ANITA VERKERK

LEKKER LUI LEZEN!

Lees een stukje uit "Xandra"
copyright © Anita Verkerk





                                                   


XANDRA

"Groningen?" vroeg Xandra de Vries en er lag een verschrikte klank in haar stem. "U wilt me toch niet naar Groningen sturen?"

Haar chef aan de lage tafel tegenover haar knikte opgewekt. "Natuurlijk," zei hij, "een prima plek. Een mooie promotie."
Hij kuchte langzaam en voegde er nog aan toe: "En verdiend, mevrouw De Vries. U hebt dit filiaal uitstekend geleid."

Xandra snoof onhoorhoor. Directeur Hoogendoorn kon het altijd zo mooi zeggen. Een promotie noemde hij dit. Terwijl ze ongezouten de zak kreeg. Want daar kwamen zijn mooie woorden op neer. Dit bankfiliaal, dat ze al jaren met veel plezier runde, werd zonder pardon gesloten. Ondanks het goede kwartaal dat ze hadden gedraaid. En zij kon naar Groningen vertrekken.

Ze snoof opnieuw. Ze had waarschijnlijk nog geluk. Hoogendoorn had niks over haar twee medewerkers gezegd. Stonden die vanaf volgende maand gewoon op straat? Zonder op hem te letten, schudde ze haar hoofd.

Een mooie promotie...

Dit was weer typisch Hoogendoorn. Die man was een manipulator in hart en nieren. Het was haar al vaker opgevallen dat hij zelfs de meest vervelende vergaderingen met wat simpele gebaren naar zijn hand kon zetten.

Maar dan had hij aan haar mooi de verkeerde getroffen. Zij trapte heus niet in zijn fraaie kletspraatjes. Het was toch belachelijk!

"Het is je reinste onzin om dit filiaal te sluiten," zei Xandra fel. "Onze bank maakt miljoenen winst. Is het dan nooit genoeg?"

Ze keek hem boos aan en zag hoe Hoogendoorn een wenkbrauw optrok. Daarna streek hij in een automatisch gebaar over zijn kruintje. Het was duidelijk dat hij elke ochtend fanatiek probeerde om het oprukkende kale plekje met zoveel mogelijk overgebleven haar te bedekken, maar dat lukte niet best meer. Binnen een jaar zou er van de nu nog energiek ogende zakenman weinig meer over zijn. Een kale doorgerookte veertiger met een uitgezakte bierbuik en een dagelijks toenemende kans op een fataal hartinfarct.

Maar daar had ze nu natuurlijk niets aan, dacht Xandra wrang. Op dit moment was haar directeur nog springlevend en ze kon waarschijnlijk hoog en laag springen wat ze wou... het zou haar weinig helpen.

Ze zag hem zijn mond opendoen om iets terug te zeggen, maar ze gaf hem geen kans. "Ik ga absoluut niet naar Groningen. Ik pieker er niet over."

"U bent een goede kracht, mevrouw De Vries," ging Hoogendoorn soepeltjes in de tegenaanval. "Op onze laatste stafvergadering hebben we over uw capaciteiten gesproken en we waren het unaniem eens. U bent..."

"Ik ben een fantástische medewerker," maakte Xandra de zin voor hem af, "en bij uitstek geschikt om in één of andere Groningse negorij carrière te maken."
Ze probeerde de cynische ondertoon in haar stem nog te verbergen, maar dat lukte niet.

Hoogendoorn keek haar onderzoekend aan en ze zag hem vaagjes glimlachen om haar uitval. Wat zou hij nou van haar denken?

Vast, dat ze zo sacherijnig deed, omdat ze ongesteld moest worden. Dat soort idiote ideeën scheen bij veel mannen populair te zijn.
Ze had zin om hem eens goed de waarheid te zeggen, maar daar zag ze op het nippertje toch maar van af. Dit was niet zomaar een man. Dit was haar chef.

"Uw nieuwe post is in de stad zelf, mevrouw De Vries. Midden in het centrum."

Xandra's militante stemming sloeg onverwacht om. Van het ene moment op het andere voelde ze zich doodmoe. Wat zeurde die vent ook? Ze werkte hard. Kon hij haar niet gewoon met rust laten?

"Ik voel niets voor de grote stad, meneer Hoogendoorn. Al die herrie en die stank." Het kwam er zuchtend uit.

De directeur stond op. "Ik hou mijn aanbod nog even open," zei hij luchtig, "en ik zal eens rondvragen of er op één van onze regiokantoren iets geschikts vrij komt. Maar deze tent gaat definitief dicht, mevrouw. En daar kunnen u of ik..." Hij stopte even met praten en keek haar indringend aan. Het was even heel stil in het kantoortje van het kleine bankfiliaal. "En daar kunnen wij niets aan veranderen," maakte Hoogendoorn de zin af.

Xandra knikte langzaam. "Dat had ik al begrepen," antwoordde ze zacht.

Hoogendoorn stak zijn hand naar haar uit. "Ik ga ervan uit dat u uw ondergeschikten op de hoogte brengt?" zei hij op een toon alsof de zaak hem al niet meer aanging.

"Natuurlijk doe ik dat," antwoordde Xandra, "maar eh... moeten die ook naar het hoge noorden?"

"Nee," zei Hoogendoorn tot haar schrik, "die worden overgeplaatst naar het hoofdkantoor aan de Van Weedestraat."

"Ja maar... Waarom moet ik dan naar Groningen?"

Ze stak eindelijk haar hand naar hem uit en terwijl hij die ferm drukte, zei hij met een lichte grijns: "Maar mevrouw De Vries, u wilt toch niet als baliemedewerker aan de slag? U bent hier de baas."
Hij liet haar los en ze zag zijn ogen in een ondeelbaar moment goedkeurend over haar welgevormde lichaam flitsen. "De bazin, bedoel ik," verbeterde hij zichzelf.

Hij draaide zich op zijn hakken om, mompelde een korte groet en verdween door de zijdeur.

Xandra keek hem zuchtend na. Groningen. Ze streek vermoeid over haar ogen en zuchtte opnieuw. Daarna stond ze op en liep naar het piepkleine keukentje helemaal achteraan in het bankgebouw. Eerst maar eens koffie, daar zou haar beginnende hoofdpijn misschien van overgaan. Hoewel... Als die Hoogendoorn inderdaad gedacht had, dat ze zo fel deed vanwege maandelijkse problemen, dan had hij niet eens zo erg ongelijk. Ze hád last van PMS en niet zo'n klein beetje ook. Meestal kon ze met behulp van extra vitaminepillen en gezond eten de zaak nog een beetje in balans houden, maar in dit soort gevallen... als ze spanning had, werd het erger. Dan kreeg ze hoofdpijn en voelde ze zich een totaal andere Xandra. Een Xandra die in haar gedachten ijskoude gieters water over de hoofden van lastige klanten uitstortte. Of de brandblusser in hun gezichten leegspoot...

Ze glimlachte onwillekeurig. Hoewel de drang soms erg sterk was, had ze zich tot nu toe altijd weten in te houden. Ze was vriendelijk en beleefd tegen haar klanten geweest, zelfs toen de hond van meneer Jonassen op amper een meter afstand van de balie een stinkende hoop had gedaan. Terwijl zij die man al minstens honderd keer had verteld dat honden buiten moesten blijven.

Ze voelde zich vaak zó beroerd en dan ging ze toch naar haar werk. Het kwam niet in haar op om zich ziek te melden.
Ze dacht terug aan al die keren dat ze met een zeurende hoofdpijn achter de balie had gestaan en de glimlach bevroor op haar gezicht. Ze sloofde zich zó uit voor de zaak. Ze werkte kei en keihard en nu was dit haar beloning.
Afgeserveerd. Alsof ze een zak rotte aardappels was.

Ze nam een kop koffie, maar daar knapte ze niet van op. De onrust in haar lichaam nam toe. Het was niet eerlijk. Die bank maakte miljoenen winst, maar ze hadden nooit genoeg. Hoe moest dat nu met de oudere klanten? Er waren er erg veel die moeite hadden met het bedienen van de geldautomaat. Die liever binnen geld kwamen halen, omdat daar meteen een praatje aan vast zat en ze dan bovendien die ellendige pincode niet hoefden te onthouden.

"De klanten die persoonlijk contact willen, zijn welkom in het hoofdkantoor," had Hoogendoorn glimlachend gezegd. Ach, die man wist niet waar hij over praatte. Kende hij mevrouw Jelgerson, die met haar looprekje maar een klein stukje lopen kon? Dat mensje haalde het hoofdkantoor niet.

En meneer Van Dam, ook slecht ter been, was bang op straat. "Als ik buiten geld uit zo'n muur haal, heb ik het idee dat alle boeven over mijn schouders mee staan te kijken," zei hij vaak. De man had gelijk. Voor ouderen was zo'n automaat niet bepaald comfortabel. Voor jongeren trouwens ook niet. Berovingen waren aan de orde van de dag. Zelfs in het rustige Soest.

Xandra zette haar lege kopje met een klap in de gootsteen.
"Ze kunnen mij allemaal de pot op," zei ze hardop, "ik ga naar huis."

Ze haalde haar blazer van de stoel in het kantoortje en liep met heftige passen naar de ruimte waar de balie voor de klanten was. Daar zaten haar twee medewerkers, Hans van Orven en Tony Glied, achter hun computers ijverig cijfers in te typen. Ze waren allebei piepjong en werkten nog niet zo heel lang bij de bank.

Omdat er geen klanten waren, besloot Xandra om maar gelijk met de deur in huis te vallen: "De grote baas heeft me net gezegd, dat jullie worden overgeplaatst naar de Van Weedestraat."

Van Orven en Glied keken allebei tegelijk op en hun reactie kwam ook precies synchroon. "De Van Weedestraat?"

Als ze niet zo'n hoofdpijn had gehad, zou Xandra de humor van de situatie nog wel hebben ingezien. Maar nu kon er geen lachje bij haar af.

"Vanaf volgende maand gaat de boel hier dicht."

"Dicht?"

"Ja, we hebben het blijkbaar zo goed gedaan dat ze ons wel kunnen missen," zei ze cynisch. Ze wilde er nog iets aan toe voegen, maar op dat moment ging er een belletje. Het was een klant, die naar binnenwilde.

In een automatisch gebaar drukte Xandra op het knopje om de deur te openen en in de vijf tellen die de man nodig had om naar binnen te lopen, zei Xandra: "Ik barst van de hoofdpijn en ik ga nu naar huis. Als er wat is, kunnen jullie me mobiel bereiken. Tot morgen."

Ze zwaaide kort, knikte met een gemaakt lachje naar de klant en stapte het vertrek weer uit.

De twee mannen keken haar even verbaasd na. Hun cheffin had er blijkbaar niet veel zin in, vanmorgen. En nu ging ze naar huis. Ze moest wel behoorlijk overstuur zijn geraakt van de boodschap van de grote baas.

"Mooi shit," mompelde Hans van Orven, terwijl hij opstond om de binnenkomer te gaan helpen. "De tent hier dicht."

"Stevig balen," beaamde zijn collega, al even zachtjes, "en dat gastje van het hoofdkantoor is een regelrechte zeikerd. Ik heb er weinig trek in om daarheen te gaan."

Hans van Orven knikte wat zuurtjes. Daarna trok hij zijn gezicht in een beroepsmatig grijnsje, draaide zich naar de klant om en vroeg in keurig Nederlands: "Goedemorgen meneer Zuilen. Wat kan ik voor u doen?"

Intussen liep Xandra naar buiten. Ze had de getailleerde blazer van haar elegante mantelpakje dichtgeknoopt, zodat haar mooie vrouwelijk ronde vormen extra benadrukt werden. Het groepje stratenmakers dat aan de overkant van de weg op hun knieën de stoep van nieuwe tegels voorzag, stopte direct met hun saaie werkzaamheden. Als één man rechtten ze hun ruggen en floten naar haar.

Xandra keek opzij en lachte. Een verleidelijke parelende lach. Dit was niet de eerste keer dat mannen haar nafloten. Ze was pas geleden dertig jaar geworden, maar ze was nog steeds een mooie vrouw.
In een uitdagend gebaar schudde ze haar prachtige kastanjebruine krullen naar achter en zette er daarna met soepele bewegingen de pas in.

De mannen riepen haar iets na, en hoewel Xandra hun woorden niet precies kon verstaan, was de strekking overduidelijk. Ze vonden haar een geweldig lekker ding. Xandra grinnikte. Die stratenmakers hadden haar humeur in één klap met stukken opgewaardeerd. En eigenlijk was dat raar. Want meestal ergerde ze zich behoorlijk als er weer zo'n malloot stond te fluiten. Waarom nu dan niet? Omdat ze ná dat rottige gesprek met Hoogendoorn het gevoel had gekregen dat ze overbodig was? Dat niemand op haar zat te wachten? Deze mannen lieten haar tenminste merken, dat ze er wel degelijk mocht zijn.

De uitdagende lach verbleekte langzaam op haar gezicht en er kwam een trieste glans in haar felgroene ogen. Het was zo jammer van haar baan. Waarom moest dit nou weer? Ze had hard gewerkt om dit filiaal op poten te krijgen en nu was alles voor niks. In feite stond ze op straat. Want naar Groningen verhuizen was echt geen reële optie voor haar. Ze had teveel banden met Soest. Ze was hier geboren en getogen.
En daar achter, aan de rand van een paadje op de Eng, had Jorg haar voor het eerst gekust.

Haar ogen werden leeg. Amper twee jaar later was Jorg op bijna dezelfde plek begraven. Op het kleine kerkhof aan de Veldweg, dat mischien vijftig meter verder lag. Er ging een rilling door Xandra heen, zoals altijd wanneer ze aan Jorg dacht. Hij was haar grote liefde geweest en ze had het echt de mooiste dag van haar leven gevonden, toen ze waren getrouwd.
Veel te jong volgens haar tante Herma, bij wie ze na de vroege dood van haar ouders was opgegroeid.

"Je bent amper eenentwintig, kind. Wat moet je nou te trouwen?" had tante gezegd. "Jullie hebben alle tijd van de wereld."

Tijd. Xandra onderdrukte een zucht. Veel tijd was haar en Jorg niet vergund geweest. Hooguit twee jaar van geluk hadden ze gekend. Ze streek met haar linker hand een traan weg die volkomen onverwacht over haar wang kwam glijden.

Eerst was er dat bijna totale geluk geweest, de volmaakte liefde tussen Jorg en haar, die bekroond werd met een babytje. Justin.

Jorg was zo trots op zijn zoon. Hij rende vrijwel meteen na de geboorte naar de sportwinkel en kwam terug met een joggingpak en een voetbal. Er gleed een vage glimlach over haar gezicht. Het pakje was natuurlijk maten te groot en met de voetbal wist de pasgeborene ook nog geen raad.

Twee weken daarna stond er een agent op haar stoep. Jorg was die dag voor het eerst weer aan het werk gegaan. Op de motor naar Amsterdam.

"Ik zal jullie zo missen," had hij bij het afscheid gezegd, "ik heb helemaal geen zin om weg te gaan."

"Ach, het is maar voor een paar uurtjes," troostte Xandra, "je bent immers om vijf uur al weer terug."

Ze herinnerde zich hun laatste kus. Liefde, passie, geluk, het zat er allemaal in.

"Ik vlieg op weduwschap," hoorde ze zijn stem in haar hoofd nog zeggen. "Ik kom zo gauw mogelijk bij jullie terug."

Was hij daarom onder die bus gereden? Omdat hij zo'n haast had om weer bij zijn gezinnetje te zijn? Ze zou het nooit weten.

Ze had hem ook niet meer teruggezien. Haar trouwring wel, zwartgeblakerd en de resten van zijn stoere leren jack, dat hem altijd zo fantastisch mannelijk stond.

"Het is beter van niet mevrouw, de motor is precies onder het chassis van die bus geschoven en daarna in brand geraakt."

Met Jorg daar ergens onder als een rat in de val. Zijn lieve gezicht, zijn prachtige lichaam, het was er niet meer. Er was niets meer van over.

Er klonk een luid getoeter naast haar en Xandra sprong geschrokken opzij. Ze was zo in haar trieste gedachten opgegaan, dat ze alles om zich heen vergeten had.

Ze keek de voortrazende auto wat wazig na en daarna vroeg ze zich drie lange tellen af, waar ze nu eigenlijk was. Liep ze heus op de Dalweg? Maar hoe had ze dat nou voor elkaar gekregen? Haar flat was de compleet andere kant op. Of had ze onbewust behoefte aan steun? Een sterke mannenarm om haar schouder en een stem die in haar oor fluisterde dat het allemaal wel mee zou vallen? Steven.
De Dalweg was de kortste route naar de winkel van Steven.

Xandra had het na Jorgs dood jaren zonder man gedaan. Ze had geen enkele behoefte gevoeld om ooit nog gelukkig te willen worden. Als een robot zorgde ze voor haar zoontje Justin en toen die naar school mocht, had ze haar eigen leven weer opgepikt en een baan gezocht in de bankwereld.
Er waren genoeg mannen geweest, die het hadden geprobeerd. Ze was een mooie vrouw en zelfs in haar sombere zwarte rouwkleding zag ze er uit als een topmodel op een showdag. Xandra had de mannelijke belangstelling altijd afgewimpeld. Mannen... Bah! Ze wilde Jorg.

Steven leek op Jorg. Steven was rustig en het was bijna onmogelijk om hem uit zijn evenwicht te brengen. Steven was een rots in de branding. Hij had brede schouders en gespierde armen, waar je hoofd zo heerlijk ontspannen tegen leunen kon. Steven kon haar vast van haar ellendige gevoel afhelpen. Dus zette Xandra er, voor zover dat mogelijk was op hoge hakken, stevig de pas in.

Een minuut of vijf later kwam ze in de winkelstraat, waar op dit uur van de dag nog niet veel te doen was. Er liepen wat huisvrouwen met boodschappentassen vol groente en een gehaaste zakenman probeerde in een ijltempo de trein nog te halen. Xandra zag de bomen van de overweg naar beneden gaan en gaf de draver weinig kans.

De pui van Stevens juwelierszaak doemde al snel voor haar op en zoals altijd bleef Xandra even buiten staan om de etalage te bewonderen.

Het zag er prachtig uit. Gouden chokers gezet met diamant, smaakvol gedrapeerd tegen een zwart fluwelen achtergrond, werden geflankeerd door zilveren geboortehangertjes waar de naam van de nieuwe wereldburger in kon worden gegraveerd. Daarnaast diverse kostbare parelsnoeren op een vachtje van rood fluweel en natuurlijk een scala aan gouden ringen, al dan niet gezet met een flonkerende briljant of een andere fraaie edelsteen.

Er waren gouden armbanden van allerlei afmetingen met bijpassende oorstekers en een collectie horloge's waar de meeste mensen het water van in de mond liep.

De etalage van een juwelenzaak had op Xandra dezelfde uitwerking als de vitrine van de banketbakker. Ze werd er hongerig van. En ongelofelijk hebberig. Ze had wel eens horen zeggen dat elke vrouw compleet doordraait bij het zien van een mooie diamant en ze moest toegeven dat er een kern van waarheid in de uitspraak zat. Steven had haar een ring gegeven. Een verlovingsring met een schitterende briljant. Als ze het sieraad tegen het licht in bewoog, flonkerden er duizenden kleine sterretjes aan haar vinger. Een fascinerend gezicht, waar ze geen genoeg van kon krijgen. En na de ring had ze oorstekertjes gekregen uit dezelfde kostbare serie. Ze was er dolgelukkig mee, maar tegelijkertijd voelde ze zich vaag ontevreden. Ze snapte het zelf niet, maar het was een feit. Hoe meer juwelen ze kreeg, des te meer wilde ze er nog bij.

Xandra draaide zich met een kordate ruk van de kostbare verleidingen weg en stapte de zaak binnen. Steven stond achter de kleine bruinhouten toonbank, maar hij was niet alleen. Er was een klant in de winkel. Een bejaarde dame van een jaar of zestig met witte haren in een ouderwets netje. Ze was druk in gesprek met Steven en het was duidelijk dat al hun aandacht gericht was op een fonkelend collier, dat voor hen op de toonbank lag.

Steven keek daarom amper op toen Xandra binnenkwam, maar begroette haar automatisch met een zakelijk 'goedemorgen mevrouw'.

"Goedemorgen meneer," zei ze plagerig terug en Stevens stomverbaasde blik was haar beloning.

"Xandra? Wat doe jij nou hier? Is er iets?"

Xandra haalde vaag haar schouders op en knikte in de richting van de klant. Steven begreep dat ze in het bijzijn van de oude dame niets wilde zeggen en antwoordde met een uitnodigend handgebaar in de richting van de trap: "Moeke heeft vast de koffie wel bruin."

"Ik wacht wel even," zei Xandra met een lachje, "er is genoeg te zien."

"Zoals je wilt," antwoordde hij en daarna boog hij zich weer naar het glinsterende collier op de toonbank.

"Nogmaals mevrouw," vervolgde hij zijn verhaal tegen de dame, "bij diamant gaan we uit van het gewicht. En één karaat is precies 0,2 gram."

De vrouw antwoordde iets wat Xandra niet kon verstaan, maar blijkbaar had ze het begrepen, want Steven begon nu een heel betoog over kleurgradering en slijpvormen.

Xandra boog zich met een glimlach over een staande vitrine waarover een sprankelend schone glasplaat was gelegd. Wat een weelde!

Flonkerende edelstenen in omhulsels van glanzend goud. Bicolor kettingen, broches, oorknopjes... Haar blik stopte bij een geelgouden hanger met een sprankelend groene smaragd. Ze hield even haar adem in. Wat een prachtige steen! Exact dezelfde kleur als haar ogen. Die zou schitterend uitkomen aan een dun gouden kettinkje om haar hals.

Ze keek naar het prijskaartje en schudde zachtjes haar hoofd. Echte juwelen waren duur. Logisch natuurlijk. Maar wel jammer. Ze verdiende niet slecht en haar inkomen was ruim voldoende om samen met Justin redelijk riant van te leven. Maar wat zou het heerlijk zijn om geld als water te hebben. Om een juwelierszaak binnen te kunnen stappen en simpel aan te wijzen wat ze mooi vond.

'Pakt u die witgouden choker maar voor me in en dat platina armbandje mag er ook wel bij. Dat kleurt heel aardig bij mijn schoenen.'

Xandra moest zelf om haar gedachten lachen. Dat zij als rationele en intelligente vrouw zó weg kon dromen bij wat simpele opsmuk. Maar toch was het eeuwig zonde, dat goud zo duur was. Zilver was heel wat beter betaalbaar, maar ja...

Xandra hield niet van zilver. Dat werd gauw lelijk zwart in het gebruik en dan moest je het poetsen. Natuurlijk was het ouderwetse gedoe met een dot katoen en een bus poetsmiddel inmiddels behoorlijk uit de tijd geraakt. Er waren nu van die kant en klare doekjes en een speciale vloeistof waar je je ketting even in kon leggen. Maar toch, witgoud en platina hadden dat soort problemen niet.

Ze wilde net omhoog komen uit haar gebukte houding om de er naast staande vitrine te gaan bewonderen, toen de hel losbrak. Met een daverende klap sloeg de winkelruit in stukken en viel in duizenden twinkelende scherven op de groene vloerbedekking uit elkaar. Op bijna hetzelfde moment vloog de deur open en in een waas van splinters rende er een donkere gestalte naar binnen. In een bruine handschoen blonk metaal.

Heel even had ze het gevoel dat ze naar de televisie zat te kijken. Een goedkoop reality programma van zo'n populaire reclamezender. Zo'n uitzending waarbij je met een zak borrelnoten en een glas wijn onderuitgezakt op de bank hangt.

Er rende een tweede gemaskerde figuur naar binnen en ook die had een revolver. In zijn linker hand, dat zag Xandra duidelijk.

Het rondje van de loop draaide dreigend in haar richting. "Liggen!" schreeuwde een vreemd vervormde stem. "Allemaal liggen."



Nog meer lezen?
Dat kan!




* XANDRA is rechtstreeks bij mij verkrijgbaar. (inclusief verzendkosten en een setje boekenleggers).



Neem een kijkje in Anita's webwinkeltje!


De groteletter-editie van XANDRA is rechtstreeks verkrijgbaar op de site van de Grote Letter Bibliotheek!



Ga naar de boekwinkel en "zoek" op Verkerk






WIL JE EEN BOEK BESTELLEN? KLIK HIER VOOR MEER INFORMATIE!






TERUG NAAR BOVEN


copyright -MX Verkerk-© 2002 Shadow webdesigns - All rights reserved