echte kus gehad. Zo'n spannende, waar ik wel eens over gelezen heb. Het gebeurde aan het einde van de avond, buiten bij het hek. Donker was het en koud. Opeens was zijn arm om me heen en zijn gezicht kwam heel dichtbij. Ik rook zijn aftershave, lekker kruidig, zo echt mannelijk. Nee, die geur zal ik nooit meer vergeten, mijn hele leven niet. En de rest ook niet. Want toen waren zijn lippen ineens op die van mij. Warm en vochtig. Zijn tong gleed voorzichtig tussen mijn tanden door en ging op onderzoek door mijn hele mond heen. De vlammen sloegen me uit en ik raakte helemaal in de war. Dat zo'n knappe man juist mij uitgekozen had. Mij! Super! Ja, zo was het begonnen, bijna acht jaar geleden, op een mooie dag in mei. Stapelverliefd was ze geweest. Hoteldebotel van die knappe man. Huiverend trok Inge haar jas wat dichter om zich heen. Er was veel gebeurd, sinds die dag. "Het was gaaf, mam!" riep een stem in haar oor. "Hartstikke gaaf! Ik wil nog een keer." Inge keek zoekend om zich heen. "Waar is papa?" "Weet ik veel." "Toe nou Benny, je zat toch tegenover hem?" Benny haalde zijn schouders op. "Hij was opeens weg. Hè, toe nou mam, mag ik nog een keer?" "Geen sprake van," zei Inge veel bozer dan haar bedoeling was, "ik wil onderhand weer naar huis." Met een woest gebaar schudde ze haar kastanjebruine lokken naar achter. "Hè," mompelde ze geërgerd in zichzelf, "hij weet toch dat ik niet zo lang kan staan." Ze deed een stap naar voren, wipte op haar tenen en probeerde zo over de menigte heen te kijken. Het had weinig effect. Zo lang was ze niet. "Arno!" riep ze. "Arno!" Maar het geluid ging verloren in het geroezemoes. "Arno!" riep ze nog eens. Er lag een intens verdrietige klank in haar stem en nog iets anders ook. Kreunend zocht ze steun bij een lantarenpaal. Waar kwam die rare kramp opeens vandaan? Vlijmende steken, die dwars door haar hele lichaam heen leken te flitsen. Dit gevoel had ze al eens eerder gehad. Maar dat kon toch niet? Niet hier! Alsjeblieft niet hier! Ze kon toch niet midden op de markt haar kind ter wereld brengen? Ze moest naar huis, zo gauw mogelijk naar huis! O, waar was Arno nou? "Arno!" gilde ze wanhopig. Mensen draaiden zich om en keken naar haar. Naar die intens witte, hoogzwangere vrouw, die met een van pijn vertrokken gezicht tegen een lantarenpaal stond. "Kan ik helpen?" vroeg een schorre stem in haar oor. "Mijn man... Ik zoek mijn man. De baby..." hijgde ze. "Volgens mij moet u zo gauw mogelijk naar het ziekenhuis," zei de stem, "ik breng u wel met de auto. De ambulance doet er altijd zo lang over om in Soest te komen." Een nieuwe pijnscheut liet Inge bijna dubbel slaan. "Arno," fluisterde ze, "Arno, waar blijf je nou?" "Kom maar," zei de hese stem, "kunt u nog lopen? Mijn auto staat vlakbij."
Inge voelde de kramp langzaam wegebben en haalde diep adem. Traag draaide ze haar hoofd naar de man die haar zijn hulp had aangeboden. Het was de kerstman. Zijn buik was net zo dik als de hare. Van onder zijn felrode muts keken twee heldergroene ogen haar oplettend aan. "Gaat het weer een beetje?" "Ja, nu wel, maar zo meteen..." Er kwam een nieuwe kramp opzetten en Inge kreunde zachtjes. "Niet dus," zei de kerstman nuchter, "u moet hier zo gauw mogelijk weg." "Ja, maar mijn man..." "Ik laat hem al omroepen. Als hij in de buurt is, moet hij het horen. Kom nou maar gauw mee naar mijn auto." "En... En Benny." "Die staat hier naast me. Kom nou maar." Hij bood haar zijn arm aan en loodste haar zo snel als het ging door de menigte. Achter hen verstomde het geluid van de kerstliedjes met een korte klik. "Wil de heer Arno Dubbeldam zich met spoed melden bij de Infostand," klonk het blikkerig uit de luidspreker. "Ik wil naar die Infostand," hijgde Inge. "U gaat in mijn auto zitten," zei de kerstman beslist, "en ik rijd u nu meteen naar Molendael." "Ja maar..." "Hij komt u wel achterna als ze hem gevonden hebben. Benny? Kruip maar achterin." "Ja meester," zei Benny. Inge hoorde het niet. Ze zakte moeizaam op de voorstoel en keek paniekerig om zich heen. Arno! Schiet nou toch op! Straks moest ze helemaal alleen... Zacht kreunend greep ze weer naar haar buik. De auto draaide de Torenstraat op en reed met een flinke vaart de grote weg af, richting ziekenhuis. Arno... Arno was helemaal niet blij geweest met haar zwangerschap. Sterker nog: Arno was woest. Razend! Hallo dagboek, Vanmorgen heb ik dus een test gedaan. Lekker zelf. Het was eigenlijk niet nodig. Ik wist het al. Als vrouw voel je zoiets. Bij Benny wist ik het ook meteen. Nou ja, ik ben dus in verwachting. Een beetje vader springt de sterren van de hemel. Maar Arno... Arno was weer eens dronken. "Vuile teringtrut!" schreeuwde Arno. "Dat heb je er om gedaan!" "Nee, echt niet, Arno. Ik..." "Je wist dat ik het niet wilde hebben! Eén is me meer dan genoeg." "Nou," zei ik, "nummer twee komt eraan." Misschien heb ik dat wel iets te uitdagend gezegd. In elk geval kreeg ik een klap. Een harde, recht in mijn gezicht. Maar de tweede keer lukte hem dat niet meer. Ik weerde hem af en gaf hem een schop tegen zijn ballen. En daarna ben ik als een gek naar de badkamer gerend. Deur op slot en de douche in de aanslag. Voor als hij toch binnen mocht komen. Maar hij kwam niet. Hij lag gillend van de pijn op bed te kronkelen. Nou, moet ie me maar niet slaan. Dat pik ik echt niet. En dat gezeur over die baby moet ook afgelopen zijn. Weet je wat ik hem hoorde schreeuwen? "Haal dat klotekind weg! Je laat maar abortus doen!" Hij riep het heel hard. Hoe durft hij! Hij weet donders goed hoe gevoelig dat bij me ligt. Mijn kind zal welkom zijn! Mijn kind hoeft geen verschoppeling te worden! Nou ja, als hij straks weer nuchter is, zal hij er wel anders over denken. Maar hij was er niet anders over gaan denken. Nee, bij iedere gelegenheid die zich voor deed, had hij het over 'die baby' of over 'jouw kind'. En hij was ook niet meegegaan naar zwangerschapsgym op die laatste avond. Allemaal stelletjes en zij zat alleen... Hij zou het toch niet expres doen? Haar ook nog in haar eentje een bevalling laten opknappen? Maar ja, dat was niet erg redelijk gedacht. Toen hij in die arreslee stapte, was er met haar nog niks aan de hand geweest. Hoewel... Ze realiseerde zich opeens dat ze de hele ochtend al zo'n vreemd gevoel in haar buik had. En geen trek in eten. Ze hadden natuurlijk nooit naar deze kerstmarkt moeten gaan. Maar ja, Benny wilde zo graag... "We zijn er," zei de kerstman zacht, "lukt het?" Ze schudde haar hoofd. "Even deze wee afwachten." Hij keek haar bezorgd aan. "Ik haal een rolstoel." Hij liet de auto voor de ingang staan en rende naar binnen. Ondanks de pijn, kon Inge een glimlach niet onderdrukken. Wat een koddig gezicht, zo'n dravende kerstman. Een paar tellen later was hij al terug met een verpleegster en een rolstoel. Hij hielp haar voorzichtig uit de auto. Inge wilde hem bedanken, maar ze sloeg dubbel van een nieuwe pijnscheut. "Laat maar," zei hij, "ik pas wel op Benny." Inge schudde zacht kreunend haar hoofd. Nee, ze mocht Benny niet aan een wildvreemde man toevertrouwen. Wie weet wat hij allemaal met het kind van plan was! Alsof hij haar gedachten raadde, glimlachte de kerstman: "Ik ben Sander Uithof. Ik ben leraar bij Benny op school." "Ja mam," zei Benny, "het is de meester van groep 6." "O," zei Inge verward, "ik heb je toch liever bij me." "Dat lijkt me niet zo verstandig," klonk de stem van de verpleegster, "het kind loopt bij een bevalling echt in de weg." "Ik neem Benny wel mee naar de markt," zei de kerstman, "dan kan hij me helpen." Hij gaf haar geruststellend een kneepje in haar arm. Inge keek naar hem. Naar zijn felgroene ogen die haar trouwhartig aankeken. "Bent u écht..." begon ze, maar op dat moment sijpelde er opeens een warm straaltje langs haar benen. "De vliezen zijn gebroken," constateerde de zuster zakelijk, "u gaat nu direct zitten, dan rijden we naar de verloskamer." Ze duwde Inge vastberaden in de rolstoel en reed meteen weg. Kerstman Sander bleef heel even staan kijken. Toen pakte hij Benny bij de hand en liep hen achterna. De zuster hield er een stevig tempo op na en hij haalde hen pas bij de deur van de verloskamer in. "Wat moet u nu nog?" vroeg de zuster met een argwanende blik op zijn felrode kerstman-outfit. "Bent u de vader?" "Nee," zei Sander, "maar ik wil nog even iets tegen mevrouw Dubbeldam zeggen." "Hmmm..." zei de verpleegster, maar zij draaide de rolstoel toch een kwart slag om. "U hoeft niet ongerust te zijn over Benny," zei Sander, "ik blijf hier op de gang met hem wachten tot zijn vader er is." "U mag ook mijn ouders bellen," zei Inge zacht, "Benny weet het telefoonnummer wel. Dan hoeft u... O... O..." Haar gezicht vertrok in een pijnlijke kramp. "Hoog tijd," zei de zuster. Ze reed Inge naar binnen en sloeg de deur met een klap dicht. Amper vijf minuten later lag Inge op het verlosbed te persen alsof haar leven ervan afhing. Om haar heen was het een drukte van belang. Een arts, een paar assistenten, verpleegkundigen, steeds weer zag ze vreemde gezichten boven zich. "Pers maar rustig," zei een stem. "Het gaat uitstekend," klonk een andere. "Daar komt wat aan!" "Goed zo!" Een schop in haar buik, een vlijmende pijn en toen leegte. Intense leegte. En een kinderstem. Hoog, jammerend, krijsend. "Een dochter, mevrouw. Gefeliciteerd!" Een dochter. Ze had een dochter... Een warm glibberig wezentje lag opeens op haar buik. Een wijd open krijsend mondje, oogjes die verwilderd om zich heen keken. "Neem maar mee zuster," zei een harde stem in haar hoofd, "neem maar mee hoor. Gooi maar bij het vuilnis. Ik hoef haar niet!" Voorzichtig trok Inge het kindje naar zich toe. Intens teder kuste ze de kleine vingertjes en het neusje. "Neem maar mee!" gilde de stem in haar hoofd. "Weg ermee!" "Ik hou van je, mijn kindje," fluisterde Inge in het oortje, "mama zal altijd voor je zorgen, hoor. Mama laat jou niet in de steek!" "Weg! Weg!" krijste het in haar hoofd. Twee handen grepen de baby vast en wilden haar van Inge's buik tillen. "Nee!" gilde Inge. "Blijf af! Dit is MIJN kind!" En ze trok haar dochtertje dicht tegen zich aan. "Rustig maar, mevrouw," zei de stem van de verpleegster, "ik ga haar even wassen. U krijgt haar zo weer terug." "Op de vuilnisbelt ermee!" schreeuwde de stem in Inge's hoofd. "Ik... ik wil haar nog even vasthouden. Ik..." "Dat begrijp ik best, mevrouw, maar de kleine koelt zo af. Ze krijgt wat kleertjes aan en dan komt ze meteen terug. Heus, dat beloof ik u." De verpleegkundige veegde voorzichtig een springerige lok van Inge's gezicht en zag de tranen die over haar wangen stroomden. Ze viste een tissue uit haar zak. "Stil maar," zei ze zacht, "het is ook naar voor u dat uw man er niet op tijd bij kon zijn. Zal ik koffie brengen?" Inge schudde haar hoofd. Nee, geen koffie. "Thee?" "Ik heb nergens zin in." "Ik haal toch iets warms. Dat hebt u nodig. Maar eerst de baby." Ze keek Inge aarzelend aan. "Mag ik haar nu meenemen?" Inge knikte langzaam. "Ja, maar ik wil haar zo gauw mogelijk weer terug." "Tuurlijk," zei de zuster met een warme glimlach. Inge keek haar na. Zo was zij zélf ook weggedragen, jaren geleden. Maar haar moeder had háár niet meer terug willen zien. Zij, Inge, was verstoten. Weggedaan als oud vuil door de vrouw die haar moeder was... Hoe kon dat toch? Hoe kon een moeder haar kind wegdoen? Die vrouw had toch ook maanden een baby in haar buik gevoeld? Net als zij. Ze had kunnen spelen met het kindje, daar diep in haar buik. Die schopjes, dat vreemde kriebelende gevoel uit de begintijd... Dat had zij ook allemaal meegemaakt. Maar toch was die vrouw niet van haar kindje gaan houden. Ze had het zo snel mogelijk weggedaan. Waarom dan toch? Was zij, Inge, dan zo weinig waard? Er liep alweer een traan over haar wang. Inge veegde hem haastig weg. Het was zo zinloos om te huilen om iets wat al zo lang geleden was gebeurd. De zuster kwam om Inge te wassen en daarna reed ze haar in een bed naar de kraamafdeling. In het hoekje bij het raam stond een minibedje op wieltjes. Inge glimlachte. Haar kindje. Daar lag haar kindje! "Zuster? Ik wil haar even gezellig bij me." "Natuurlijk, ik pak haar voor u." Voorzichtig nam Inge het tere hoofdje in de holte van haar arm. Wat een schatje. Wat een ontzettend lief baby'tje! Het was toch onvoorstelbaar dat iemand zoiets liefs zomaar weg kon doen? Zo'n hulpeloos wezentje. Daar wilde je toch alleen maar goed voor zorgen? Er kwamen nieuwe tranen in Inge's ogen. Wat had er aan haar gemankeerd, toentertijd? Waarom hadden ze haar als een stuk stront... "Inge, meisje!" klonk opeens een harde stem. "Dat was schrikken." Inge herkende het geluid meteen. Daar was mam. Mam met pap. Moeder gaf Inge een kus en zag op hetzelfde moment het kindje liggen. "O, kijk toch eens Herman," riep ze verheugd, "ons kleinkind! O, mag ik haar even vasthouden?" Ze wachtte niet op antwoord, maar trok de baby kordaat uit Inge's armen. "O, Herman, ze heeft helemaal jouw ogen, zie je wel! Wat een liefje." Het kindje had zo rustig bij Inge gelegen, genietend van haar warmte en aanwezigheid en nu... Het gezichtje betrok van die plotselinge schelle stem, het mondje ging open en een fel babygehuil weerklonk over de afdeling. "Hè mam," zei Inge verwijtend, "doe toch niet altijd zo druk." "Nou nog mooier," was het antwoord, "ik ben alleen maar enthousiast. Dat is toch logisch als je dochter een kind gekregen heeft?" En zonder overgang liet ze erop volgen: "Vooruit Herman, hou jij haar nu maar even vast." Het krijsende kind werd in de armen van de wat oudere man gelegd, die zich tot dan toe wat op de achtergrond had gehouden. Onwennig keek hij naar het rood aangelopen hoopje mens en zodra hij met goed fatsoen kon, legde hij de baby weer bij Inge neer. "En?" vroeg moeder. "Hoe heet ze?" "Maria." "Maria? Hoezo Maria? Ik had toch eigenlijk wel verwacht..." "Kom, kom Sofie," zei haar man. "Nou, ik mag toch zeker wel..." "Dit is niet het juiste moment, Sofie. We moesten anders maar weer eens gaan. Inge ziet er moe uit." "Nou, ik vraag me af wat Arno daar van zal zeggen. Hij..." Moeder stopte abrupt met praten en keek om zich heen. "Waar is Arno eigenlijk?" Er kwam een verdrietige glans over Inge's gezicht. "Ik weet het niet," zei ze zacht, "we konden hem niet bereiken." "Hoezo niet bereiken? Het is toch zaterdag?" Er ging een schok door Inge heen. "Benny!" zei ze en haar stem klonk verschrikkelijk ongerust. "Benny! Hebben jullie Benny al gezien?" Dat kan! VERGETEN SCHANDE verschenen in de succesvolle serie Ellessy Relax! ![]() BESTEL VERGETEN SCHANDE BIJ BOL.COM BESTEL VERGETEN SCHANDE BIJ COSMOX De nieuwe editie is natuurlijk ook in mijn webwinkeltje verkrijgbaar! * Er zijn nog enkele verdwaalde exemplaren te koop van de allereerste editie uit 1995. Maar wees er snel bij, want op = op! Neem een kijkje in Anita's webwinkeltje! op de site van de Grote Letter Bibliotheek. ![]() Ga naar de boekwinkel en "zoek" op Verkerk klik hier om een kijkje in het winkeltje te nemen! |
|
|